VIERINGEN in het DOMINICUSHUIS

   
   

 

Vreugde
(14 december -3de adventszondag)

Welkom!
Gereed voor dit feest, hebben zojuist gezongen. Nu mag ik ieder van jullie welkom heten op dit feest. Want vandaag mogen we vijftig jaar priesterschap van pater Flamey vieren.

De lezingen van deze derde adventszondag lijken afgestemd op zo’ n jubileum.
(1) Vroeger zong men in de liturgie van deze zondag: ‘Gaudete in Domino semper, iterum dico gaudete. Verheug u altijd in de Heer, nogmaals zeg ik het: verheug u!
(2) Bij Paulus horen we : ‘ Verheug u in de Heer te allen tijde’.
(3) Zelfs de felle toon van Johannes’ prediking ('addergebroed en de bijl ligt aan de wortel van de boom') roept op tot vrede en bekering, tot een tijdloze vraag: Wat moeten we doen? 

‘ Delen’, ‘rechtvaardig zijn’ en ‘tevreden zijn met wat je hebt’ , in het bewustzijn van Gods nabijheid, van Gods zorg voor mensen.

Met pater provinciaal en de jaargenoten van pater Flamey, met de mensen van ten huize en zij die van ver gekomen zijn willen we de Heer dankzeggen. We zijn er ons van bewust dat hier vandaag samenkomen, rond iemand die al 50 jaar als priester advent viert, hier samenkomen op deze derde adventszondag, gave is en genade. We durven en willen het leven uitzeggen, uitzingen en vieren, ervan overtuigd dat gedeelde vreugde dubbele vreugde is!

Iemand had een droom: vrede  op aarde, levensvreugde en blijheid overal. Zo droomde God, wordt verteld. Droom mee, bekeer je ertoe, zegt Johannes de doper. Denk anders, doe anders en deel anders, horen wij vandaag, en de wereld om je heen zal nieuw worden.

Adventskaars…
Waar Gods licht wordt aangestoken, wordt  de wereld nieuw. Immanuël, God-met-ons wil Hij worden, hier en wereldwijd. Zijn licht wil Hij laten doorbreken in mensen die daarvoor ontvankelijk zijn, en die zijn licht van harte met elkaar willen delen. Wij mogen in ons midden ruimte scheppen voor het licht van zijn vrede.

Gebed om ontferming
In een wereld van welvaart blijkt delen, solidariteit en soberheid moeilijk. Daarom, God, vragen we om ontferming

 ‘Wat je moet doen,’ zegt Johannes,  ‘is de gewone dingen goed doen.’  Heer, ontferm U
‘Kijk eerst in je eigen omgeving’, zegt Johannes, ‘of er geen mensen door jou, of door anderen, worden onderdrukt, kleingehouden…’ Christus, ontferm U ..
‘Er moet een einde komen aan alle scheidingen die mensen tussen elkaar hebben opgetrokken’, zegt Johannes, ‘want daardoor kunnen zij elkaar niet meer bereiken’.
Gij, die steeds een nieuw begin maakt met mensen, wees hier aanwezig. Gij, die tot leven wekt, doet opstaan uit de duisternis wees hier aanwezig.

Openingsgebed

God, die woont in onze buurt en wereldwijd, die de wereld vreugde bereidt en mensen doet samenleven in rechtvaardige liefde, schenk ook ons uw liefde als wij naar uw woorden luisteren en zend ons uw bode van trouw, Jezus, bron van hoop voor alle mensen vandaag en alle dagen die komen. Amen.

