VIERINGEN in het DOMINICUSHUIS

   
   

 

 

Feest vieren
(13 oktober - 28ste zondag)

Homilie

Vrienden,
Het is niet omdat dit weekendeinde in deze zaal de Herfstkermis wordt gevierd dat we vandaag twee lezingen krijgen over een feestmaal.
Wel moeten we het hier omwille van die Herfstkermis kort houden.

Op dat beeld van de feestmaaltijd deed men gaarne en dikwijls - zowel in het oude als in het nieuwe verbond - een beroep op om de houding van God tegenover zijn mensen te verduidelijken.
Waar God uitdrukkelijk en bewust aanwezig mag zijn, is het feestelijk.
Hij geeft kracht en moed, bemoedigt. En dat doet deugd.
Hij is altijd bereid vergiffenis te schenken. En dat geeft vrede.
Hij bekijkt en beoordeelt zijn mensen anders dan de mensen onder elkaar.
En dat is bevrijdend.

Hij is niet kortzichtig en eigengereid als de mensen. En dat schept ruimte voor iedereen.

God en met-God-verbonden zijn brengt vrede en vreugde, licht en vertrouwen, verzoening en liefde. Allemaal ingrediënten voor een waarachtig feestgevoel.
Het is de droom van alle tijden.
Reeds in het oude verbond hebben profeten er reikhalzend naar uitgezien. Maar als Hij er dan is - in levende lijve - herkent men Hem niet, wijst men Hem af, ruimt men Hem uit de weg.

'Men': de mensen van toen; de mensen van nu; wij.
Wij hebben veel belangrijker dingen te doen. Wij hebben het zo druk. Wij gaan naar onze akkers, onze bezittingen en onze andere afgoden.
We zijn vol van onszelf en kijken de andere kant uit. Daardoor leggen we een sluier, een floers over de dingen, die God belangrijk vindt.

Eén echter is er die zich door en door liet inspireren door zijn Vader, die door en door doordrongen was van Gods Geest, en dat is Jezus Christus.
Naar hem kunnen wij opkijken, wanneer wij het feestkleed willen weven dat nodig is om echt deel te nemen aan het feest.
Hij stond niet boven maar tussen de mensen.
Hij was er vóór zijn mensen, op Hem kon men rekenen.
Hij had tijd en aandacht voor iedereen, zonder rekening te houden met zichzelf.
Hem kon men niet klein krijgen omdat Hij vertrouwde op God zijn Vader.

Als wij zijn patronen ook weven in onze omgang met mensen, mogen we zeker delen in het feest dat God  zijn kinderen aanbiedt.

S. Roose o.p.

top terug