VIERINGen in het DOMINICUSHUIS

   
   

 

De laatste toekomst
(16 november -33ste zondag)

Welkom!
Op deze voorlaatste zondag van het jaar, midden in de herfst,
spoort de liturgie ons aan onze ogen niet te sluiten voor de realiteit om ons heen.
Maar we worden vooral aangespoord om moed te houden en gaande te blijven…
Kome wat komt, maar wetend dat Gods liefde blijft.
Hiervan overtuigd willen we deze viering beginnen.

Gebed om vergeving
Elke week opnieuw mogen we die liefdevolle God weer om ontferming vragen.

God, in Jezus komt uw goedheid aan het licht. In hem zien we dat U niemand oordeelt, niemand veroordeelt.

God, in Jezus komt uw goedheid aan het licht. In hem zien we dat U levensvervulling schenkt aan elke mens van goede wil.
God, in Jezus komt uw goedheid aan het licht. In hem zien we dat U in en door ons de menselijke solidariteit bevordert, dat U herkenbaar bent.
Heer, ontferm U

Openingsgebed

God, onze toevlucht,
Wij houden onze ogen op U gericht,
ons hart voor U geopend
Want U hebt woorden van eeuwig leven.
Zegen ons met moed en nieuwe hoop
opdat wij volharden in geloof en liefde
En Jezus blijven volgen als onze broeder, onze Heer,
voor tijd en eeuwigheid. Amen

Eerste lezing
Uit het boek Daniël (12, 1-3
In een tijd waarin het joodse volk vervolgd en onderdrukt wordt, vertolkt de profeet de stem van de hoop.>

Evangelielezing volgens Marcus
In beeldrijke taal spreekt Jezus over de strijd tussen goed en kwaad. Uiteindelijk wordt het kwaad overwonnen.

Homilie

Rond de liturgische jaarwisseling – 1ste adventszondag - worden katholieke kerkgangers elk jaar opnieuw herinnerd aan het definitieve einde van de aardse tijd: het einde van hun levensgeschiedenis en van elke mensengeschiedenis. Er komt dan een aparte nadruk te liggen op een stuk van de geloofsbelijdenis die ze regelmatig bidden, maar waaraan ze gemakkelijk voorbij-bidden: Christus, verrezen en verheerlijkt, “zal wederkomen in heerl1jkheld om te oordelen de levenden en de doden, en aan zijn rijk komt geen einde”.

Die nadruk komt vandaag tot uiting in twee lezingen die elk een toekomstvisioen beschrijven. Het eerste dateert van zo’n anderhalve eeuw voor Jezus’ geboorte, uit de tijd dat het land van de joden bezet was door vreemde heersers die het ook op hun godsdienst hadden gemunt. De joden zijn in opstand gekomen, en ze rekenden op de komst van een redder die God zou zenden. Michaël werd hij genoemd, wat betekent ‘Wie is als God?’  Daniël voorspelt het ergste: erger dan het ooit geweest is sinds er op aarde volkeren bestaan. Maar dan zal ook de definitieve redding komen, tenminste voor de wijzen.en de rechtvaardigen.
Marcus heeft zijn verhaal vermoedelijk geschreven zo'n veertig jaar na Jezus' dood, ook een tijd vol verwarring, van vreemde bezetting, van verwoesting van de tempel. De tweede generatie van christenen raakte verdeeld en ze moesten vervolging vrezen. In dat kader situeert Marcus de voorspellingen van Jezus. Het definitieve einde, als de Mensenzoon zal terugkeren, zal niet lang meer uitblijven. En het zal verschrikkelijk zijn. Het gaat gepaard met wereldrampen. Wanneer het precies zal gebeuren, dat weet niemand. Maar Marcus en zijn lezers waren ervan overtuigd dat het in elk geval voor binnenkort was. Het was dus zaak op zijn hoede te zijn en aandachtig te letten op de voortekenen.

Ons tijdsperspectief is niet meer dat van de eerste generaties van christenen en van Jezus zelf. Wij rekenen enerzijds op kortere termijn, en anderzijds op veel langere termijn. Op veel langere termijn. Deze generatie, zegt Jezus, zal niet voorbijgaan voordat dit alles is gebeurd. Zo denken wij dus niet. Wij denken algemeen, en we hebben daar ook redenen voor, dat de wereld nog wel een flinke tijd zal meegaan. Het heeft dus zin dat we zorg hebben voor onze kleinkinderen en, wie weet, achterkleinkinderen, binnen in deze wereld, en dan denken we toch vooruit tot een heel stuk voorbij de helft van deze eeuw. Maar we rekenen ook op veel kortere termijn, binnen de horizon van ons eigen leven.

Onlangs zei me iemand: begin dit jaar heb ik een vreselijke schok gekregen, toen ik de eerste keer van de administratie der pensioenen de betalingsfiche ontving. Op de tweede regel, na de vermelding van het bruto-bedrag: staat daar: 'afhouding begrafenisvergoeding' . Ze rekenen al met na mijn dood, en daar staat een maandelijks bedrag op. En ik voel me nog verre van oud.
In termen van het evangelie zou ik tot mijn vriend kunnen zeggen: het is een van de voortekenen. Voor jou begint het einde sneller te naderen. Ik vrees dat hij vreemd zou opkijken als ik hem zou zeggen: bid maar eens met bijzondere aandacht je geloofsbelijdenis: Christus zal wederkomen in heerlijkheid om te oordelen levenden en doden, en denk eraan: gezien je derde leeftijd zal dat voor jou niet zo lang meer duren.