Homilie

Goede vrienden,
We hebben de derde kaars aangestoken: we kijken uit naar Hem die komen gaat en die reeds lang in ons midden is.
De eerste lezing uit de Filippenzenbrief doet ons vermoeden, reeds nu, dat de aanwezigheid van de Heer onze God én vreugde eigenlijk wezenlijk samengaan. Wat er in een mensenleven aan niet te ontkomen leed ook aanwezig is: de ondertoon blijft: Iemand is nabij en gaat mede de weg als een medelijdende tochtgenoot die het allemaal wel verstaat. En daarom mag Paulus zeggen: “Wees onbezorgd”. Of je zou kunnen zeggen: als de echte zorgen je naar de keel grijpen en je de strot toeknijpen -want zo ís dat - besef dan dat je toch in Goede Handen bent. De vrede en vreugde waarover Paulus spreekt heeft duidelijk niets te maken met het karakter van een mens dat gemakkelijk of moeilijk kan zijn. Die vrede en vreugde is datgene wat een gelovig mens beleven kan als hij of zij, ondanks alles, zich geborgen weet in de nabijheid die we de Heer onze God mogen noemen. Van die Nabijheid zouden we aan andere mensen moeten verhalen, een gerucht de ronde laten doen, voortvertellen, overtuigen, met kracht, met moedige zachtheid, woorden vindend die de anderen verstaan kunnen omdat ze geplukt zijn uit het leven van de alledaagse mens. Geen theorieën of theologieën maar dialecten van het mensenhart van vandaag.
Maar jullie weten wel dat woorden weinig wegen als ze niet gedragen worden door ons handelen. Uit ons gedrag lezen mensen soms meer af dan uit de woorden die we gemakkelijk spreken. Me dunkt dat juist daarover de evangelielezing handelt. Mensen van allerlei slag, tollenaars, ook soldaten, vragen aan Sint-Jan de Doper wat ze eigenlijk moeten doen. Je zou kunnen zeggen: mensen zoals wij, die lijden aan angst om toekomst die niet duidelijk is, die zorgen hebben om de toekomst van hun kinderen, die vechten met eenzaamheid, die verloederd zijn, die lijden onder die verdomde oorlog in Irak, die de ogen wat sluiten als ze op TV horen en zien wat er aan geweld in midden Afrika is, die zorgelijk moeten zijn over hun arbeid en hun inkomen: deze mensen en mensen van toen vragen aan Sint-Jan de Doper: ”Wat moeten we doen?” Op de wegenkaart van het leven wijst Sint-Jan de hele gewone wegen aan. Om te getuigen van de nabijheid van de Heer moet een mens geen buitengewone dingen doen maar het alledaagse zó beleven dat de anderen mensen er beter van worden. Delen met hen die tekort hebben. Dat kan voedsel zijn, dat kan kleding zijn. Dat kan ‘tijd’ zijn. Tijd om geduldig te luisteren naar wat mensen doet verkommeren, naar hun eenzaamheid. Of zelfs eens luisteren naar hun vreugde omdat gedeelde vreugde dubbele vreugde is. ‘Niemand iets afpersen’ zegt de Doper. Noch geld, noch eer, noch tijd: je perst de mensen niet leeg om je eigen eer. ‘En tevreden zijn’, zegt diezelfde Doper. Onze maatschappij schept altijd nieuwe noden om de verkoop te laten floreren: de bankkaart moet door anderen zoveel mogelijk gebruikt worden. Maar welke charme gaat er uit van een mens die niet alles heeft wat de reclame aanprijst en die toch met een monkellach zegt: “Och, weet je, ik ben tevreden”?- Aan onszelf om die zorg om anderen concreet te maken en dus aan anderen te zeggen: ‘Verheug U. De Heer is nabij’. Verhaal over barmhartigheid en hoop moet verstrengeld zijn met léven in barmhartigheid  vanuit goede hoop. Dan is de Kerst reeds nu aanwezig.

