| |
|
Woorden van leven:
luisteren en spreken
(7 september - 23ste
zondag)
Welkom!
Na de vakantietijd komen we weer samen omdat we ervan
overtuigd zijn dat ons roept om deel te nemen aan de maaltijd van Jezus
van Nazaret en opdat we zouden waar maken wat Hij voorstelt: luisteren
naar elkaar. Dit is: woorden van leven spreken tot elkaar.
Gebed om ontferming
We zijn ons bewust dat goed luisteren en liefdevol spreken
ons niet altijd lukken.
Gelukkig mogen we ons vertrouwen stellen in een
God die
luistert en onze taal verstaat.
- Vergeef ons, Heer, als we de roep van mensen in nood niet horen,
misschien niet kunnen of niet willen horen.
- Christus, vergeef ons onze eigenwijze opvattingen en houdingen.
- Heer, ontferm U over ons luisteren, zien en praten.
Openingsgebed
God, in de wereld, ook in eigen midden, worden mensen monddood gemaakt. Wij kijken uit naar gebaren van solidariteit en tederheid en willen ze
zelf ook stellen. Wij zoeken naar handen die herstellen wat geschonden
werd en aan dat herstel willen we zelf meewerken. Wij hopen en bidden,
God, dat we in doen en laten, uw woord laten weerklinken, dat velen het
horen en dat we samen bouwen aan een barmhartige en rechtvaardige
wereld, dag na dag en steeds opnieuw en tot in eeuwigheid.
Amen.
Homilie
Naarmate mensen wat ouder worden, krijgen ze ook te maken
met de kwalen van de ouderdom en bij heel wat mensen is dat o.a. dat ze
gaan sukkelen met hun gehoor in meer of mindere mate. Het is een kwaal
die verre van prettig is. In een gesprek telkens weer moeten vragen :
‘wablief?’, ‘Wil je eens herhalen, ik heb het niet goed gehoord’, is
uiterst vervelend. Sommigen geven dit tamelijk vlug op en houden zich
dan wat afzijdig in het gesprek. Ze knikken wel en lachen mee alsof ze
het allemaal wel gehoord hebben, enkel maar om de anderen niet meer tot
last te zijn dan nodig, maar in feite hebben ze er geen snars van
verstaan.
Gehoorstoornis leidt vaak tot een gevoel van ‘er niet
bijhoren’, van ‘buiten de groep staan’, tot een gevoel van isolement, en
dat doet pijn, meer dan wij vermoeden. Deze pijn is het grootst bij
mensen die doof geboren zijn. Deze kunnen zich ook niet uitdrukken in de
gewone taal die wij normaal gebruiken. Deze mensen kunnen ook niet
spreken, ze zijn stom. Een taal immers kan men maar leren spreken als
men ze eerst heeft horen spreken.
Het evangelie van vandaag beschrijft hoe Jezus zijn vingers
in de oren van een doofstomme steekt, en met speeksel zijn tong
aanraakt. Zoiets zouden wij nooit doen, zelfs niet durven doen. Wij
hebben geleerd van iemand af te blijven, van lichamelijke contacten
zoveel mogelijk te vermijden. Die zijn verdacht. Met een klinkende mep
kunnen mensen zich vaak gemakkelijker verzoenen dan met een liefdevolle
streling. Een mep in volle gelaat zal men wel verdiend hebben, een
liefdevolle aanraking kan men niet verdienen. Nochtans kunnen en moeten
we zeggen dat een mens vaak genezen wordt door tedere aanrakingen, door
echte nabijheid, doordat we dicht bij hem of haar zijn; zoals we ook
kunnen zeggen dat iemand vaak ziek wordt door gemis aan contact, door
isolatie, door opgeslotenheid en afgeslotenheid.
Jezus stak zijn vingers in dovemansoren, Hij raakte de tong
van de stomme aan, gaf een hand aan een melaatse, legde de mensen de
handen op. Door al deze tekenen heeft hij vele mensen genezen. Hij deed
mensen weer zien, horen, spreken, gaan. Hij haalde mensen er terug bij.
Hij haalde hen terug in de kring van de levenden. Ze mochten er weer bij
zijn en mee doen. Ze mochten weer leven en voluit leven.
In onze wereld zien wij vaak het omgekeerde gebeuren.
Mensen worden uitgestoten, mogen niet meedoen; om een de of andere reden
horen ze er niet bij; want ze zijn hardhorig, blind, verlamd, behoren
tot een andere cultuur, hebben een andere godsdienst,…enfin, ze zijn
niet zoals wij, zo’n keurige en nette mensen als wij…
‘En Jezus slaat zijn ogen ten hemel!’, staat er in het
evangelie, en Hij zucht. Wat zijn we in ’s hemelsnaam toch aan het doen?
