|
Van de berg naar de
vlakte
(24 februari - tweede
vastenzondag)
Welkom
aan jullie allen.
Zoals Jezus volgens het evangelie dat straks wordt gelezen, drie van zijn
leerlingen meenam op een berg, trekken wij ons hier even terug uit de
dagelijkse beslommeringen om samen met elkaar en samen met Jezus te zijn.
Mogen ook wij hier in het Dominicushuis de aanwezigheid van God en van
zijn bevrijding ervaren.
Openingsgebed
God, Gij laat niet toe dat we ons afsluiten van de anderen.
Gij laat niet toe dat we ons terugtrekken boven op een hoge berg.
Deze veertigdagentijd is ons gegeven
als een periode waarin we ons kunnen oefenen in een nieuwe levensstijl,
om zo te komen tot een rijker leven.
Roep ons dus weg uit onze zekerheden.
Zet ons op weg naar het onbekende,
naar een wereld waar mensen niet elkaars vijanden zijn,
niet elkaars concurrenten in een eindeloze strijd om macht en bezit,
maar elkaars bondgenoten in de uitbouw van een nieuwe toekomst.
Homilie
In de evangelielezing van vandaag neemt Jezus drie
van zijn leerlingen met zich mee ‘op een hoge berg’. Bergen hebben
in vele religies een bijzondere betekenis. Bergen zijn bij uitstek de
plekken waar de mens God kan ontmoeten of ervaren.
Ook in de bijbel vinden ontmoetingen met God vaak plaats op een berg. Denk
maar aan Mozes die bij de berg de Horeb, de opdracht krijgt om de
Israëlieten weg te leiden uit Egypte en die later boven op een berg de
tien geboden van God ontvangt.
De symbolische betekenis van een berg is dus duidelijk. Je laat er het
gewone leven op de vlakte achter je; boven op de berg kan je afstand
nemen van het gewoel van het alledaagse. Je kan dit dagdagelijkse
overschouwen en je kan veel verder kijken: dingen die je vanuit de
vlakte niet ziet worden boven op een berg wel zichtbaar.
Ook in deze lezing vindt er een ontmoeting met God plaats op de berg. De
leerlingen krijgen een visioen. Er staat geschreven dat Jezus voor hun
ogen van gedaante verandert: zijn gelaat begint te stralen als de zon en
zijn kleed wordt glanzend als het licht. Het woord glanzend is een
vertaling van het Griekse woord ‘leukos’. Leukos betekent echter ook
helder en het is verwant met het Griekse werkwoord ‘leusso’ wat zien
of beter nog onderscheiden betekent. Jezus werd dus 'helder" voor
de leerlingen. Zij zien, zij onderscheiden wie hij eigenlijk is. In het
visioen wordt onthuld wie Jezus is en wat zijn levensweg, zijn
levenskeuze inhoudt. Boven op de berg hebben de leerlingen zodoende een
diepgaande religieuze ervaring. Eindelijk begrijpen ze wie Jezus is.
En dan volgt er een anticlimax. De leerlingen moeten
terug naar de vlakte. Ze mogen van Jezus geen tenten opslaan om op de
berg te blijven. Ze moeten de berg af en meer nog, Jezus gebiedt hen om
niets te zeggen over wat ze hebben meegemaakt op de berg. De leerlingen
moeten terug naar de alledaagse werkelijkheid om daar hun tocht samen
verder te zetten.
Ook wij hebben ons hier ‘op een berg’, in het
Dominicushuis met Jezus teruggetrokken. We komen hier samen om even stil
te staan bij onszelf als mens en als gelovige. Zeker in de 40-dagentijd
hebben we de opdracht om bij onszelf stil te blijven staan. Maar de
40-dagentijd bevat tevens de nadrukkelijke oproep om de berg af te dalen
en te kijken naar de ons omringende werkelijkheid. Tijdens de
vastenperiode, tijdens de periode van broederlijk delen, wordt onze
aandacht jaarlijks dan ook gevestigd op het lot van onze medemensen in
het Zuiden, in de Derde Wereld.
Onze gemeenschap heeft dit jaar besloten onze blik en
onze solidariteit te richten op een project in Kenia. Kenia stond
jarenlang bekend als toeristische trekpleister. Vele mensen gingen er op
safari in een van de wildparken. Het leek goed te gaan met Kenia, maar
dit was slechts schijn. Veel geld, dat onder meer uit het toerisme
binnenvloeide, verdween onmiddellijk in de binnenzak van politici.
Kortom de corruptie was en is zeer groot. De wereldbank besloot enkele
jaren geleden dan ook om de geldkraan dicht te draaien. De regering van
Kenia diende eerst de boekhouding maar eens op orde te stellen voor ze
verdere financiële steun zou ontvangen. Zoals vaak werd ook hier de
gewone bevolking het eerste slachtoffer. Het land is op enkele jaren
tijd naar de complete armoede afgegleden. Het wegennet is in
erbarmelijke staat, het onderwijs en de gezondheidszorg leiden onder de
besparingen en de corruptie van de politici blijft voortwoekeren. De
meeste leerkrachten worden al lang niet meer uitbetaald en werker
zondoende eigenlijk op vrijwillige basis.
