Dominicaans leven

2003/2


Terug



 Het celibataire leven

Pater Jaak Vandenbulcke (Leuven) heeft onlangs voor een groep jongere confraters (jong in de dominicaanse betekenis van het woord) de vruchten van enkele jaren studie over het celibataire leven gepresenteerd. Het was een literatuurstudie. Hij heeft zijn licht opgestoken bij een indrukwekkend aantal auteurs, van Thomas van Aquino tot Thomas Moore (let wel: niet de heilige Thomas More), A.A. Terruwe, Roger Burggraeve, Piet Nijs en Marcel Ploem. Zijn lang en geleerd betoog kan samengevat worden in drie eenvoudige stellingen. Echt revolutionair zijn ze wel niet, maar ze houden toch nogal wat verrassingen in.

Om te beginnen stelde Vandenbulcke dat een celibatair leven seksualiteit niet mag uitsluiten maar juist moet insluiten. "Lichamelijkheid en seksualiteit zijn noodzakelijk voor echte menselijkheid en speciaal voor een echt menselijke spiritualiteit. Er is geen spiritualiteit zonder seksualiteit."
Maar vloekt dit niet per definitie met de gelofte van kuisheid waardoor kloosterlingen gebonden zijn? Niet per definitie. De seksuele beleving kent een veel breder en rijker gamma van uitdrukkingsvormen dan de geslachtsgemeenschap. En het is niet waar dat ze alleen de betekenis hebben van voor- of naspel van geslachtsgemeenschap. Je vloekt dus niet als je het woord 'celibataire seksualiteit' in de mond neemt. Dat wordt verduidelijkt in een volgende stelling.

     Het sleutelwoord van de tweede stelling is 'weerhoudende liefde'. Een celibataire relatie met iemand van het andere geslacht kan een seksueel gekleurde liefdesrelatie zijn, maar dan in de vorm van een weerhoudende liefde. De Nederlandse psychiater Terruwe zegt het zo: "Niet de onthouding van de liefde, maar de onthouding van de geslachtsgemeenschap is het wezen van het celibaat." Die liefde kan zich op veel manieren lichamelijk uitdrukken. "Een hand vasthouden van een bange zieke, een schouder bieden om tegen te leunen, een schoot om tot rust te komen en te bergen. Sussend durven zoenen, helen durven strelen, beschermend durven omarmen..." (M. Ploem). Een volgende stelling trekt daaruit verrassende consequenties.

     Je kunt als celibataire religieus of priester (en overigens ook als gehuwde persoon, maar dat is een andere kwestie) met verschillende personen tegelijk een telkens eigen 'weerhoudende' liefdesrelatie hebben. 'Weerhoudend' wil dus zeggen dat het niet gaat om echtelijke relaties, je bent immers met niemand getrouwd. Een te lelijk woord hiervoor is 'celibataire veelwijverij', maar het drukt wel goed uit waar de moeilijkheid ligt. Jaloezie zal zeker om de hoek komen kijken, in de zin van: 'Als je mij als vriendin wil houden, moet je die andere de bons geven'. Relaties kunnen erdoor vergiftigd worden (dat gebeurt ook weleens in een huwelijksrelatie). Het is een sterke liefde die geen last heeft van jaloezie.

     Niet iedereen zal het op alle punten met pater Vandenbulcke eens zijn. Maar zijn confraters zijn hem dankbaar omdat hij een kwestie open en bloot op tafel heeft gelegd waarover te vaak te zedig, om niet te zeggen angstvallig, wordt gezwegen.

                                                                                                         De redactie