VIERINGen in het DOMINICUSHUIS

 
   

 

 

God in menselijkheid openbaar gemaakt
(6 januari - Openbaring des Heren)

 

Er is geen mooier feest denkbaar dan Driekoningen om te vieren dat hier vandaag iets nieuws begint. De echte naam van het Driekoningenfeest is, zoals u weet, 'Openbaring des Heren'. In een dorp aan de rand van de hoofdstad Jeruzalem, in een gewoon huis, bij mensen die bijna niemand kende, daar hebben heidense wijzen uit het Oosten hem gevonden en herkend: God die omwille van het heil van alle mensen onder hen is komen wonen, en nog wel als een pasgeboren kind. In een wijk achter het centraal station van de Vlaamse metropool Antwerpen gaan wij het openbaar blijven maken telkens als we hier samenkomen, voor onszelf eerst en vooral, maar ook voor alle mensen die in de taal van de bijbel 'heidenen' worden genoemd: dat Jezus de Christus geleden heeft en gestorven is, maar is verrezen en hier aanwezig komt, tot heil van alle mensen.

Alle begin is moeilijk. Ook dit begin hier. We moeten ons het kerkgebouw nog ontwennen en deze zaal nog gewend worden. Dat doet pijn. Maar het is een geboortepijn. Een vrouw die moeder wordt, verdraagt de pijn van het baren met grote vreugde.

We geven nu eerst uitdrukking aan de pijn om alles wat ons bezwaart en we bidden om vergeving, opdat we deze eucharistie met des te groter vreugde kunnen vieren.


OPENINGSGEBED

Misschien, God, openen goede mensen ons de ogen en helpen ze ons om U te zien en te ontmoeten op een moment en op een manier, anders dan wij het verwachten.
Zoals de herders en de wijzen uit het Oosten.
In een kind, een moeder, een vader, een vriend, een vreemde...
Wij hopen en bidden dat we eenvoudig genoeg zullen zijn om de hulp van anderen te aanvaarden wanneer ze ons verduidelijken waar U te vinden bent, vandaag en telkens weer, alle dagen dat we mogen leven, tot in eeuwigheid.

HOMILIE

Er zijn mensen die me vragen: is het verhaal over de wijzen uit het Oosten echt gebeurd? We zullen het nooit weten. Het heeft ook geen belang. Waar het op aankomt, is de betekenis van het verhaal. Door de eeuwen heen is het op duizenden manieren afgebeeld en in driekoningentochten uitgebeeld. Het behoort tot de kostbaarste schatten van het christelijk geloofsgoed. Maar we moeten die schat in zijn oorspronkelijke schittering tot onze verbeelding laten spreken. Dat probeer ik nu te doen.

Mattheüs vertelt: de notabelen van Jeruzalem moeten nogal geschrokken zijn. Vreemdelingen komen in de stad. Wijzen, dat wel, maar toch vreemdelingen, van een heidense godsdienst. Er is hier een koning geboren, zeggen ze, we zoeken hem en we komen hem onze hulde bewijzen. De experts en de adviseurs van koning Herodes steken de koppen bijeen en gaan snuffelen in oude documenten. Het zou in Bethlehem moeten zijn, besluiten ze, maar we weten het niet. Maar Herodes moet er helemaal niets van weten. Hij neemt geen enkel risico, hij gaat zich te buiten aan een politieke massamoord om zijn mogelijke concurrent zo snel mogelijk uit te schakelen.

Intussen hadden echter de wijzen de koning naar wie ze op zoek waren gegaan al gevonden, herkend en met hun geschenken gehuldigd. Hoe kwamen ze daartoe? Ze lieten zich leiden door een ster, zegt het verhaal. Maar hoe kwam het dat zij die ster zagen en de inwoners van Jeruzalem niet? Misschien omdat ze een innerlijk kompas volgden, omdat ze een fijngevoelige antenne hadden, de antenne van hun zoekend denken, van het verlangen dat hen op weg deed gaan. Misschien worden ze daarom in het evangelie 'wijzen' genoemd.

Dat was het wonder dat wij nog altijd noemen 'de openbaring des Heren'. Langs Jozef, de man van Maria, stamde Jezus uit het joodse koninklijk geslacht van David. Het wordt in veel kerstliederen gezongen. Maar voor de wijzen was dat niet het punt. Zij, die volgens de joodse opvatting heidenen waren, zij herkenden in het kind Jezus hun koning. Jezus, het menselijk gelaat van God die bij de mensen zijn intrek neemt, wordt openbaar, toegankelijk en herkenbaar voor mensen uit alle volkeren en culturen.

Dat vieren wij hier dus vandaag, in deze zaal waar we voor de eerste keer samenkomen onder de naam 'Dominicushuis'. Er is voor het Dominicushuis in de kerkelijke pers nogal wat reclame gemaakt. We mogen hopen dat hier mensen zullen komen voor wie de drempel van de kerk te hoog is geworden en het gebouw te groot. Vervreemd van de kerk. Sommigen misschien uit nieuwsgierigheid. Hoe doen ze dat daar? Wat voor soort mensen zijn dat eigenlijk? Het antwoord van de mensen die zorgen voor het Dominicushuis - van u allen - is heel simpel: kom binnen, en kijk, en doe maar mee.

