Dominicaanse familie Vlaanderen

 
Kerk en ambt in Vlaanderen

Bij de 126 deelnemers aan de Gentse studiedag over Kerk en ambt viel de sterke dominicaanse aanwezigheid op: ook van zusters en leken.
Het echte werk is gebeurd in afzonderlijke deelgroepen, een voor elke Vlaamse provincie. Vijf groepen dus van mensen die - zoals de uitnodiging luidde - "zich betrokken voelen bij een kerk met oog voor de toekomst van deze wereld én de noden van plaatselijke christelijke gemeenschappen". Mensen die "voorbij het klagen en morren hun vragen en ervaringen met elkaar willen delen in vrijheid en openheid."

Maar in haast alle groepen viel toch nogal wat 'klagen en morren' te beluisteren, hoofdzakelijk van mensen die bedrijvig zijn in het pastorale werkveld: pastoraal werkers en werksters en officieel benoemde (en bezoldigde) parochie-assistenten. Hun klacht was vooral dat ze beknot worden in de taken die ze menen te moeten en ook te kunnen uitvoeren. Meestal moeten ze werken binnen beknellende grenzen.
Sommigen verheugden er zich over dat ze door parochiepriesters gesteund en bemoedigd worden als ze iets willen doen dat ingaat tegen de strakke regels 'van hogerhand'. Ze zien hen als bondgenoten. Maar anderen klaagden over vreselijk strenge pastoors die hen behandelen als concurrenten.

Het zou doodjammer zijn dat zulke sterk gemotiveerde mensen zozeer ontmoedigd geraken dat ze gelovige gemeenschappen die zijn als 'schapen zonder herder' in de steek laten. Ik vind het een terechte vraag van hun kant: geef ons meer armslag, in plaats van ons af te remmen. De toekomst van onze kerk staat hier op het spel. Ook 'van hogerhand' zal men toch wel inzien dat die toekomst hoe langer hoe meer in de handen ligt van 'leken' (in de kerkelijke zin van het woord) die bereid zijn en zich willen bekwamen om van hun geloof voltijds of deeltijds hun beroep te maken.

B.J. De Clercq o.p.