Dominicaans leven 2003/3  

 


Wie bidt er nog?

Wie bidt er tegenwoordig nog? Jonge mensen vast niet, zullen velen denken. Daarom sprak ik met twee jonge mensen over hun gebedsleven. Pieternelle (29), alleenstaand, rooms‑katholiek uit Antwerpen en Dirk (33) getrouwd, twee kinderen, protestant uit Boechout. Ik had met hen beiden afzonderlijk een gesprek en vroeg hen of ze wel eens bidden.

Dirk

Dirk is protestants opgevoed, zijn vrouw is katholiek. Ze zijn oecumenisch getrouwd en proberen hun kinderen een christelijke opvoeding te geven. Hij is er door zijn vrouw achter gekomen dat de kernpunten van het katholieke en protestantse geloof hetzelfde zijn. Hun kinderen (4,5 en 3 jaar) gaan naar een katholieke school.
In het gezin van Dirk zijn er vaste rituele momenten waarop er gebeden wordt. Voor het eten bidden ze een vast gebedje, waarin ze God vragen om het eten te zegenen.
"Heer, zegen deze spijze. Amen."
De kinderen zijn er al zo aan gewend dat ze reclameren als dat niet gebeurt. Voor het slapengaan zeggen de kinderen ook een vast gebed ("Ik ga slapen, ik ben moe."). Het is voor de kinderen een signaal dat het tijd is om te gaan slapen, het geeft hen rust. Dirk en zijn vrouw hebben de kinderen nog niet uitgelegd wat dat gebed betekent. Dat lijkt hem ook niet zo eenvoudig. Nu is het vooral een routine.

Het gebed is iets wat ze binnen de muren van hun huis doen, daarbuiten niet. Toen Dirk als uitwisselingsstudent in de VS was, zag hij dat daar mensen ook bijvoorbeeld in een restaurant bidden. Dat doet hij nooit. "Dat doe je niet, in België? zie je dat nooit. Ik denk dat je ook wel vreemde blikken zou krijgen."
Dirk en zijn vrouw bidden zelf voordat ze gaan slapen ook het 'rituele' gebed dat ze met hun kinderen bidden. Verder bidden ze samen nooit. "Ik bid wel sporadisch in stilte persoonlijk. Ik heb nooit geleerd om in publiek of zelfs in familiekring luidop te bidden. Dat vind ik moeilijk. In de kerk kan ik ook niet onvoorbereid een voorbede doen, als me dat gevraagd wordt. Het stil persoonlijk gebed is niet altijd even samenhangend, terwijl een gebed dat je luidop uitspreekt toch enige samenhang moet hebben. Mijn persoonlijk gebed is iets waar de buitenwereld weinig mee te maken heeft. Ik bid vooral in moeilijke tijden. Dan is het iets wat ik gebruik om mezelf gerust te stellen. Het is rustgevend doordat ik een keer heb kunnen vertellen wat er aan de hand is.

Eigenlijk is er niet zo veel verschil tussen rustig nadenken over een moeilijke situatie en bidden. Het verschil is de vorm. Als je bidt, doe je het in de vorm van een gesprek naar God toe. Ik heb geen van standaardmanier van bidden.

Ik ga slapen, ik ben moe,
'k sluit mijn beide oogjes toe,
Here, houd ook deze nacht
over mij getrouw de wacht.

't Boze dat ik heb gedaan
zie het Here toch niet aan.
Schoon mijn zonden vele zijn,
maak om Jezus' wil mij rein.

Zorg voor de arme kinderen, Heer
en herstel de zieken weer.
Ja voor alle mensen saam
bid ik U in Jezus' naam. Amen.

Maar soms is een vast gebed wel een goed vertrekpunt.

Dat kinderslaapgebed, 'Ik ga slapen, ik ben moe', kan een goed uitgangspunt zijn omdat daar een aantal aspecten inzitten die je helpen om de dingen op een rijtje te zetten. Het vraagt enerzijds om bescherming en anderzijds zegt het zoiets van Goh, wat heb ik vandaag voor idiote dingen gedaan, is dat wel verstandig geweest? Heb ik daar geen mensen mee gekwetst? Op die manier kom je vaak van het een in het ander.