Mensen komen samen omdat er iets is dat hen verbindt. Familiebanden bijvoorbeeld, of belangstelling voor voetbal, of om samen genoegen te beleven aan het kaartspel of het biljartspel. De band die mensen hier samenbrengt is het gemeenschappelijk christelijk geloof en de wil, misschien een zwakke wil, maar toch sterk genoeg om samen aan dit geloof uitdrukking te geven. Een beetje plechtig uitgedrukt: om het Woord Gods te beluisteren en te bespreken en om het eucharistisch brood te breken en met elkaar te delen. Misschien ook omwille van de gezelligheid daarna, hiernaast in de bar (de pub). Waarom niet?

Zo maken wij openbaar, zo zeggen en tonen we aan elkaar, en aan iedereen die er misschien een antenne voor heeft, wat wij geloven, vooral op deze zondag: dat God in menselijkheid is verschenen en onder ons blijft verschijnen, als heil voor de mensen uit alle volkeren en culturen.

Mijn wens is, goede vrienden, dat u er deugd aan mag beleven, dat u gaarne naar het Dominicushuis zult komen, dat u mee zult helpen om er een huis van te maken waar het goed is om samen te komen, samen te bidden, te zingen en te vieren wat u als christen gelovigen ter harte gaat.

Die lange zin kan ik kort samenvatten: zalig nieuwjaar!

B.J. De Clercq o.p.

GEBED OVER DE GAVEN

God wij bidden en hopen dat de gedekte tafel waarrond wij rustig plaats kunnen nemen en vieren, het symbool mag worden van de werkelijkheid die zich eens zal voltrekken: dat alle mensen kunnen plaats nemen rond tafels die voldoende voedsel bieden voor hen, hun gezin, hun familie, hun volk. Wat we hier doen in naam van Jezus, de verrezen Chistus, geeft aan dat we in die zin onze verantwoordelijkheid willen nemen, vandaag en elke dag opnieuw, zolang we mogen leven, tot in eeuwigheid.

EUCHARISTISCH TAFELGEBED

Voorganger:
Wij danken U Heer, voor Hem, die naar menselijke gewoonte met een naam genoemd werd,
toen Hij in een ver verleden werd geboren, ver van hier.

Gemeenschap:
Die genoemd werd Jezus, zoon van Jozef en Maria, zoon van mensen.

Voorganger:
Die ook Zoon van God genoemd wordt, Heiland, visioen van vrede, licht van de wereld, weg ten leven, levend brood en ware wijnstok.
Omwille van Hem kunnen we nu zingen:

Gemeenschap:
Heilig, heilig, heilig...

Die geliefd en onbegrepen werd bewaard in taal en teken als een eeuwenoud geheim, als een wachtwoord doorgegeven,
als een vreemd, vertrouwd verhaal.

Voorganger:
Die een naam in mijn geheugen, die de stem van mijn geweten, die mijn waarheid is geworden:
Hem gedenk ik hier en noem ik als een dode die niet dood is, als een levende geliefde.

Gemeenschap:
Die gekozen heeft te leven voor de armsten van de armen, helper, reisgenoot en broeder van de allerminste mensen.

Voorganger:
Die, toen Hij rondtrok door de dorpen van zijn land, mensen aantrok en bezielde, en verzoende met elkaar.

Gemeenschap:
Die zijn leven voor zijn vrienden prijsgaf, door een vriend verraden, die getergd tot op het kruis voor zijn vijand heeft gebeden; die van God en mensen verlaten, is gestorven als een slaaf.

Voorganger:
Die de laatste avond van zijn leven het brood van de tafel heeft genomen en het aan zijn leerlingen heeft gegeven met de woorden:

'Neemt en eet, dit is mijn lichaam, voor u gebroken,
aan u toevertrouwd.'

Die op het einde van de maaltijd ook de beker heeft genomen, en aan zijn leerlingen aangereikt met de woorden:

'Neemt en drinkt hieruit, dit is de beker met mijn bloed, teken van een nieuw verbond, vergoten tot vergeving van uw zonden.
En blijft dit doen om Mij te gedenken.'

Gemeenschap:
Heer Jezus, wij verkondigen uw dood
en wij belijden tot Gij wederkeert dat Gij verrezen zijt.

Voorganger:
Die als graan geoogst zal worden die als brood gedeeld wil worden om in mensen mens te worden.
Die, verborgen in zijn God,
onze vrede is geworden,
onze ziel tot rust deed komen,
die ons groet vanuit zijn verte
die ons aankijkt van dichtbij
als een kind, een vriend, een ander...
Hem gedenken wij hier, Hem noemen wij Jezus,
Die ons vandaag nog bidden doet :...

Gemeenschap:
ONZE VADER

SLOTGEBED

God, Vader, U riep mensen als Abraham en Mozes,
U trok met hen mee en wees hun de weg.
We bidden U: wil ons steeds blijven roepen
om weg te trekken uit vanzelfsprekendheden.

Verlicht de weg die we moeten gaan
en leid ons naar uw land van belofte, naar uw koninkrijk van vrede. Verlaat ons niet, in Jezus' naam, onze Broeder,
alle dagen dat wij mogen leven, tot in eeuwigheid.

top terug