Waarmee ben je in ’s hemelsnaam toch bezig? Ja, ‘Jezus zucht’ staat er;
hij zucht nog altijd over mensen en hij roept het uit: ‘Ga toch open’,
‘Effeta’. Het is een van de weinige woorden in de het evangelie die in
het Aramees zijn blijven staan, de moedertaal van Jezus. Naast ‘talita koemi’ (meisje, ik zeg je: sta op, gericht tot het dochtertje van Jaïrus)
en ‘Eli, Eli, lama sabaktani’ (mijn God, waarom heb je mij
verlaten; de noodkreet van Jezus op het kruis). Het moeten dus wel
woorden zijn die grote indruk hebben gemaakt op de mensen die ze
hoorden.
Effeta’, ga toch open! Het woord is niet enkel gericht tot
de oren en de mond van de doofstomme. Het is tot heel die mens gericht.
Het is niet enkel mond en oren die ontsloten moeten worden, maar heel
die mens. Het is heel die mens die open moet komen: open voor het
schone, open voor zijn medemensen, open ook voor Jezus. Hij zal de
geslotenheid van het eigen wereldje moeten verlaten.
‘Effeta’, ga toch open! is ook tot ons gericht die vandaag
dit evangelie horen. Het klinkt als een oproep om als mens open te
komen, uit te breken uit de opgeslotenheid van ons eigen hart, van ons
eigen bestaan: het is als een oproep om niet doof te zijn voor al het
mooie en positieve in de wereld, voor al de goede woorden die er
klinken.Wij letten te veel op het negatieve; we moeten meer open staan
voor al het positieve dat gebeurt; het is een oproep om niet doof te
zijn voor de noodkreet van zoveel mensen rondom ons en hen te genezen
door onze aandacht en zorgende nabijheid; om niet doof te zijn voor
Jezus en zijn blijde boodschap, maar deze volmondig uit te dragen en te
verkondigen aan deze wereld in deze tijd.
Als dat gebeurt, dan zal de nieuwe tijd, waarover Jesaja
het heeft in de eerste lezing, werkelijkheid worden. Jesaja schildert
deze nieuwe tijd af als een nieuwe lente. In de steppe zullen beken
ontspringen en in de woestijn zullen rivieren gaan stromen. Alle mensen
zullen nieuw worden; lammen zullen dansen van plezier, blinden gaan zien
en doven gaan horen en zij die niet kunnen of mogen spreken, krijgen het
woord. Daarom: vat moed en vreest niet.
Met Jezus van Nazaret is deze nieuwe tijd definitief
doorgebroken; moge met ons, zijn volgelingen, deze nieuwe tijd hopelijk
bestendigd worden.
Jan
Arnouts o.p.
Voorbeden
Hardheid en geweld komen dikwijls voort uit het feit dat we niet naar
elkaar luisteren omdat we onze eigen wil doordrijven. We bidden om
kracht die ons openstelt voor elkaar.
- Dat we onze verscheidenheid in visie leren ombuigen naar samenhorigheid,
- Dat we oor hebben voor mekaars woord en bouwen aan een wereld
waar het goed is om samen te leven.
-
We denken aan ons gezin, onze familie en vrienden, onze Dominicushuis – en buurtgemeenschap, …
(Stilte)>
- Dat we blijven luisteren naar wat overledenen ons te zeggen hebben
door wat hun manier van leven was.
Dat we met hen blijven dialogeren.
God, we gaan U ter harte. We zijn ervan overtuigd dat U
naar ons luistert. We hopen steeds meer oor te krijgen
voor wat U ons te zeggen hebt. Dan wordt onze aarde uw
hemel vandaag, elke dag opnieuw en tot in eeuwigheid.
Amen.
Gebed over de gaven
God, zoals het
brood waarmee we deze tafel hebben gedekt, is gemaakt uit het graan,
verspreid over veel velden;
zoals de wijn die
we hebben uitgeschonken in de beker van het verbond is geperst uit
druiven, verspreid over veel druivelaars, zo kan heel de mensheid één
worden. Het zal gebeuren, God, als we elkaar niet stom voorbijlopen maar
elkaar helpen om uw woord te spreken en ernaar te luisteren. Dan worden
de mensenrechten erkend, wordt geweld verworpen, ontmoeten we elkaar in
dankbaarheid om alle verscheidenheid, in verzoening van tegenstellingen
heen, vandaag en tot in eeuwigheid. Amen.
Slotgebed
U kunt het waarschijnlijk moeilijk verdragen dat we
elkaar woordeloos voorbijlopen, of dat we niet luisteren naar wie ons aanspreekt. Daarom
waren we hier: om onze oren weer te openen, om te zoeken naar een taal
die gerechtigheid spreekt.
Dan
weten wij dat U het wonder waarover het evangelie vertelde zich bij ons
kan voordoen, vandaag en morgen en tot in eeuwigheid.
Amen.
Zending en zegen
Dankbaar mochten wij
Gods toewijding vierenaan
een wereld in wording.
Opdat Hij voor de ontwikkeling van die goede wereld
op
onze medewerking mag rekenen,
vragen wij om zijn zegen.
Ga
met ons…
top
terug
|
|
|