 

Vanaf dat we getrouwd zijn en kinderen gekregen hebben. ben ik minder bewust met het geloof bezig dan tijdens het middelbaar en op de universiteit. Dan denk je veel meer over de dingen na. Er blijven een heleboel vragen, maar op dit moment heb ik geen tijd om rustig na te denken. We zitten in de routine van opstaan-werken-eten-kinderen naar bed brengen. En die routine is nodig om het vol te houden."

Pieternelle

Pieternelle bidt vrijwel elke dag. "Ik vraag God dat Hij me begeleidt in m'n beslissingen in m'n leven, mijn werk, mijn familie en de relatie met mijn vriend. Ik vraag Hem dat Hij me evenwichtige beslissingen wil laten nemen en me op m'n weg wil zetten. Mijn beslissingen moeten zijn beslissingen zijn. God leidt mijn leven. Een paar jaar geleden heb ik een gespreksgroep over Samuel gevolgd. Daar leerden we dagelijks te bidden en zo een relatie met God op te bouwen. Ons werd aangeraden bij elk gebed tenminste voor drie dingen van de afgelopen dag te danken en voor één ding vergiffenis te vragen. Het gebed wordt zo een soort terugblik op de dag.

Ik heb geen vast tijdstip waarop ik bid. Dat was wel aangeraden in de Samuelgroep. Het gebed is echt een manier om een relatie te onderhouden, hé? Soms vraag ik gewoon in de auto terugkerend van mijn werk: 'God, help me'. Vroeger thuis baden we wel voor het eten. Nu doe ik dat niet meer, hoewel ik het wel een mooi gebruik vind. Je wordt er rustig van en je concentreert je op het eten. Het geeft eerbied voor het eten en voor het feit dat je kunt eten. Daarvoor kun je dan danken.
Als ik voor mezelf ga bidden, maak ik altijd eerst een kruisteken. Vaak kniel ik en ik probeer echt te spreken met God. Soms doe je dat met mensen samen, in de kerk bijvoorbeeld. Maar verder bid ik zelden samen met iemand. Toen ik eens van de Pyreneeën naar Santiago de Compostella wandelde met het jeugdbisdom van Gent, deden we dat wel. Er waren veel momenten van bezinning en er was een priester mee die ons leerde contact te maken met God. Hij leerde ons daar technieken en manieren voor. Manieren van bezinning, maar ook periodes van stilte tijdens de wandeling. Vóór die pelgrimage was God voor mij onbereikbaar. Sindsdien heb ik een veel persoonlijker relatie met God. Nu weet ik dat God er altijd is voor iedereen.

God is geen heldenfiguur met een toverstaf. God is van een andere dimensie, een tovenaarsfiguur is veel te materieel gedacht. Het is mogelijk om contact met de andere dimensie te hebben. Daar word je rustiger van. Stabieler. Natuurlijk ben ik nog wel eens triest. Bijvoorbeeld over het feit dat mensen sterven. Maar ik ben veel rustiger. Ik heb het gevoel dat ik ondersteuning krijg. Dat alles niet zo op het menselijk wereldse is vastgepind. Dat relativeert veel. En dat geeft ruimte. Het geeft een groter vertrouwen in het leven. Ik voel me meer mens, minder benepen, minder bekrompen, minder bang. Omdat ik er niet alleen voor sta.

 Bidden is dus mijn leven in Gods hand leggen. Hem steun vragen voor sommige dingen. Het is een bevrijding te kunnen geloven. Alles is niet wetenschappelijk te verklaren. Wat misloopt in de wereld, is waar alleen macht, geld, zelfverheerlijking tellen, en daar is God precies niet meer te vinden.Voor dit soort dingen bid ik. En ik bid natuurlijk ook voor veel persoonlijke dingen. Ik heb niet zo'n groot politiek engagement, maar ik vraag God wel dingen anders te doen.

Ik bid nooit in het openbaar. Wel als me gevraagd wordt voorbeden te zeggen in de kerk. Ik vind het te persoonlijk, te kwetsbaar. Ik zou bovendien gestoord worden door de omgeving.
Je staat er niet alleen voor. Door het geloof wordt het individualisme en het puur wetenschappelijke denken ontkracht. Als gelovige kun je de maatschappij relativeren. Maar je moet natuurlijk wel de kwaliteiten zien van de maatschappij waarin je leeft, en tegelijkertijd geloof hebben."

                                                                                                Desiree Berendsen

Met dank overgenomen uit De Open Poort, september 2003.

=> Terug  => Startpagina