| |
|
Gedoopt: een opdracht
(13 januari - Doopsel
van Jezus)
OPENINGSGEBED
God, gij dwingt niet,maar tracht met geduld ons voor u
te winnen.
Wij bidden U:
doop ons dit uur met geestkracht en moed
opdat ook wij kiezen voor U
en ons volledig inzetten
voor de komst van Uw Rijk van vrede en gerechtigheid,
zoals Jezus deed,
uw dienaar, uw uitverkorene voor tijd en eeuwigheid.
HOMILIE
Verleden zondag verlieten we samen met de Wijzen uit
het Oosten Bethlehem. We namen afscheid van het kerstekind en zijn
familie, misschien zelfs met wat heimwee omwille van de sfeer waarin de
voorbije weken gehuld waren. Vandaag ontmoeten we geen pasgeborene meer,
maar een jonge man die bewust en doelgericht aan zijn levensopdracht
begint.
Jezus was ongeveer dertig jaar oud toen hij met zijn
ideeën over God en zijn idealen over de menselijke samenleving de straat
op ging. Tot die tijd leefde hij een teruggetrokken bestaan: in de
verborgenheid en de geborgenheid van Nazaret. Het was een periode waarin
zijn roeping ontstond, gestalte kreeg en rijpte; het werd hem steeds
duidelijker dat God van hem iets meer verwachtte.
In die tijd trad er een zekere Johannes op, een rare
vogel die leefde aan de rand van de woestijn. De priesters en de
wetgeleerden moesten er niet veel van hebben. Hij leerde dat mensen er
niet waren met het onderhouden van de wet, en riep hen op ‘ anders te
gaan leven’. Hij nam ook geen blad voor zijn mond. Hij heeft het zelfs
gewaagd Herodes te bekritiseren. Johannes preekte gerechtigheid, en de
zgn. burgerij klaagt hij aan: ze laten anderen zomaar vallen, zuigen de
armen uit en stellen zichzelf veilig. Wie daaraan niet meer wil meedoen en
anders en beter wil leven, moet zich door hem laten dopen: een doopsel van
ommekeer, van bekering.
Op een bepaald moment stapt Jezus ook naar Johannes en
laat zich door hem dopen. Die doop door Johannes betekent dat hij in de
rij ging staan van hen die zich weer aansloten bij de diepste bedoelingen
van God met zijn volk, van hen die gerechtigheid wilden laten stralen en
doen zegevieren (zie de eerste lezing). Dit kwam erop neer dat men
kritische vragen durfde stellen aan zichzelf en de omgeving; dat men de
vinger durfde leggen op de vele oneerlijkheden in de menselijke relaties;
dat je altijd en onder alle omstandigheden niet alleen verantwoordelijk
bent voor je eigen bestaan, maar evengoed voor het leven van elke broeder
en zuster, die op je weg wordt geplaatst en dat met name de minste, de
achtergestelde, de lijdende moet weten dat jij er bent om hen weer op de
been te helpen. In zo’n levensstijl laat Jezus zich onderdompelen, laat
hij zich dopen.
Hoewel Jezus heel goed wist wat dit doopsel van
Johannes inhield, moet het hem toch heel sterk hebben aangegrepen. Het
moet voor hem een formidabele ervaring zijn geweest; een diepere
bewustwording van wie God voor hem was en van zijn persoonlijke zending in
deze wereld. In het evangelie wordt dit weergegeven door die stem uit de
hemel en het feit dat Jezus na zijn doopsel niet gewoon naar huis
terugkeert en zijn gewone leven daar verderzet ( zoals andere gedoopten),
maar dat hij de woestijn intrekt om erover na te denken. Na dat
woestijnverblijf begint hij effectief in het openbaar op te treden. Net
zoals Johannes roept hij op tot bekering, want, zegt hij: met mij is het
Rijk Gods aangebroken; doven zullen horen en blinden zullen zien, aan
armen wordt de blijde boodschap verkondigd.
Het doopsel van Jezus is een uitnodiging om even na te
denken over ons eigen doopsel. Het is aan ons gebeurd, maar buiten ons
weten om. De invoering van het kinderdoopsel heeft de eigenlijk betekenis
misschien wel wat vervaagd.
