|
Het
celibataire leven
Pater
Jaak Vandenbulcke (Leuven) heeft onlangs voor een groep jongere confraters
(jong in de dominicaanse betekenis van het woord) de vruchten van enkele
jaren studie over het celibataire leven gepresenteerd. Het was een
literatuurstudie. Hij heeft zijn licht opgestoken bij een indrukwekkend
aantal auteurs, van Thomas van Aquino tot Thomas Moore (let wel: niet de
heilige Thomas More), A.A. Terruwe, Roger Burggraeve, Piet Nijs en Marcel
Ploem. Zijn lang en geleerd betoog kan samengevat worden in drie
eenvoudige stellingen. Echt revolutionair zijn ze wel niet, maar ze houden
toch nogal wat verrassingen in.
Om te beginnen stelde
Vandenbulcke dat een celibatair leven seksualiteit niet mag uitsluiten
maar juist moet insluiten. "Lichamelijkheid en seksualiteit zijn
noodzakelijk voor echte menselijkheid en speciaal voor een echt
menselijke spiritualiteit. Er is geen spiritualiteit zonder seksualiteit."
Maar vloekt dit niet per definitie met de gelofte van kuisheid waardoor
kloosterlingen gebonden zijn? Niet per definitie. De seksuele beleving
kent een veel breder en rijker gamma van uitdrukkingsvormen dan de
geslachtsgemeenschap. En het is niet waar dat ze alleen de betekenis
hebben van voor- of naspel van geslachtsgemeenschap. Je vloekt dus niet
als je het woord 'celibataire seksualiteit' in de mond neemt. Dat wordt
verduidelijkt in een volgende stelling.
Het sleutelwoord
van de tweede stelling is 'weerhoudende liefde'. Een celibataire relatie
met iemand van het andere geslacht kan een seksueel gekleurde
liefdesrelatie zijn, maar dan in de vorm van een weerhoudende liefde. De
Nederlandse psychiater Terruwe zegt het zo: "Niet de onthouding van de
liefde, maar de onthouding van de geslachtsgemeenschap is het wezen van
het celibaat." Die liefde kan zich op veel manieren lichamelijk
uitdrukken. "Een hand vasthouden van een bange zieke, een schouder bieden
om tegen te leunen, een schoot om tot rust te komen en te bergen. Sussend
durven zoenen, helen durven strelen, beschermend durven omarmen..." (M.
Ploem). Een volgende stelling trekt daaruit verrassende consequenties.
Je kunt als
celibataire religieus of priester (en overigens ook als gehuwde persoon,
maar dat is een andere kwestie) met verschillende personen tegelijk een
telkens eigen 'weerhoudende' liefdesrelatie hebben. 'Weerhoudend' wil dus
zeggen dat het niet gaat om echtelijke relaties, je bent immers met
niemand getrouwd. Een te lelijk woord hiervoor is 'celibataire
veelwijverij', maar het drukt wel goed uit waar de moeilijkheid ligt.
Jaloezie zal zeker om de hoek komen kijken, in de zin van: 'Als je mij als
vriendin wil houden, moet je die andere de bons geven'. Relaties kunnen
erdoor vergiftigd worden (dat gebeurt ook weleens in een
huwelijksrelatie). Het is een sterke liefde die geen last heeft van
jaloezie.
Niet iedereen zal
het op alle punten met pater Vandenbulcke eens zijn. Maar zijn confraters
zijn hem dankbaar omdat hij een kwestie open en bloot op tafel heeft
gelegd waarover te vaak te zedig, om niet te zeggen angstvallig, wordt
gezwegen.
De redactie
|