| |
|
Dienstbaarheid
maakt groot
(21 september - 25ste zondag)
Welkom!
Laat ons dit uur
gaan tot Hem
die een God van mensen wil zijn,
die onze namen in zijn hand schreef,
en ons genadig zijn vrede wil schenken.
We zijn hier samengekomen,
ieder met zijn verleden,
ieder met zijn verwachtingen,
allemaal aangewezen
op Gods en mekaars tegemoetkoming.
Het is goed dat we even alle beslommeringen vergeten
en het stil maken om bij Gods spreken te komen.
Gebed om vergeving
We beginnen deze viering met de bede om
Gods goedheid steeds opnieuw te mogen ervaren en te mogen uitstralen.
- Heer, ontferm U over mij,
wanneer ik aan de ander
geen ruimte gaf om zichzelf te zijn.
- Christus, ontferm U over mij,
wanneer ik ontevreden was met wat ik heb en wie ik ben.
- Heer, ontferm U over mij,
als ik vergeet
dat Gij aanwezig komt in medemensen.
Moge dit uur gezegend worden met vrede,en licht van liefde,
waarin God en wij
elkaar van harte nabij mogen zijn. Amen.
Openingsgebed
Uw gedachten, God,
staat er geschreven,
zijn niet onze gedachten.
En ook Jezus' wijsheid
is niet onze wijsheid.
Maak ons ontvankelijk
voor zijn idealen van dienstbaarheid,
die mensen in uw en zijn ogen
groot doen zijn.
Maak ons vertrouwd met de onbaatzuchtigheid
waarmee Hij bedacht was
op het welzijn van anderen. Amen.
Homilie
Het evangelie, en ook de eerste lezing brengen ons vandaag
geen verhaal waaruit wij enkele lessen zouden kunnen trekken die ons
bemoedigen en ons de goede weg wijzen. Neen, wat we vandaag te horen
krijgen zijn diepe theologische overwegingen. Misschien komt dit omdat
Jezus - zoals de eerste zinnen van de evangelielezing het zeggen -
begonnen was zijn leerlingen, zijn vaste medewerkers, te onderrichten.
Wat vooraf ging in het evangelie van Marcus was: het verschijnen van
Jezus in het openbaar. Al weldoende trok Hij rond van dorp tot dorp en
verkondigde het Rijk van God ,een samenleving van alle mensen zoals God
die wenst: vol vrede, voorspoed en gerechtigheid, een wonderbaar en
bevrijdend gebeuren. Maar nu wil Jezus zijn naaste medewerkers duidelijk
maken welke innerlijke houding, welke overtuiging hen moet bezielen
opdat die hoopvolle samenleving tot een tastbare werkelijkheid zou
kunnen uitgroeien.
In de boeken van het
O.T. heeft Jezus niet alleen de teksten over een beloftevolle toekomst
gelezen, maar ook teksten van de aard zoals we er in de eerste lezing
een hoorden. Onbegrip, misprijzen, drang naar macht en aanzien doen de
tegenstanders hun positie verdedigen en dat veroorzaakt lijden en dood.
Daartegenover staat vertrouwen op God, God de plaats geven die Hem
toekomt, zich in zijn dienst stellen. Een God die de zijnen niet in de
steek laat,een God die in alles het laatste woord heeft want dat, en dat
alleen, overwint dat lijden en die dood. En het leidt tot verrijzenis en
nieuw leven. Daarom spreekt Jezus in één adem als over een geheel: over
kruisdood en verrijzenis.
De leerlingen weten niet wat ze horen. Dat hun leider, hun
Messias sterven moet aan een kruis, daar kunnen ze niet bij. Ze vallen
stil, zwijgen en kunnen of durven zelfs geen uitleg vragen.
Wanneer nadien de leerlingen onder elkaar toch weer aan het
praten gaan, komt hun ware drijfveer weer naar boven: de ambitie om de
grootste te zijn. Wie zal de eerste zijn, wie zal de voornaamste plaats
mogen bekleden in dat nieuwe Rijk van God?
