VIERINGEN in het DOMINICUSHUIS

 
   

 

 

Vergelding en vergiffenis
(15 september - 24ste zondag)

welkom
Vergeving is geen zaak die zich afspeelt in de verborgenheid tussen God en mens, bidden we in het Onzevader.
Elkaar vergeven is zo met anderen omgaan als God het doet met ons. Dat heeft Jezus al doende voorgeleefd;
deze wijsheid van de Schriften horen we door Jezus verwoord als hij ons tot God leert bidden: ''vergeef ons onze schulden, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven'.
We zijn hier nu samen om die Jezus dankbaar te gedenken.
Wat hij zei en deed, willen we in ons opnemen en we willen elkaar ook de kracht geven
om van die woorden daden te maken.

Gebed om vergiffenis

We ervaren onze zwakheid als het op vergeven en verzoenen aankomt,
maar weten dat we vergeving mogen verwachten van Hem wie het leven
van al zijn mensen ter harte gaat.

Heer, waarom is van harte vergeven
én oprecht vergiffenis ontvangen zo moeilijk?
Toch vragen wij om ontferming:

Tot zeven maal zeventig maal, vergeef ik een ander zijn schuld.
Tot zeven maal zeventig maal, de Heer heeft met mij ook geduld.

Christus, uw leven ís vergeving en verzoening,
waarom krijgen wij geen woord van schuldbekentenis over onze lippen?
Waarom willen of durven we geen gebaar van verzoening tonen?
Toch vragen wij om ontferming. Tot zeven maal zeventig maal…

Heer, kan iemand die onverbiddelijk is voor iemand anders
om vergeving bidden voor zijn eigen zonden?
Wie zal dan verzoening bewerken voor zijn zonden?
Toch bidden wij om ontferming. Tot zeven maal zeventig maal…

Openingsgebed

God,
zie ons, hier samengekomen,
mensen met ons pogen en falen,
aangewezen op elkaars genade.
Gij die ons pogen voor lief neemt,
Gij die ons falen vergeef als wij elkaar vergeven,
vervul ons van uw mildheid,
opdat wij naar Jezus' woord
elkaar niet zeven maal, maar zeven maal zeventig maal willen vergeven,
tot in eeuwigheid.

Homilie

Een denarie was in de tijd van Jezus een dagloon. Honderd denariën is dus ongeveer driemaal een maandloon, laten we zeggen zo'n kleine 4.000 euro. Niet overdreven veel dus. Een talent had de waarde van 6.000 denariën. Een schuld van 10.000 talenten: we hoeven niet te rekenen, ze is onvoorstelbaar groot. Zo'n onmetelijke schuld is onmogelijk terug te betalen. Er zijn maar twee dingen mogelijk: ofwel vlieg je voor de rest van je leven in de gevangenis, misschien het best mèt je vrouw en je kinderen, want die kunnen zonder jou en zonder enig inkomen toch niet meer leven, ofwel krijg je die schuld kwijtgescholden. De koning van de parabel trekt een streep door de ontzaglijke schuld van zijn dienaar. Hij schenkt hem terug het leven.

Maar die dienaar reageert van zijn kant anders - wij zouden zeggen: normaal - op de man die bij hem in de schuld staat. Hij doet helemaal niets verkeerd, hij staat gewoon op zijn recht. Want het is toch niet meer dan rechtvaardig dat we de schuld van mensen die bij ons in het krijt staan terugvorderen. En dat we maatregelen nemen tegen hen die weigeren hun schuld af te lossen. Maar men begrijpt ook de reactie van de koning: indien jij niet in het klein tegenover je schuldenaar, dan ik ook niet in het groot tegenover jou.

Dat is de parabel. Hij drukt zijn lezers twee levensbelangrijke dingen op het hart. Ten eerste, we moeten ons goed realiseren wat we vragen als we het Onzevader bidden: 'Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren.' We moeten er altijd voor beducht zijn dat we door zo te bidden niet onze eigen veroordeling uitspreken. In sommige omstandigheden doen we er goed aan een dikke voetnoot bij dat gebed te plaatsen: 'God, ik probeer het misschien wel, maar het lukt me niet die schuld aan die medemens te vergeven, maar mag ik er toch op hopen dat U mijn schuldenlast van mij wegneemt?'