Bijkomende problemen zijn de grote droogte in bepaalde gebieden en de
aids-plaag. Tijdens de voorbije zomermaanden heb ik diverse projecten
bezocht in het Zuidwesten van Kenia. Ik belandde er ondermeer in een
klein dorpje met de naam Sagegi. Het is het woongebied van drie stammen,
de Kurian en de Luo die van de landbouw leven en de Masaï, een
nomadenvolk dat rondtrekt met zijn kuddes. In 1997, in de volle aanloop
naar de nationale verkiezingen, gebeurde er iets vreselijks in Sagegi.
Mevrouw Eunita Majiwa die diverse ontwikkelingsprojecten coördineert in
het gebied, vertelde me hoe ze midden in de nacht wakker werd door luid
geschreeuw en gegil. Even later zag ze een vrouw met haar kinderen
voorbij rennen. De vrouw was gewond. Eunita verborg haar in huis. Het
bleek dat de Kurian en de Masaï met elkaar slaags waren geraakt. Met
speren en pijl en boog gingen ze elkaar te lijf. De Luo zaten geklemd
tussen de strijdende partijen en werden zo ook slachtoffer in het
conflict. De slachtpartij duurde een paar dagen. Vele mensen werden
verwond of gedood; huizen werden afgebrand en eigenlijk wist niemand hoe
het conflict exact was begonnen. Masaï beweerden dat Kurianmensen hen
hadden aangevallen. In het donker hadden ze niemand van de aanvallers
kunnen herkennen. Maar ze hadden gehoord dat ze Kurian spraken. De
Kurian op hun beurt beweerden net hetzelfde over de Masaï.
Toen de drie gemeenschappen na het conflict met elkaar spraken, bleek
dat de gevechten hoogstwaarschijnlijk waar uitgelokt door
buitenstaanders. Men vermoedt dat politici mensen hebben ingehuurd om de
wederzijdse provocaties op te zetten. Zo zouden de machthebbers de eendracht
rond de politieke oppositie hebben willen breken.
De gemeenschappen waren het erover eens dat dit nooit meer mocht
gebeuren. Daarom besloten ze om samen een school te bouwen, waar de
kinderen van de drie stammen gezamenlijk onderwijs zouden krijgen. De
lagere school staat er reeds drie jaar. De kinderen krijgen er les in
twee lokalen en onder een afdakje dat de mensen samen hebben opgebouwd.
Nu willen de drie stammen in Sagegi ook een middelbare school opzetten.
Ze hebben plannen getekend voor 4 leslokalen, een leraarskamer en een
secretariaat. De stenen voor dit gebouw hebben ze zelf reeds gebakken en
ook het benodigde timmerhout hebben ze verzameld. Andere bouwmaterialen,
zoals cement en golfplaten moeten worden aangekocht. Tevens hebben ze
ook nog wat basislesmateriaal nodig om de schoolt op te starten. Voor
4500 Є realiseren de inwoners van Sagegi hun middelbare school.
De school streeft er uiteraard naar om goed onderwijs
te bieden.
Tevens wil men vormingsprojecten opzetten rond de alomtegenwoordige
aids-problematiek. Maar de mensen uit Sagegi zijn er vooral van
overtuigd dat kinderen die van jongs af aan de schoolbanken hebben
gedeeld, in de toekomst minder vatbaar zullen zijn voor de gewelddadige
ophitsing van politici. Samen met de inwoners van Sagegi bouwen Raad en
Daad en het Dominicushuis zodoende aan een heel bijzondere school,
namelijk een school voor vrede.
Voorbeden
Wanneer we, zoals de apostelen (boven op de berg), God ontmoeten, laat
dat zijn sporen na. Daarom willen we bidden:
dat we ons nooit laten vastroesten in comfortabele zelfgenoegzaamheid.
Maar dat we onrustig blijven en ons aangesproken voelen zolang niet voor
iedereen een menswaardig leven mogelijk is.
Laat ons bidden.
Dat er altijd mensen in onze buurt zijn met een open geest en wijze
woorden, om ons op te roepen het oude vertrouwde achter te laten en open
te staan voor het nieuwe dat God altijd met ons wil beginnen.
Dat wij ons niet blindstaren op onze westerse luxeprobleempjes, maar
over de grenzen van onze rijkdom ontdekken dat er een wereld is, die
slechts dromen kan van een betere toekomst en rekent op onze
solidariteit.
God, vandaag zijn we samen aan tafel om uw maaltijd te genieten en we
vieren wat reeds in kiem aanwezig is, wat we soms heel even ervaren, en
wat naar volheid zal openbloeien: het feest van de levensvervulling die U
ons schenkt.
We hopen dat het ons te beurt mag vallen en dat we het elkaar gunnen,
vandaag en telkens opnieuw tot in eeuwigheid. Amen.
Slotgebed
Levende God:
Af en toe is het ons gegund
om van gedaante te verwisselen op een berg.
We halen het beste van onszelf naar boven.
We voelen ons bevrijd van tientallen beslommeringen
die ons dag in dag uit in beslag nemen.
We zien de aarde zoals die zou kunnen zijn,
een vruchtbare gulle plaats
waar overvloedig leven mogelijk is
voor generaties en generaties na ons.
Ook al weten we
dat deze momenten kortstondig zijn,
dat we geen tent kunnen bouwen om ze vast te houden,
en dat we de berg weer af moeten dalen.
Maak dat de herinnering aan deze momenten
levendig aanwezig blijft in ons leven
We hebben ze nodig,
telkens als we worden weggeroepen uit ons oude leven,
op weg naar een nieuw begin.
Zij vormen het heimwee dat ons gaande houdt
op onze tocht naar het komende Rijk.
top
terug
|