Nu wist Jezus
dat het aloude droombeeld van de Messias, die triomfantelijk Jeruzalem
binnentrekt als een almachtig heerser, moest worden bijgestuurd en hij
zei: "Wie de eerste wil zijn,zal dienaar moeten zijn van allen." De
Messias, de bevrijder,de gezondene van God, heeft niets van macht en
geweld maar zal een geweldloze, weerloze, zachtmoedige, rechtvaardige
zijn die door geweld en macht uit de weg geruimd zal worden. Maar door
de verrijzenis zal God laten zien aan wiens kant Hij staat. Niet macht
en geweld bouwen de nieuwe wereld op, maar liefde en dienstbaarheid. De
eerste zijn is niet een kwestie van macht en aanzien maar van
dienstbaarheid en trouw.
Wanneer dan een kind
langskomt, grijpt Jezus dit gebeuren aan om nog concreter en
realistischer te zijn. Een kind, aangewezen op de goodwill van de
omstaanders is pure uitnodiging tot dienstbaarheid zonder
bijbedoelingen. Alles wat in belangeloze, zelfvergeten dienstbaarheid
gedaan wordt voor dit kind, dat zijn de echte bouwstenen in de opbouw
van Gods Rijk. En daarin ligt de ware grootheid in de ogen van Jezus en
zijn Vader.
Goede vrienden, vandaag vernemen we dat Gods gedachten
anders zijn dan onze gedachten. Grootheid ligt voor Hem in de kleine
dingen die we doen voor kleine mensen. Grootheid ligt voor Hem in
dienstbaarheid voor elkaar.
Om stap voor stap deze ommekeer in ons te laten groeien komen we elke
zondag hier bijeen. Om ons te sterken aan het voorbeeld van de Heer.
S. Roose o.p.
Voorbeden
Waar mensen voor
elkaar dienaar willen zijn,
daar is
vriendschap en vrede.
Bidden wij
dat dat werkelijkheid wordt,
wereldwijd.
Bidden wij voor allen die leiding geven,
dat zij hun gezag en hun positie
in dienst stellen van de gemeenschap.
Bidden we om samenwerking, overal waar mensen gemeenschappelijke taken
hebben:
dat stress en spanningen voorkomen worden
door openheid onder elkaar
en door respect voor elkaars kwaliteiten.
Bidden we voor hen die úw woord verkondigen.
dat zij U verkondigen,
en niet zichzelf of holle structuren.
Bidden we in stilte of luid op om wat ons nu ter harte
gaat. (...)
God, zoekend en tastend willen we Jezus volgen.
Daartoe
willen we elkaar ook helpen,
vandaag,
elke dag en tot in eeuwigheid .
Amen.
Gebed over de gaven
God, toen Jezus zijn laatste avondmaal vierde met zijn
vrienden
heeft hij hun de voeten gewassen, als een dienaar. En Hij
zei: "doe zoals Ik het jullie heb voorgedaan."
Wij hopen en bidden, God, dat wij door het breken en delen
van het brood ook
bekwaam worden om een kerkgemeenschap te worden die niet
heerst maar dient, niet de eerste wil zijn maar de ander vooruit
helpt.
We hopen en bidden dat het ons mag gebeuren, vandaag en
morgen
en tot in eeuwigheid. Amen.
Vredeswens
Woorden van leven, van licht en liefde
mochten wij delen.
Daarin werden verwachtingen uitgesproken
die wij hoopvol mogen delen.
Iemand sprak in die woorden
zijn bewogenheid om mensen uit.
Die bewogenheid om mensen
mogen wij nu gaan vieren
rondom een tafel van gemeenschap.
Met Jezus' woorden werd eerder aan die tafel
brood geheiligd tot brood van leven.
Dat brood van leven
mag hier en nu worden aangedragen,
opdat wij het delen met velen,
en wij Jezus' woord worden
en elkaars tafelgenoten.
Zijn vrede mogen wij elkaar nu van harte toewensen.
Slotgebed
Wie eerste wil zijn, zo vernemen wij,
moet de dienaar van allen worden.
Een mensenzoon is ons daarin voorgegaan,
en Hij nodigt ons uit
zijn gezindheid tot de onze te maken:
elkaar in dienstbaarheid nabij zijn.
Moge de hemel ons daartoe van binnen uit bewegen,
in de naam van de
naam van de vader en de Zoon en de heilige Geest. Amen.
top
terug
|
|
|