Als Jezus leken zond...
"Daarna stelde Jezus tweeënzeventig
anderen aan, die hij voor zich uit zond. Hij zei tegen hen: de oogst is
groot, maar arbeiders zijn er weinig" (Lucas 10, 12).
Een paar jaar geleden waren mijn vrouw en ik met vakantie
in Vicq, een klein dorpje in het zuiden van het Franse departement
Champagne-Ardenne. We waren er te gast bij een erg vriendelijk Limburgs
echtpaar. Enkele jaren voordien hadden ze de leegstaande pastorie gekocht en
gerestaureerd, en nu ontvingen ze er gasten in de formule chambres
d'hôtes.
Vicq wordt vandaag 'bediend' door een pastoor van 84 jaar oud. Zijn parochie
telt niet minder dan 32 kerken. Dat betekent dat er per kwartaal in elk van
die kerken één weekendmis is. Samen met de feestdagen geeft dat zo'n vijf à
zes missen per jaar per kerk. Heel uitzonderlijk is er hulp van een pater
van eveneens rond de tachtig. Als deze pastoor wegvalt, zullen een paar
tientallen van die 32 kerken onherroepelijk gesloten worden, want in de
dorpen is er helemaal geen lekenwerking.
De geestelijke en kerkelijke kaalslag van Vicq en wijde
omgeving, dat is wat ook ons binnen pakweg tien jaar te wachten staat. Ook
bij ons bedienen sommige priesters al meer dan vijftien kerken en kleurt het
uitzicht van die bedienaars behoorlijk grijs: hun gemiddelde leeftijd
schommelt rond of boven de zeventig, en vernieuwing is er niet. Seminaries
zijn vooral grote gebouwen waarin heel weinig jonge mannen te bespeuren
vallen. In alle stilte voltrekt zich een crisis die er al tientallen zat aan
te komen, en niemand weet hoe het verder moet. Officieel heeft de Kerk geen
noodplan, officieus ook niet. Ons wacht dus dezelfde geestelijke woestenij
als die in Vicq en wijde omstreken.
Dat heeft alles te maken met het evangelie waaruit ik een
stukje heb geciteerd. Jezus had succes. Velen wilden met hem en zijn blijde
boodschap kennismaken. De oogst was groot, maar arbeiders waren er weinig.
Hij en zijn twaalf apostelen konden het werk niet meer af. Dus wees Jezus er
tweeënzeventig anderen aan. Geen apostelen, geen mensen ook die hem altijd
en overal volgden. Wel mensen die in hem en in zijn boodschap geloofden, en
die ook tijdelijk bereid waren ze uit te dragen. Ze waren niet gevormd zoals
de apostelen, ze waren leken in het vak, ze zouden wellicht niet altijd
juist spreken en juist handelen, maar toch vertrouwde Jezus hun zijn
boodschap en zijn verkondiging toe. Mensen in nood en mensen die uitzien
naar opbeuring en verlossing kun je niet aan hun lot overlaten. Dat nooit,
zei Jezus.
Ook
vandaag is bij ons de oogst groot en zijn er weinig arbeiders. Veel te
weinig arbeiders, zoals we weten. En wat zien we? Onze Kerk staat erbij en
kijkt ernaar. Een plan voor de toekomst heeft ze niet. Want ze gaat er heel
terecht van uit dat het niet onze Kerk is, maar Gods Kerk. Dus - en ik
citeer letterlijk een van de kerkelijke bedienaars - "als God echt begaan is
met zijn volk en met zijn Kerk, zal Hij wel zorgen dat er iets gebeurt." Die
bedienaar lijkt precies te verwoorden wat er leeft bij de kerkelijke
overheden.
Onze Kerk is inderdaad niet 'onze' Kerk, ze is Gods Kerk.
Niet wij, niet de paus, niet de bisschoppen, niet de priesters dragen die
Kerk, wel God. Maar of dat ook betekent dat we met z'n allen met de armen
gekruist moeten zitten wachten tot God 'zorgt dat er iets gebeurt', is nog
maar de vraag. Wij mensen zijn immers Gods ogen en oren, Gods hart, Gods
stem, Gods handen en voeten. Als wij de armen kruisen en ergens gaan zitten
wachten, heeft God dus geen ogen en oren meer, geen hart, geen stem, geen
handen en voeten.
Maar kijk eens naar Jezus! Als er ooit iemand is geweest
die zo dicht bij God stond dat hij zijn Zoon werd, dan was hij het. En wat
zien we? Hij gaat niet met de armen gekruist zitten wachten tot zijn Vader
ervoor zorgt 'dat er iets gebeurt', neen, hij neemt zelf het initiatief,
zodat zijn Vader via hem en zijn volgelingen onder de mensen kan komen. En
daarvoor doet Jezus een beroep op leken. Immers, als we de apostelen kunnen
beschouwen als de voorgangers van de priesters, dan zijn die tweeënzeventig
gelegenheidsverkondigers de voorgangers van de leken die zich voor de Kerk
en het geloof willen inzetten.
Al te lang heeft onze Kerk weigerachtig gestaan tegenover
de inzet van leken. Ook vandaag lijkt die weerstand niet gebroken. Misschien
moeten onze kerkelijke overheden toch maar eens de koudwatervrees ten
aanzien van leken van zich afzetten. Ze hebben daarbij een Voorbeeld met een
heel grote V aan wie ze zich kunnen spiegelen: Jezus. Hij zag, oordeelde en
handelde. Zonder koudwatervrees, want die had Hij nooit.
En is Hij niet de Weg, de Waarheid en het leven?
Romain Debbaut |
|