Het christelijk verschil
Zijn christenen meer, beter of gewoon anders? Ze tonen
hun originaliteit (moeten ze tonen) vooral op vier vlakken: in hun sociaal
engagement (christelijke sociale bewegingen, de eigen vakbond, het
ziekenfonds...), in het onderwijs, in hun eigen aanvoelen van de
werkelijkheid, door hun geloof in een Levende: de verheerlijkte Christus.
Niemand kan ontkennen dat levensbeschouwelijke keuzes een
steeds kleinere rol spelen in het maatschappelijk leven. Het is een algemeen
verschijnsel. Maar voor een christelijke organisatie is die
levensbeschouwelijke verbleking niet het grootste gevaar. Het zijn veeleer
de groeiende overheersing van een bureaucratische mentaliteit en van een
louter instrumenteel denken die de christelijke boom dreigen te overgroeien.
Zijn christelijke inworteling moet zijn levenssappen blijven doordringen.
Ook voor christelijke instellingen moet het duidelijk zijn, en ze kunnen het
andere duidelijk maken, dat het een illusie is te denken dat men kan leven
en werken zonder geheugen en traditie. Tot op vandaag is onze hele cultuur
doordesemd van waarden die in oorsprong joods-christelijk zijn. Niet de
minst belangrijke is de bijzonderheid, het unieke karakter van elke
menselijke persoon, en tegelijk het feit dat hij gevat is in een netwerk van
relaties met dingen, mensen en God. Christenen leggen eigen accenten in
algemeen-menselijke waarden. Dat is hun originaliteit. Ze speelt haar rol in
de dialoog (de 'concurrentie') met andere instellingen. Maar ze brengen ook
specifiek christelijke waarden aan bod die men niet terugvindt in het
humanisme. Denk aan de evangelische zaligsprekingen, aan de waarde van
vergiffenis - zevenmaal zeventig keren - en de oproep om ook vijanden lief
te hebben.
De 'meerwaarde' van katholieke scholen bestaat niet in de
hoge kwaliteit van hun onderwijs die hun
waarmerk heet te zijn, maar in hun eigen pedagogisch project. Een wezenlijk
element is het streven naar een omvattende en inclusieve benadering van de
werkelijkheid. Men houdt het niet bij de vragen naar 'wat' en 'hoe'. In de
eerste plaats komt de 'waarom'-vraag. De godsdienst drukt deze door naar de
vraag naar het 'ultieme waarom'. Dat geldt ook voor het universitair
onderwijs. Wetenschap en onderzoek zijn pas af als ze met de 'waarom'-vraag
hebben geworsteld.
De diepste originaliteit
Men zegt soms dat de christelijke levensbeschouwing een
vrijblijvende precisering van de roeping van alle mensen is. Hoe je deze
algemene roeping invult, hangt af van waar je geboren bent, je karakter, je
ouders en voorouders. Wie zo ziet, beschouwt het christendom als één
mogelijke invulling naast het jodendom, de islam, het boeddhisme, de
vrijzinnige levensbeschouwing. Maar het christendom is niet zomaar een
variant van de algemeen menselijke religie.
Het christendom wijkt in essentie af van andere
godsdiensten en levensbeschouwingen door zijn grondvesting in het geloof dat
God op een gegeven moment in de geschiedenis in de gestalte van een mens is
verschenen. Daar ligt ook de moeilijkheid. Hoe kunnen goddelijke dingen zo
klein zijn en gesitueerd in tijd en ruimte? Zo is het gebeurd: God en mens
die onverdeeld en onvermengd samenkomen in de figuur van Jezus. Het is de
openbaring van God in een mens die zo totaal nieuw en onuitgegeven is waar
het christendom zijn diepste originaliteit aan te danken heeft.
Er zijn oprechte humanisten die de figuur van Jezus
loskoppelen van zijn boodschap. Ze zien hem als een begenadigd medium van
een hoogstaande menselijke wijsheid waar ook zij een boodschap aan hebben.
Maar christenen zeggen: voor ons gaat het niet over een boodschap, maar over
een boodschapper. De Boodschapper (met hoofdletter) die zich heeft doen
kennen als 'de weg, de waarheid en het leven'.
Christelijk hopen en dromen
Christenen zijn mensen die aanvoelen dat er meer aan de
hand is dan men in de eerste plaats kan ervaren. Ze willen voorbij de
ervaarbare waarheid doordringen naar het mysterie achter het alledaagse. De
uiteindelijke waarheid is meer dan wat je onder woorden kunt brengen. Dé
waarheid komt op mij af.
Christenen hopen en dromen van een betere, een ideale
wereld. Ze hongeren naar een wereld met een overvloed aan gerechtigheid:
meer gerechtigheid dan nodig is voor een goed functionerende samenleving.
Het christendom is geen louter systeem is van normen en waarden. Het
spiegelt zich aan een levende persoon: Christus. Iedereen beseft dat het
navolgen van een persoon meer kracht en bezieling losmaakt dan het volgen
van een normen- en waardencodex. Het christendom huldigt ook een moraal van
de overvloed: de overvloedige liefde. De naastenliefde van christen
verschilt van die van andere mensen. Door in de ogen van de naaste niet
alleen een evenbeeld van zichzelf te zien, maar ook het gelaat van Christus,
is hun solidariteit met de medemens anders en persoonlijker gemotiveerd.
Wie overtuigd is van het belang van de waarden die hij
hoog schat - van hun 'meerwaarde - , wil ze ook op het publieke forum tot
hun recht brengen. Christenen weten dat ze dit aan hun geloof verplicht
zijn. Maar hoe sterk ook hun overtuiging, ze blazen niet hoog van de toren.
Hun manier van doen kan men samenvatten in het evangelisch beeld van de gist
in het deeg. Gist werkt bescheiden. Ze weten zich verplicht om te werken als
gist, ook nog vóór het deeg erom vraagt