VIERINGen in het DOMINICUSHUIS

 
   

 

 

Emmaüsgangers
(14 april januari - derde paaszondag)

Welkom! Volwassen mensen, hebben jullie bij het binnenkomen, op het blauwe papier,
gezien dat de vormelingen ons reeds voor waren met hún welkom?
Vormelingen, kijk eens naar al die onbekende mensen hier in de zaal, … ook achterom…
Ik ben zeker dat ik jullie en jullie ouders, in hun naam heel hartelijk welkom mag heten in ons Dominicushuis. Voel je maar echt thuis om te gaan vieren.
Vandaag komen die mannen voor de achtste keer samen. Zoals alle andere keren,
hebben ze al enkele uurtjes catechese achter de rug, waarin ze vandaag de schriftwoorden
over de ‘gaven van de Geest ‘ op het programma hadden staan.


Homilie

Hebben jullie het verhaal van de leerlingen, op weg naar Emmaüs ook beluisterd als een paasverhaal? Het verhaal gaat erover dat op ’n moment volgelingen van Jezus, toen, maar ook nu, Hem als verrezen Heer gaan herkennen. Dat moment kan vroeg of laat gebeuren, ik denk dikwijls heel onverwacht…
Dit verhaal gaat over de gestorven Jezus, die leeft over de dood heen. Zie je het kruis daar nog staan dat verwijst naar Jezus’ lijden en dood? Goede Vrijdag. Maar daarna vierden we Pasen: zijn dood was niet het einde. Hij leeft! Daarnaar verwijst de brandende de paaskaars (hier op paasmorgen aangestoken).
We hebben een verhaal van de verrezen Heer gehoord.

Ik heb het verhaal gelezen en herlezen. Je kan het op zoveel manieren proberen te verstaan of te benaderen. Met dat verhaal gingen we enkele jaren geleden in de catechese helemaal anders om dan dit jaar. Uiteindelijk dacht ik eens na hoe de schrijver van het verhaal van die twee leerlingen op weg naar Emmaüs zou kunnen gedacht hebben.

De schrijver was Jood, leefde twee duizend jaar geleden, in zijn land Palestina. Hij was een gelovige Jood, een volgeling van Jezus.
Ik vond uiteindelijk drie stappen, waarop ik straks zal terugkeren.

Joden geloven dat God een verbond sluit met mensen.

Met de persoon van Jezus krijgt dat verbond een andere kleur, het wordt nieuw.

Op het einde van Jezus ‘leven belooft Hij een Helper.

Zijn heilige Geest maakt het verbond met mensen, overal en in alle tijden volledig.

Gaan we terug naar het paasverhaal van deze zondag?
Net als Jezus van Nazareth leefden o.a.die twee leerlingen 2000 jaar geleden, als overtuigde Joden in het Palestina van toen. Ik veronderstel dat zij, zoals de schrijver van het verhaal, de schriften hadden leren kennen.
God sluit een verbond met mensen. Het woord ‘verbond’ komt van ‘verbinden’. God wil met ons verbonden zijn. Dat lezen we in veel bijbelverhalen. God trekt mee met Abraham en zijn stam, God sluit een verbond met Noach, God bevrijdt zijn volk uit Egypte trekt met hen onder leiding van Mozes mee door de woestijn…, God is God in mensengeschiedenis(sen), in het woord en in de daden van de profeten.
God is God-vóór-ons.
De persoon van Jezus geeft een nieuwe kleur aan dit verbond: een andere
kijk op dit verbond, een diepere benadering, Jezus leeft vanuit de bijbel,vanuit de schrift, zoals alle Joodse gelovigen toen. Hij wil beeld zijn God, Hij is God-met-ons. God wordt zichtbaar in Jezus.
Bij zijn doop in de Jordaan wordt Hij zeker van die opdracht; hij heeft het verstaan: God droomt van een goede, vredevolle en rechtvaardige wereld, door mensen uit te voeren.
Jezus weet God zo dichtbij in zijn leven dat Hij Hem in het vervolg Vader en onze Vader noemt. Jezus maakt de droom van zijn Vader zichtbaar. Zo is Hij beeld van God.