Vandaag vieren we een speciale gebeurtenis: het gouden priesterjubileum van Pater Stefaan Flamey: op 19 december 1953 werd hij priester gewijd. Het startpunt van een intens dominicaans apostolaat, moeilijk in woorden te vangen, omdat het een caleidoscoop is van ontelbare vormen van inzet voor anderen in Gods naam. Hij is me dunkt een voorbeeld van wat we in de eerste lezing hoorden: “Wees onbezorgd”. “Wees blij”. Ook van de zorg voor anderen, zoals we die hoorden in de evangelielezing. Gedreven door de Geest: zo zou ik hem willen typeren. De ontelbare retraites en sermoenen voor jong en oud kunnen we in grote letters op zijn palmares schrijven. Ik denk dat we er bovendien moeten op noteren dat hij in onze Vlaamse provincie zeker de recordhouder is van het aantal jaren prior en overste zijn: hij staat in ons Vlaams-dominicaans Guiness-book of records van officiële zorg voor confraters. Hopelijk valt een persoonlijke noot niet uit de toon. En dan zou ik hem zeggen: “Weet je nog, Stefaan, in de tijd dat je nog Willem heette, dat ik bij jou op de kamer kwam in Gent en dat we samen een kleinigheidje verorberden terwijl we mekaar de zorgen van de dag vertelden?” Het deed me veel deugd, toen in de jaren 1965 tot 1967. Jij was toen daar de goede econoom – ook dat was een hele inzet voor jou - en het was voor jou een koud kunstje om aan een klein snackje te geraken. Samen met die snack slikten we onze zorgen door en beoefenden we daarna wat in de eerste lezing staat: Wees altijd blij! Het waren toen reeds de zorgelijke jaren waarin 1968 aan het broeden was. Bedankt. Deze homilie kan natuurlijk geen tafelspeech worden en moet daarom de vorm behouden van een dankwoord in de eerste plaats tegenover de Heer onze God  van wie Stefaan gedurende vijftig jaren zijn goede, uitstekende priesterlijke handlanger is geweest. Ook een dankwoord vanwege de confraters die zoveel jaren op hem konden rekenen als overste en confrater. En héél héél zeker ook een dankwoord van alle mensen waarvoor Stefaan in zijn dominicaans priesterleven een teken van Gods nabijheid is geweest. En weet, Stefaan, dat deze dank geen dank voor de vorm is maar een warme, hartelijke, voldragen dank. Zoals mensen mekaar echt kunnen danken.

Nog eenmaal 'advent': vol zorgen maar onbezorgd kijken we uit naar Hem die komen gaat en reeds lang in ons midden woont. Naar Hem wiens aanwezigheid we al lang vermoed hebben omdat we mensen als antwoord op de vragen aan de Doper, in Zijn naam aan het werk zagen.

A. Vaganée o.p.

Geloofsbelijdenis

Ik geloof in Hem die heet: 'Ik-zal-er-zijn-voor-u'.  
Hij is de kern,
de Bron van alles wat bestaat. Op Hem wil ik mijn leven afstemmen en zij naam maken tot rode draad in mijn handelen.

Ik geloof in Jezus de levende belichaming van die Naam.  
In Hem heeft onze God handen en voeten gekregen. In Hem is zijn Naam werkelijkheid geworden. Ik geloof dat Hij niet vergeefs heeft geleefd en niet vergeefs gestorven is, maar dat Hij elke dag opnieuw verrijst in mensen, die vandaag zijn liefde belichamen.

Ik geloof in zijn Geest,
die ook vandaag mensen bezielt en aanzet om zijn manier van leven tot de hunne te maken, en de weg te gaan van breken en delen, van goedheid en verbondenheid, van recht en vrede, en altijd weer ten bate van kleinen.

Ik geloof in de kerk,
uitgerust met de kracht van de heilige Geest en gezonden om de mensen te dienen. 

Ik geloof in Hem die heet: “Ik-zal-er-zijn-voor-U”,
en ik weet: Hij is te doen. Amen.

Voorbeden
Omdat we onze zorgen en onze vreugden mogen delen met God bidden we... rond de jubilaris.