Ten tweede, mensen staan bij elkaar op veel manieren en eindeloos in de schuld. En daarbij gaat het niet om geld, het gaat vooral om kwaad, nalatigheden en tekortkomingen die niet in getallen kunnen uitgedrukt worden en niet door geld zijn goed te maken. Als ze niet tot vergiffenis bereid zijn, blijven ze die schuld tegenover elkaar meeslepen en altijd verder opstapelen en maken ze hun samenleven onmogelijk. Zonder vergiffenis blijven we elkaar vastspijkeren op ons verleden: één keer een dief, voor altijd een dief, één keer door u beledigd, voor altijd en voorgoed beledigd. Dan hebben we samen geen enkele toekomst meer. En erger nog: de toekomst wordt een eindeloze spiraal van wraak. Ik zal het u betaald zetten, en hij of zij zet het mij weer betaald, enzovoort, enzovoort.

Vergiffenis is levensnoodzakelijk, maar ontzettend moeilijk. Aan de twee kanten. Aan de eerste kant veronderstelt ze dat schuld wordt bekend en vergiffenis gevraagd. In kleine, min of meer onbenullige dingen doen we dat voortdurend en spontaan: sorry, excuseer, neem me niet kwalijk. Maar het wordt heel anders als het dieper gaat, als het er echt op aankomt. Aan de andere kant is het nog moeilijker: we moeten afstand doen van ons recht op vergelding.

Als iemand in een klimaat dat overweldigd is door afgrijselijk kwaad, het woord 'vergiffenis' in de mond durft nemen, moet dat klinken als een vloek. Hier is kwaad gebeurd, zal men dan zeggen, waarvoor geen vergiffenis mag bestaan. Misschien moeten we dat inderdaad zeggen, tenminste voorlopig en misschien voor een lange tijd. Maar we moeten er, denk ik, voor oppassen dat we, onder de indruk van die uitzonderlijke afschuwelijkheid, het hele klimaat niet laten vergiftigen. Het gevaar is niet denkbeeldig dat we verstrikt raken in harde, onverbiddelijke veralgemening. Dat we het woord vergiffenis uit onze woordenschat gaan schrappen. In de christelijke woordenschat is vergiffenis een basiswoord. Het geeft aan waarin christenen van andere mensen verschillen, of toch zouden moeten verschillen. Een bekend Waals politicus heeft dat zelf eens, op het toppunt van zijn macht, zeer duidelijk gemaakt. Toen er voor de zoveelste keer in België een politieke discussie bezig was over amnestie, heeft hij de fameuze uitspraak gedaan: "Moi, je ne suis pas chrétien, je n'accorde pas de pardon, jamais de ma vie": Ik ben geen christen, ik schenk geen vergiffenis, nooit van mijn leven.

Geen vergiffenis, maar gerechtigheid. Christenen zullen beginnen met een eind met die ongelovige politicus mee te gaan. Want dat is inderdaad het begin: eerst gerechtigheid. Uit de joodse bijbel komt de beruchte regel: oog om oog, tand om tand. Dat is veel minder barbaars dan het klinkt. Die regel schrijft voor dat de straf voor een vergrijp niet zwaarder mag zijn dan dat vergrijp. Hij beschermt mensen tegen onbeheerste wraakzucht. Slechts één tand, en niet een hele mond vol, voor een tand.

Niet toevallig heeft Jezus volgens Matteüs gezegd dat je iemand die je iets misdaan heeft tot zeventigmaal zeven keer moet vergeven. Het is een repliek op een wraakzuchtige uitspraak van Lamech, in de tijd van de bijbelse aartsvaders: "Wordt Kaïn zeven keer gewroken, dan Lamech zevenmaal zeventig keer" (Genesis, 4:24). Tegenover de mateloze wraak wordt de mateloze vergiffenis gesteld.

Staan we vandaag al verder dan in de oertijd van het mensdom? Ooit hoorde ik een Amerikaanse minister van defensie op een 'aanval' tegen zijn land (een neergeschoten Amerikaans vliegtuig) reageren: "We zullen terugslaan, ongeproportioneerd." Het is een klein kunstje nog andere voorbeelden van ongeproportioneerde vergelding te citeren. Dat kan ik, wat mij betreft, niet anders noemen dan een barbaars gedrag.

Maar is gerechtigheid geschied als het kwaad met een gelijke tegenzet is gewroken? Ja, kunnen we zeggen, omdat hij die het kwaad heeft gepleegd, ervoor heeft geboet. Mensen die veel met gevangenen omgaan, getuigen dat er nogal wat zijn die vinden dat ze terecht in de gevangenis zitten: ze bekennen dat ze kwaad hebben gedaan en vinden het juist dat ze ervoor kunnen boeten.