Dat hebben we juist gezongen in het lied rond Jezus’ Bergrede.
Hij maakt recht wat .krom is. Hij verdraagt geen onrecht. .
Hij troost wie ziek is,
is vredelievend en zachtmoedig.
Jezus vergeeft en verzoent.
Jezus is radicaal goed. Hij is een goddelijk iemand.
Hij is God-met-ons (Immanuel)

Als Jezus’ dood dan nabij komt, viert Hij het joodse paasmaal met zijn vrienden. Zijn Laatste Avondmaal.
Na een leven als het zijne, waarin hij zich moe maakte vóór anderen, op geen tijd zag om
te helpen of te luisteren, … krijgen brood en wijn een andere betekenis. Brood wordt symbool van zijn leven-vóór-anderen. De beker symbool van een nieuw verbond van God met de mensen. Zijn vrienden, toen, zijn vrienden, nu, krijgen een opdracht: doe dit om Mij te gedenken. (zie de puzzel van Witte Donderdag…) Leef in liefde met elkaar. Breek en deel brood en wijn. Jezus dé centrale figuur.

Keren we nu terug naar het paasverhaal van de twee leerlingen van Jezus. Die twee leerlingen op weg naar Emmaüs, zoals zovele andere van hun tijdgenoten, hadden in de loop van hun leven in Jezus iets gezien, volgden Hem, koesterden grote verwachtingen, maar waren diep ontgoocheld door zijn dood. Ze herkenden Hem nog niet.
Ze vluchten weg van hun andere ontredderde broeders, ze geloofden de vrouwen niet met hun verhaal over het lege graf.

Ook wij hebben ons paasverhaal.
Ook wij beleven ontgoocheling: op t.v. zien we terrorisme, oorlog tussen Joden en Palestijnen, rampen, dichter in ons eigen leven hebben we te maken met ziekten in de familie of bij mezelf, ruzie, onbegrip,angst voor een examen voor de uitslag van een geneeskundig onderzoek, om onze job, geweld, pesterijen…
Pasen gebeurt niet op één dag. Voor de volgelingen van Jezus niet. Voor ons niet. Geloven in verrijzenis vraagt tijd.

Waar zien wij de levende Christus nu nog in ons midden aanwezig? Het evangelie van vandaag brengt een antwoord: de verrezene loopt met de Emmaüsgangers mee, maar ze herkennen Hem niet direct. Het is nog een vreemde voor hen. Maar de verrezen Jezus is aanwezig in ons leven. Die vreemdeling luistert naar het verhaal en de vragen van zijn volgelingen, Hij probeert de ogen van mensen te openen voor Gods boodschap in de Schriften, in de bijbel.

Blijf bij ons, zeggen de leerlingen. Na de wandeling met Hem komen zij al iets los uit hun ontgoocheling, ze zien weer wat toekomst.
Hoe vaak zitten wij niet te wachten op een bevrijdend woord, een teder gebaar, ’n goeie knuffel, ’n schouderklop of omhelzing. Hoe vaak zitten wij vast in onmacht, in angst voor examens, in spanning voor onze job, in verdriet om een kwetsend woord van man, vrouw, kind of vriend…De woorden van God brengen die bevrijding. Ze leren dat God liefde is.

In een bemoedigend gesprek met ons of door ons, in een vreemdeling, in een vriend, in de gelovige lezing van de Schrift en in de viering van de eucharistie komt Christus telkens weer in ons midden aanwezig als de Levende Heer. Door Woord en Brood (verwijzen naar brood en boek op het altaar) maakt Jezus ons hart geestdriftig: De Heer leeft! Hij is werkelijk verrezen! Hij is bij ons en altijd.Hij is er weer! Nu!

Het verhaal van de Emmaüsgangers nodigt uit om het vandaag te herschrijven met onze ontgoochelingen maar ook met onze Paaservaring als happy end. We herkennen Hem bij het breken van het brood, we voelen Hem aanwezig waar mensen voedsel zijn voor elkaar.

Want (punt 3) bij zij heengaan belooft Jezus ons Zijn Helper, de heilige Geest. In de Heilige Geest openbaart God de volle diepte van zijn verbond met ons.Voelbaar. Niet tastbaar of zichtbaar. Geest, wind, vuur, … adem. Ja, God wil ons zo nabij zijn als onze eigen adem. God wil in ons ademen, zodat alles wat we zeggen, denken en doen helemaal door God geïnspireerd is, be-geesterd is, God-in-ons.

Wat er in de Schrift staat over de vruchten van de geest en hoe vormingen dat kunnen verstaan willen zij ons nu vertelen: trouw, vriendschap, geduld, vreugde, vrede, goedheid, vertrouwen, liefde.

Chris Van Croonenborch

top terug