Bidden wij voor alle mensen die vandaag iets te vieren hebben, dat zij er vreugde aanbeleven.
Laten we bidden dat zij die, zoals Johannes, de waarheid zeggen, bij ons welkom zijn: dat we hen echt verstaan.
Laten we bidden dat we welkom zijn bij elkaar, hart en huis openhouden voor hen die ons nodig hebben.
Bidden we in stilte of luidop voor wat ons nu ter harte gaat….. Luister, Heer…

Offerandegebed

Goede God, uit dankbaarheid bidden wij voor al het goede van het leven dat ons ten deel is gevallen. Waar mensen bereid zijn om samen aan tafel te gaan, om te delen en te vieren, zoals hier en nu, daar ervaren we U, God, aanwezig. Rond die tafel, tussen die mensen groeien bezinning en rust, solidariteit en zorg voor elkaar. Wij hopen en bidden, God, dat we elkaar hier beleven als uw geschenk en dat er wereldwijd echte solidariteit mag groeien. Bereid vreugde, God, in brood en beker, dit uur en alle dagen van ons leven.

Tafelgebed

Wij danken U, Heer, voor Hem, die naar menselijke gewoonte met een naam genoemd werd, toen Hij in een ver verleden werd geboren, ver van ons.
Die genoemd werd Jezus, zoon van Jozef en Maria, zoon van mensen.
Die ook zoon van God genoemd wordt, visioen van vrede, Licht van de wereld, weg ten leven, levend brood en ware wijnstok. Omwille van Hem kunnen we nu zingen:
Heilig, heilig, heilig…

 Die geliefd en onbegrepen werd bewaard in taal en teken als een eeuwenoud geheim, als een wachtwoord doorgegeven,
als een vreemd, vertrouwd verhaal.
Die een naam in mijn geheugen, die een stem van mijn geweten, die mijn waarheid is geworden. Hem gedenk ik hier en noem ik als een dode die niet dood is, als een levende geliefde.
Die gekozen heeft te leven voor de armsten van de armen, helper, reisgenoot en broeder van kleine mensen.
Die toen Hij rondtrok door de dorpen van zijn land mensen aantrok en bezielde en verzoende met elkaar.Die zijn leven voor zijn vrienden prijsgaf, door een vriend verraden;
die getergd tot op het kruis voor zijn vijand heeft gebeden; die van God en mensen verlaten, is gestorven als een slaaf.

Die de laatste avond van zijn leven het brood van de tafel heeft genomen en het aan zijn leerlingen heeft gegeven met de woorden:
“Neemt en eet, dit is mijn lichaam, voor u gebroken, aan u toevertrouwd.”
Die op het einde van de maaltijd ook de beker heeft genomen, en aan zijn leerlingen aangereikt met de woorden:
“Neemt en drinkt hieruit, dit is de beker van mijn bloed, teken van een nieuw verbond, vergoten tot vergeving van de zonden. Blijf dit doen om Mij te gedenken.

Heer Jezus, wij verkondigen uw dood en wij belijden tot Gij wederkeert dat Gij verrezen zijt.   Die als graan geoogst zal worden, die als brood gedeeld wil worden om in mensen mens te worden. Die verborgen in zijn God, onze vrede is geworden; onze ziel tot rust deed komen; die ons groet vanuit zijn verte, die ons aankijkt van dichtbij, als een kind, een vriend, een ander…

Slotgebed

Elke dag kan worden tot een feest als wij leven van top tot teen.   Elke dag kan worden tot een feest als wij mensen echt ontmoeten.   Wees met ons, God, elke dag van de avond tot de morgen. Amen.

Zending en zegen
Waar velen gaan delen, wordt de wereld nieuw. Dat was de boodschap van dit uur, waarin Gods droom de onze mocht worden. Moge Hij ons zegenen, opdat wij er met velen toe bewogen worden de droom delend waar te maken, in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Amen

top terug