Mogelijk hebben we ooit de uitdrukking gehoord: ‘ die
is zeker gedoopt met warm water!’ Men zei dat wel eens van iemand
waarvan men vond dat hij of zij nergens tegen kon. Ook zag men het doopsel
wel eens als een symbolische eerste kennismaking met de hardheid van het
leven. De lage temperatuur van het doopwater zorgde daarvoor. Mensen
hebben allerlei redenen om een kind te laten dopen, maar een dergelijke
motivatie hoor je toch niet meer. Nu is het doopsel meestel een teder
gebeuren waarin de dankbaarheid om het nieuwe leven wordt gevierd en het
vaste voornemen wordt uitgedrukt om het kind te beschermen tegen alles wat
maar enigszins op tegenspoed kan lijken. Bij een doop heeft de dopeling
tegenwoordig meer reden om te lachen dan om te huilen en iedereen is dan
ook diep ontroerd als er een lachje afkan.
Maar in feite is en blijft het doopsel, ook nu, een
bewuste keuze, een keuze voor een bepaalde levensstijl. De levensstijl van
Jezus van Nazaret. Het is kiezen voor gerechtigheid, voor vrede, voor
mensenrechten, het is aan de kant gaan staan van de kleine, arme,
uitgebuite mensen; het is mensen weer doen zien en horen, weer op de been
helpen. Het is goed dat we ons af en toe eens terugtrekken in de woestijn
om ons te bezinnen over de draagwijdte van ons doopsel. Maar we mogen er
ook zeker van zijn dat wij, door het beleven van die levensstijl van
Jezus, ook eenmaal zullen bevestigd worden door een stem uit de hemel: ‘
Jij bent mijn kind, van wie Ik enorm veel hou en in wie Ik heel veel
vreugde vind"!
J. Arnouts o.p.
VOORBEDE
Laten we bidden tot God
in naam van Hem
die het geknakte riet niet zal breken,
de kwijnende vlaspit niet zal doven.
Laten we bidden voor de kinderen in onze gemeenschap en
rond onze gemeenschap:
kleine en grote kinderen….
makkelijke en moeilijke jongeren…
Kinderen die kwetsbaar zijn als riet en ons allen nodig
hebben.
Dat wij hun een thuis en een wijk bieden waar ze veilig
zijn en waar ze houvast, geborgenheid en vooral liefde kunnen vinden.
Laten we bidden voor hen die geknakt werden in hun
leven en daardoor vertwijfeld zijn en niet voor zichzelf kunnen of durven
opkomen. Dat zij worden opgemerkt en onder ons bondgenoten vinden
Laten we bidden voor hen die zoekend in het leven staan
maar ook voor hen die menen het gevonden te hebben en zich vastklampen aan
valse zekerheden. Laten we bidden dat we steeds open blijven staan voor
het nieuwe dat God steeds met ieder van ons wil beginnen.
We gedenken vandaag Joseph Inaniec Bronistana…
Mogen we ook andere geliefde overledenen gedenken…
En in herinnering brengen wat zij aan goeds hebben
gedaan…
Wij bidden voor hen die in ons hart en in onze
herinnering aanwezig blijven.
God van mensen
met vele woorden
en in Jezus’ naam
bidden wij slechts dat ene:
laat komen Uw Rijk van vrede, mede door ons.
GEBED OVER DE GAVEN
God,
Gij nodigt ons aan uw tafel,
om ons te genezen van zelfzucht,
ons te sterken in medemenselijkheid.
Wij bidden U:
voed ons met uw gaven
en zegen ons overvloedig
met zorg voor elkaar.
Geef ons oog voor het kleine,
leer ons het zwakke te behoeden
zoals Jezus deed,
uw dienaar, uw uitverkorene,
voor tijd en eeuwigheid.
SLOTGEBED
God,
Gij roept, daagt uit
tot vrede en gerechtigheid,
maar trekt ook met ons mee,
waar wij uw wegen gaan.
Wij bidden U:
blijf ons nabij met uw genade,
opdat wij uitgroeien
tot mensen naar Uw hart
die de komst van Uw Rijk bespoedigen,
zoals Jezus deed,
uw dienaar, uw uitverkorene.
top
terug
|
|