Spreekt Christus, de mensgeworden en verheerlijkte zoon van God, zoals hij zal doen over de hele mensengeschiedenis aan het einde der tijden, een oordeel uit over ieder mens na zijn dood? Mensen doen dat over medemensen nadat ze gestorven zijn, en in veel gevallen klinkt hun oordeel anders dan wat op het gedachtenisprentje staat. Als gelovigen mogen we blij zijn dat het God is die over ons zijn oordeel, het èchte oordeel zal uitspreken. Of juister, en veel meer hoopgevend: de mensgeworden verheerlijkte zoon van God, hij die zelf aan den lijve heeft ondervonden wat het betekent mens te zijn, in barre tijden.

Een Nederlandse filosoof die op latere leeftijd priester is geworden, schreef daarover het volgende.
Een God die niet zou oordelen, is zeker geen liefhebbende God, maar een God wie alles om het even is en wie het tenslotte allemaal niet kan schelen. Wat dat betreft, zou hij lijken op een mens die zegt zo zeer van zijn vrouw, of van haar man, van hun kinderen te houden, dat ze verklaren: jij mag alles van mij; wat je maar wil en wat je maar doet, het is goed en ik zal nooit boos op je worden. Moet die ander dan niet vroeg of laat gaan voelen: eigenlijk interesseert het hem of haar ten slotte niet wat ik doe of laat? Hij of zij houdt niet ècht van mij. Als iemand geen signaal meer geeft omtrent wat ik doe of laat, komt dat neer op onverschilligheid.
Als we geloven in een God die ons liefheeft, zeggen we meteen dat ons doen en laten hem niet onverschillig laat. God geeft zijn signalen, hij doet een beroep op onze vrijheid en verantwoordelijkheid, en hij wacht op ons antwoord. Het komt erop aan die signalen te zien en ze goed te verstaan. Het zijn de tekenen van de vijgenboom, lezen we in het evangelie. De signalen die uitgaan van het leven en de werken van de rechtvaardigen en de wijzen, zegt het boek Daniël. Ik zou het zo kunnen stellen: een alert geloof is de kunst van het vijgenboom-lezen. Of, in de termen van een mooie evangelische parabel: de olie in lampen van de bruidsmeisjes die waakzaam blijven uitkijken, hoe lang de bruidegom ook op zich laat wachten.

Op deze parabel is een mooi gebed geïnspireerd van iemand die vol hoop, maar niet zonder vrees, uitziet naar God die in zijn leven komt. De klacht van de bidder luidt: "En op de lange duur, vermoeid van waakzaam speuren, of gij zoudt komen, waren mijn ogen toegegaan. Mijn aandacht tot op de draad versleten." En dan vraagt hij al biddend: "Beadem mij met warmte van uw Geest, dat ik ontwaak en opsta uit verloren dromen, om met mijn lamp gelukkig naar U toe te komen "

Voorbede
Bidden we dat Gods zomer zou doorbreken in onze wereld.

Wij bidden om mensen met een profetische uitstraling,
die bij alles wat ze doen
verder kijken dan hier en nu
en toekomstgericht durven denken.

Wij bidden om voortrekkers
die bewust en vastberaden n
ieuwe lijnen uitzetten naar de toekomst,
die zelf voorgaan op de weg die zij hebben uitgestippeld.

Wij bidden om mensen die aandacht blijven vragen
voor het behoud van de schepping
en een leefbare wereld.

Wij bidden om mensen, blijmoedig van aard,
die bakens van hoop durven uit te zetten
En tekens van leven blijven zien.

God, onze toevlucht, schenk uw zorg aan ons
en aan onze kwetsbare, bedreigde aarde.
Maak ons nieuw. Amen.

Gebed over de gaven

God, onze toevlucht,
overtuigd van uw liefde en verzekerd van uw trouw
nemen wij hier brood en wijn in handen.
Moge wij door U bemind en door U gevoed,
mensen worden naar uw hart,
mensen die vrede brengen en recht doen,
mensen die Jezus volgen als hun broeder en hun Heer,
voor tijd en eeuwigheid.
Amen.

Slotgebed

God, onze toevlucht,
wij danken U voor dit samenzijn
Waarin wij werden bemoedigd en opnieuw mochten ervaren
dat wij door U worden bemind.
Laat ons nooit los,
wees ons nabij in goede en kwade dagen
en blijf tot onze verbeelding spreken.
Door Jezus, onze broeder, onze Heer, voor tijd en eeuwigheid. Amen.

Zending en zegen

Gevoed met woorden van hoop,
gesterkt door brood en wijn,
worden wij gezonden om Gods rijk nabij te brengen:
proberen we deze week te kijken met de ogen van ons hart,
te doen wat ons hart ons zegt.
Daartoe vragen we om een bemoedigende zegen

top terug