Maar we moeten ook neen zeggen. Kwaad wreken met gelijk tegenkwaad, betekent dat er nieuw kwaad wordt gesticht. Kwaad moet niet worden gewroken, maar goed gemaakt. Dat is pas echte gerechtigheid: de aangerichte schade die wordt hersteld, het veroorzaakte leed dat waar mogelijk wordt geheeld. Leed kan ook geheeld worden doordat wie er schuld aan heeft daarvoor niet alleen een boete betaalt, maar ook nog boete doet. Maar hier tonen zich de beperkingen van de menselijke gerechtigheid. Er zijn veel soorten kwaad, groot kwaad en ook klein kwaad, die niet kunnen worden goed gemaakt. Als we kwaad straffen, terecht straffen, is het nog niet ongedaan gemaakt. In veel gevallen kan dat gewoon niet meer. Hier zeggen christenen: ten eerste, gerechtigheid, maar ten tweede en óók: vergiffenis. Vergiffenis vragen en krijgen is de enig mogelijke, maar moeilijke weg om de kettingreactie van kwaad en tegenkwaad en weer kwaad open te breken. Na en tegenover de onmacht van de gerechtigheid is vergiffenis de macht die in staat is een vreedzame toekomst mogelijk te maken.

Alles wel beschouwd moet men geen christen zijn om de noodzaak van vergiffenis in te zien en te proberen ernaar te handelen. Maar het is, denk ik, de opdracht van christenen om dit inzicht levend te houden en zich in te spannen opdat het niet wordt vergeten of verduisterd. En er is nog iets meer. Zoals ieder mens, en eerder nog dan anderen, moet een christen eerlijk durven bekennen: ik ben schuldig aan kwaad dat ik onmogelijk weer goed kan maken. Maar die schuld moet hem niet verlammen. Hij gelooft, hij weet: vergiffenis bestaat, want God bestaat. Hij mag met vertrouwen bidden: ik hoop op vergiffenis voor mij, en daarom blijf ik met inspannen om anderen hun schuld tegenover mij te vergeven.

B.J. De Clercq o.p.

Voorbeden

'Vergeef ons onze schuld', heeft Jezus ons leren bidden,
'zoals wij elkaar vergeven'.
Bidden wij dat Jezus' woord door ons wordt verstaan:

Soms ongewild, soms onwetend,
soms ook uit onmacht of wellicht uit geldingsdrang
kwetsen mensen ons.
Wij hopen te kunnen waarmaken wat we samen bidden:
'Vergeef ons onze schulden gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren'.

Ongewild, uit onmacht of bewust kwetsen wij mensen.
Wij hopen hun verzoenend woord of gebaar op te merken
omdat zij waarmaken wat ze bidden: 'Vergeef ons onze schulden
gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren'.

Moge mijn eigen onherstelbaar kwaad me niet verlammen
omdat ik weet dat vergiffenis bestaat, want God bestaat.
En moge ik me daarom blijvend inspannen om anderen hun schuld
tegenover mij te vergeven.

In onze maatschappij ervaren wij en onze medemensen geweld, onrecht,
misdaad en geweld.
In een eerste opwelling roepen wij om vergelding en wraak.
We hopen de roep om vergelding te overstijgen en oprecht te kunnen waarmaken wat we bidden: 'Vergeef ons onze schulden gelijk wij vergeven aan onze schuldenaren'.

Broeders en zusters, laten we ons, voordat we onze gaven naar het altaar brengen,Jezus' woord in herinnering roepen, dat ons uitnodigt elkaar van harte te vergeven en elkaar vrede te wensen.

Gebed over de gaven

God, wij worden opgeroepen om van onze christengemeenschap een gemeenschap te maken van vergeving en verzoening.
Die gemeenschap beleven we in elke eucharistieviering rond brood en beker.
We hopen en bidden opdat het ons zou lukken, vandaag en morgen en tot in eeuwigheid.

Slotgebed

Wij danken u, God, voor alle mildheid
die wij ooit mochten ervaren,
van uw kant en van medemensen om ons heen.
Schenk ons uw geest om met Jezus' ruimhartigheid
elkaar te blijven bemoedigen, alle dagen van ons leven.

Zending en zegen

Mogen wij vergevingsgezind van hier verder gaan.
Moge Gods milde zegen met ons meegaan,
opdat wij in goede en kwade dagen
elkaar tot vrede en tot zegen zijn,
in de naam van de Vader en de Zoon, en de heilige Geest. Amen.

top terug