D


ominicaanse familie Vlaanderen


 
  Werkjaar 2008  
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

terug
 


'Weg uit de leegte'

Begin februari zijn de dominicaanse leken in het Dominicushuis van Antwerpen in een algemene vergadering bijeengekomen. Op het programma stond de bespreking van het boek van Gerard Bodifée over de 'spirituele nood van Europa'. In Dominicaans leven 2007/2 (themanummer 'Waarden en normen' is al een uittreksel uit dit boek verschenen.

De vergadering was goed voorbereid. In de groep Genk en Schilde heeft men Bodifée in de loop van verleden jaar bestudeerd. Mensen van Genk en Schilde hebben de vruchten van hun studiewerk aan hun zusters en broeders in Antwerpen gepresenteerd. Nadien volgde in afzonderlijke gespreksgroepen een bijzonder geanimeerde discussie. Om ze niet oeverloos te laten verlopen, heeft men ze gecentreerd rond een viertal vooraf opgegeven vragen.

1. Wat is voor ons 'religie'?

Wie Bodifée leest, wordt gedwongen om zich rekenschap te geven van zijn persoonlijke religiositeit. Hij krijgt een zeer breed en vaag begrip van religie voorgeschoteld. Je kunt zeer religieus zijn zonder in God te geloven. Er zijn veel atheïsten die zich religieus noemen. Religieus zijn wil dan zeggen dat men zijn 'nietige ik' beleeft in zijn verbondenheid met het 'al' waardoor het wordt omvat en waaraan het zijn bestaan heeft te danken. Wij spreken liever van 'godsdienst', omdat we in God geloven. Dat is smaller en veel minder vaag.

Bodifée: 'God' is een woord voorbij alle woorden. Het verwijst naar méér dan alles waar de mens begrip kan van hebben. Een woord voorbij alle woorden. We kennen de beroemde uitspraak van Witgenstein: 'Waar je niet over kunt spreken, daarover moet je zwijgen.' Maar een godsdienstig mens moet nu eenmaal woorden gebruiken om uitdrukking te geven aan zijn godsdienstigheid. Het komt erop aan goed te beseffen dat alle woorden die we gebruiken en die ons zijn aangeleerd altijd tekortschieten. Het zijn geen begrippen of definities. We kunnen er God niet in 'grijpen'. We moeten ze opvatten als symbolen, ze verwijzen naar een werkelijkheid die we nooit kunnen vatten. Dus: omzichtig omgaan met alle woorden waarin we Gods werkelijkheid ter sprake proberen te brengen.

2. Herkennen we in de gedachtegang van Bodifée onze christelijke spiritualiteit?

Sommigen antwoordden met enige aarzeling ja, anderen zeer beslist neen. Neen, want voor christenen betekent Christus veel meer dan we bij hem lezen. Voor hen is hij het mensgeworden woord van God, waarin God zich definitief heeft uitgesproken. In hem kunnen ze zien wie God werkelijk is. Zij die geneigd zijn ja te antwoorden, beklemtonen dat alleen Jezus' tijdgenoten, in een uithoek van de wereld, hem hebben gezien en gehoord. Wij beschikken alleen over de woorden van en over hem die we lezen in de evangelies en de andere geschriften van het Nieuw Testament. Het is niet Jezus maar de verheerlijkte Christus die we aanwezig stellen in de woorden en gebaren van de eucharistieviering. Woorden en gebaren die we moeten opvatten als symbolen. Iemand zei het zo: we mogen ons niet overgeven aan een blind geloof. Laten we in godsnaam niet gedachteloos geloven!

3. Is zinvol, waarachtig menselijk leven mogelijk zonder religie?

Volgens Bodifée in elk geval niet. We kunnen hem gelijk geven, als we religie breed genoeg opvatten. Zinvol menselijk leven zonder godsdienst? Dat is een moeilijker vraag. Velen van onze kinderen en kleinkinderen hebben het christelijk geloof vaarwel gezegd. Het doet ons verdriet, maar we troosten ons met de gedachte dat het goede mensen zijn. Naastenliefde is voor hen geen ijdel woord en sommigen brengen er meer van terecht dan heel wat mensen die zich katholiek blijven noemen. Maar hier moeten we goed letten op het verschil tussen godsdienst en ethiek. Je kunt erover twisten of een waarachtig ethisch leven mogelijk is zonder religie. Maar wie durft betwijfelen dat er mensen zijn die een hoogstaand ethisch leven leiden zonder dat ze in God geloven?

4. Zijn we het ermee eens dat een beschaving zonder religie niet denkbaar is?

Laten we het hebben over onze westerse beschaving, de enige waarin we thuis zijn. Het christelijke erfgoed behoort tot het wezen van haar identiteit. Als Europa dit zou verloochenen, negeert het zijn identiteit.

Hier komen we bij het pessimistisch beeld dat Bodifée van Europa tekent. Het staat groot geschreven in de titel van zijn boek: Europa zit in een leegte, en de nefaste gevolgen daarvan zijn duidelijk merkbaar. Maar hij eindigt op een optimistische noot. Het is best mogelijk dat de crisis minder ernstig is dan ze lijkt. Misschien zal ze uiteindelijk heilzaam blijken te zijn. Niet dat er een 'terugkeer' van Europa naar het christelijk geloof zal gebeuren. Maar zonder religie kan het niet voortbestaan, dat is ondenkbaar. Bodifée hecht opvallend veel belang aan de religieuze diversiteit waarvan hij de duidelijke tekenen bespeurt.

Het verrast sommigen dat hij met geen woord spreekt over de Islam in Europa. "Er zijn veel wegen naar God en de eindbestemming hoeft niet de klassieke naam van de christelijke God te dragen." Over die religieuze diversiteit kunnen we ons verheugen. Op één voorwaarde: dat we trouw blijven aan onze christelijke identiteit en er openlijk voor uitkomen. Nog een laatste keer Bodifée: "Het christendom moet in stand houden en doen groeien wat het voortgebracht heeft."