|
|
|
VIERINGen in het DOMINICUSHUIS |
|||
|
|
Een open deur
Homilie bij het door Jezus’ gebruikte beeld van de deur! Eigenlijk komt het woord 'deur' in onze taal veel voor in uitdrukkingen, zoals wij bv. zeggen: "dat doet de deur dicht", of "bij iemand de deur plat lopen", of "iemand de deur wijzen", of nog, "de deur voor iemands neus dichtgooien". Welnu, in heel wat uitdrukkingen gaat het over deuren die de toegang op de een of andere manier versperren. En wijzelf hebben in ons leven het zeker al meegemaakt dat wij bang waren dat we voor een gesloten deur zouden moeten blijven staan, dat we dus blijkbaar niet welkom zijn en dat we dus niet binnengelaten worden. Mensen kunnen drempelvrees of drempelangst hebben en dan propberen we een ander het woord te laten doen. Voor Jezus hoeven we niet bang te zijn, want Jezus is de deur die
altijd open staat, bij Jezus mogen we in- en uitgaan zoals bij onze
beste buren. Bij Hem kloppen we nooit tevergeefs aan! Daar moeten we
zeker van overtuigd zijn. Ik weet niet wat uw mening is, maar ik houd wel van een open deur, ja, ik houd van een eenvoudige achterdeur, zoals we dat vroeger op het platteland kenden, waar we mochten binnengaan zonder eerst te moeten vragen of wij niet ongelegen kwamen. Daarom houd ik ook van grote openstaande kerkdeuren die ons a.h.w. verwijzen naar het hemelse Jeruzalem, dat, zoals de apostel Johannes schrijft in zijn boek der Openbaring (21:12-25), twaalf poorten heeft en waar die deuren open staan, moeten we geen drempelvrees hebben, daar kunnen we ons rustig thuis voelen. Kijk, goede vrienden, toen mijn moeder na de dood van mijn vader op
een appartement ging wonen, werden we op ’n zondagmiddag uitgenodigd,
we dachten dat ons mama ons een dineetje wilde geven om haar appartement
in te wijden. Maar toen we aan tafel voor het middagmaal zaten,
ontdekten we de reden van de uitnodiging. Ons moeder had natuurlijk in
haar nieuwe woning andere deursleutels en die had ze laten bijmaken en
uitgeprobeerd. Nu we allemaal samen waren, kregen we allemaal een
huissleutel opdat we, zoals vroeger, dag en nacht binnen zouden kunnen.
Ze zou het erg vinden als we voor een gesloten deur zouden komen te
staan. Goede vrienden, als Jezus zo is, dan zou zijn kerk ook zo moeten zijn. Dan zou de kerk ook een huis met een open deur moeten zijn, waar iedereen welkom is, waar iedereen, arm of rijk, gezond of ziek, vreemdeling en bandiet, huisgenoot van God kan zijn. De open kerkdeur moet ons zeggen: ge zijt hier allemaal welkom, ge wordt hier verwacht, ge moogt hier thuis zijn. De Kerk zou iedereen levensruimte moeten geven, waar het goed is om te wonen. De Kerk, die geboren is uit de geopende zijde van Jezus, moet openstaan voor het leed van alle mensen. Zij mag niemand buitensluiten. De liefde en solidariteit die zij verkondigt, moeten zich uitstrekken tot alle mensen. Ook als je fouten hebt begaan die andere mensen niet kunnen of niet willen vergeven, dan moet de Kerk de genade en vergeving van Jezus aanbieden. Ook voor mensen die geen uitweg meer zien, die nergens meer een thuis kunnen vinden, mensen die niemand meer binnenlaat, ook voor hen moet de kerkdeur openstaan.Tenslotte, goede vrienden, is het een onloochenbaar feit dat de Kerk nog te veel deuren sluit. Daarom ook heeft de kerk bekering nodig. Maar dan niet vergeten dat wij die Kerk zijn en wij dus op de allereerste plaats een open deur moeten zijn voor elkaar! S. Flamey o.p. |
||