D

ominicaans leven
  Tijdschrift van en voor de Vlaamse dominicaanse familie
  september 2007
 
Als Jezus leken zond...

 "Daarna stelde Jezus tweeënzeventig anderen aan, die hij voor zich uit zond. Hij zei tegen hen: de oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig" (Lucas 10, 12).

Een paar jaar geleden waren mijn vrouw en ik met vakantie in Vicq, een klein dorpje in het zuiden van het Franse departement Champagne-Ardenne. We waren er te gast bij een erg vriendelijk Limburgs echtpaar. Enkele jaren voordien hadden ze de leegstaande pastorie gekocht en gerestaureerd, en nu ontvingen ze er gasten in de formule chambres d'hôtes.
Vicq wordt vandaag 'bediend' door een pastoor van 84 jaar oud. Zijn parochie telt niet minder dan 32 kerken. Dat betekent dat er per kwartaal in elk van die kerken één weekendmis is. Samen met de feestdagen geeft dat zo'n vijf à zes missen per jaar per kerk. Heel uitzonderlijk is er hulp van een pater van eveneens rond de tachtig. Als deze pastoor wegvalt, zullen een paar tientallen van die 32 kerken onherroepelijk gesloten worden, want in de dorpen is er helemaal geen lekenwerking.

De geestelijke en kerkelijke kaalslag van Vicq en wijde omgeving, dat is wat ook ons binnen pakweg tien jaar te wachten staat. Ook bij ons bedienen sommige priesters al meer dan vijftien kerken en kleurt het uitzicht van die bedienaars behoorlijk grijs: hun gemiddelde leeftijd schommelt rond of boven de zeventig, en vernieuwing is er niet. Seminaries zijn vooral grote gebouwen waarin heel weinig jonge mannen te bespeuren vallen. In alle stilte voltrekt zich een crisis die er al tientallen zat aan te komen, en niemand weet hoe het verder moet. Officieel heeft de Kerk geen noodplan, officieus ook niet. Ons wacht dus dezelfde geestelijke woestenij als die in Vicq en wijde omstreken.

Dat heeft alles te maken met het evangelie waaruit ik een stukje heb geciteerd. Jezus had succes. Velen wilden met hem en zijn blijde boodschap kennismaken. De oogst was groot, maar arbeiders waren er weinig. Hij en zijn twaalf apostelen konden het werk niet meer af. Dus wees Jezus er tweeënzeventig anderen aan. Geen apostelen, geen mensen ook die hem altijd en overal volgden. Wel mensen die in hem en in zijn boodschap geloofden, en die ook tijdelijk bereid waren ze uit te dragen. Ze waren niet gevormd zoals de apostelen, ze waren leken in het vak, ze zouden wellicht niet altijd juist spreken en juist handelen, maar toch vertrouwde Jezus hun zijn boodschap en zijn verkondiging toe. Mensen in nood en mensen die uitzien naar opbeuring en verlossing kun je niet aan hun lot overlaten. Dat nooit, zei Jezus.

Ook vandaag is bij ons de oogst groot en zijn er weinig arbeiders. Veel te weinig arbeiders, zoals we weten. En wat zien we? Onze Kerk staat erbij en kijkt ernaar. Een plan voor de toekomst heeft ze niet. Want ze gaat er heel terecht van uit dat het niet onze Kerk is, maar Gods Kerk. Dus - en ik citeer letterlijk een van de kerkelijke bedienaars - "als God echt begaan is met zijn volk en met zijn Kerk, zal Hij wel zorgen dat er iets gebeurt." Die bedienaar lijkt precies te verwoorden wat er leeft bij de kerkelijke overheden.

Onze Kerk is inderdaad niet 'onze' Kerk, ze is Gods Kerk. Niet wij, niet de paus, niet de bisschoppen, niet de priesters dragen die Kerk, wel God. Maar of dat ook betekent dat we met z'n allen met de armen gekruist moeten zitten wachten tot God 'zorgt dat er iets gebeurt', is nog maar de vraag. Wij mensen zijn immers Gods ogen en oren, Gods hart, Gods stem, Gods handen en voeten. Als wij de armen kruisen en ergens gaan zitten wachten, heeft God dus geen ogen en oren meer, geen hart, geen stem, geen handen en voeten.

Maar kijk eens naar Jezus! Als er ooit iemand is geweest die zo dicht bij God stond dat hij zijn Zoon werd, dan was hij het. En wat zien we? Hij gaat niet met de armen gekruist zitten wachten tot zijn Vader ervoor zorgt 'dat er iets gebeurt', neen, hij neemt zelf het initiatief, zodat zijn Vader via hem en zijn volgelingen onder de mensen kan komen. En daarvoor doet Jezus een beroep op leken. Immers, als we de apostelen kunnen beschouwen als de voorgangers van de priesters, dan zijn die tweeënzeventig gelegenheidsverkondigers de voorgangers van de leken die zich voor de Kerk en het geloof willen inzetten.

Al te lang heeft onze Kerk weigerachtig gestaan tegenover de inzet van leken. Ook vandaag lijkt die weerstand niet gebroken. Misschien moeten onze kerkelijke overheden toch maar eens de koudwatervrees ten aanzien van leken van zich afzetten. Ze hebben daarbij een Voorbeeld met een heel grote V aan wie ze zich kunnen spiegelen: Jezus. Hij zag, oordeelde en handelde. Zonder koudwatervrees, want die had Hij nooit.

En is Hij niet de Weg, de Waarheid en het leven?

Romain Debbaut