| |
|
De weg bereiden
(8 december - tweede
adventszondag)
T ot twee
maal toe worden we in deze viering opgeroepen om te dromen over de komst
van de Messias. "God, de Heer zal komen", zo droomt Jesaja in zijn
visioen.
"Na mij komt Hij die sterker is dan ik", zo predikt Johannes.
Jesaja en Johannes wijzen naar de komst van diegene die sterker is dan
mensen.
Deze adventstijd mag ook ons aanzetten tot dromen.
Dromen dat het leven goed komt, dat er vrede op aarde mag komen, dat
mensen nooit gebroken hoeven te zijn. Laten we ons vandaag bezinnen over
onze opdracht: mensen worden van vrede, werkend aan gerechtigheid.
Gebed bij de tweede adventskaars
Heer, onze God,
de tweede kaars die brandt
is de kaars van onze inzet als wegbereider.
We willen niet zelf het middelpunt zijn,
maar verwijzen naar wie naast ons in het leven staat,
in het bijzonder hij of zij die minder kansen krijgt
en klein wordt gehouden.
Help ons, naar het voorbeeld van Jesaja en Johannes,
wijzen naar de komst van de Heer.
Niet als een magische gebeurtenis uit het verleden
maar als een dagdagelijkse mogelijkheid:
Gij, God, die liefde zijt, die in ons leven kan doorbreken. Amen.
Moment van inkeer
Heer, onze voornemens lukken niet altijd.
Daarom bidden we U om ontferming.
Om onze gesloten oren,
om het niet horen van de vraag achter woorden,
om het roepen dat wordt gesmoord,//
om de angst die wordt verborgen,
en het inzicht dat wordt verzwegen,
Heer, ontferm U
Om onze gesloten ogen
en het niet zien van de noden van deze wereld,
het verdriet van de kleinsten,
de gebrokenheid van wie naast ons staat.
Om onze gesloten harten
en het niet voelen van de pijn bij de medemens,
om de kilte van onze consumptiemaatschappij,
de wedstrijd om de grootste te zijn,
de verdrukking van de armen, Heer, ontferm U
Openingsgebed
God, slechts enkele weken scheiden ons van het feest van Kerstmis.
Help ons, opdat we in deze voorbereidingstijd
met meer aandacht en zorg omspringen met Uw mensen.
Doe ons inzien dat waardigheid niet afhangt
van diploma’s of kennis.
Laat ons dagelijks werken aan het opnieuw geboren worden van Jezus, Uw
zoon en onze Heer.
Homilie
In de Oost-Vlaamse polders ligt tegen de
Nederlandse grens aan een gemeente met de naam Sint-Jan-in-Eremo:
Johannes in de woestijn. Wie het polderlandschap achter de dijken
kent, kan zich goed indenken dat iemand als Johannes daar zou kunnen
optreden, met een microfoon en enkele krachtige luidsprekers en een
galmende stem ver klinkend over de vlakte, zijn voeten in de modder
aan de boord van een kreek waarin hij de bekeerlingen doopt. En ze
komen naar hem toe, uit de omliggende dorpen, maar ook met volgeladen
autobussen uit Gent en Antwerpen. En hij houdt zijn waarschuwende
preken. "Jullie allemaal, ook de pastoors en burgemeesters en
schepenen, bekeert u en laat u onderdompelen in het zuiverende water,
want de tijd begint te dringen. Bereidt de weg en trekt de paden recht
voor wat aan het komen is."
Maar wat we ons moeilijk kunnen indenken is dat zo'n zonderlinge
boeteprediker vandaag veel succes zou kennen. Enige
mediabelangstelling misschien wel, en misschien een paar beelden op de
regionale televisie, want er zouden mooie beelden te maken zijn. Maar
verder zou er waarschijnlijk niet veel gebeuren. Niemand laat zich
gaarne voor zondaar uitschelden, en wie gaat in het water knielen om
zijn zonden te bekennen?
Maar het roepen en dopen van Johannes in de
woestijn wordt vandaag in alle kerken en kapellen voorgelezen en
beluisterd. Een verhaal in de verleden tijd. Hoe zou het hier in ons
midden kunnen klinken, in de tegenwoordige tijd? Laten we daar enkele
ogenblikken over nadenken.
Eén zaak is al direct duidelijk: het verhaal heeft niets te maken met
kerstmis. Het vervolg, dat ik niet heb voorgelezen, beschrijft hoe
Jezus zich liet dopen, hoe hij zijn roeping ontving en zelf de
woestijn in trok. De wegen en paden die gereed moeten gemaakt worden
zijn niet de Offerandestraat en andere winkelstraten met
kerstversieringen en stemmige muziek. Het gaat om de wegen en paden
die geopend en geëffend worden door onze hoop, door onze wensen en
verlangens en onze verwachtingen. Die staan nu natuurlijk gespannen op
kerstmis en de eindejaarsfeesten. Bijvoorbeeld dat het weer een beetje
zal meezitten, dat de cadeautjes die we uitwisselen niet zullen
tegenvallen, dat het met kerstmis mag lukken een oude familieruzie bij
te leggen, dat iemand die al jaren niet naar het familiefeest wilde
komen nu toch zal meedoen. Dat zijn de verlangens en verwachtingen
waardoor onze onmiddellijke, onze smalle horizon wordt getekend. Maar
de advent is veel meer dan dat. Hij trekt voor christenen de horizon
van hun van hun verlangens en verwachtingen helemaal open. Advent is
een oproep om de diepste verlangens en hun dromen naar boven en naar
de voorgrond te halen.
Wat verwachten we eigenlijk als gelovige
christenen? Soms heb ik de indruk dat er te veel christenen zijn die
zonder verwachtingen leven. Ik vraag me soms af of ze niet teveel
lijken op de domme meisjes uit de parabel van de tien bruidsmeisjes.
De olie in het lampje van hun hoop en hun dromen lijkt uitgedroogd.
Dat vind ik veel bedenkelijker dan de uitgedunde kerkelijkheid. De
kwaliteit van een christelijk geloof wordt niet bepaald door de dingen
die iemand voor waar aanneemt, maar door de vinnigheid van zijn hoop.
Je bent christen in de mate dat je durft hopen en dromen dat mensen
niet alleen gedreven worden door kortzichtig eigenbelang maar ook, als
het erop aankomt, door hun honger en dorst naar gerechtigheid. Dat
inspanningen om vrede te stichten nooit helemaal vergeefs zijn. Dat
mensen, en jijzelf ook, de kracht kunnen vinden om zich te bekeren en
zich van de last van het kwaad dat hen bedrukt te bevrijden. Dat het
wonder van vergiffenis en verzoening kan geschieden. Dat armoede
mensen niet verbittert en rijkdom hen niet verslaaft of opsluit in
zelfgenoegzaamheid. Dat Welzijnszorg meer om het lijf heeft dan één
keer een geldinzameling maar duurzame zorg voor het welzijn van
medemensen betekent.
Hoop maakt helderziend en scherpt de oren. Waar je niet op hoopt, waar
je niet van durft dromen, dat zul je niet zien of horen als het toch
ergens gebeurt. Hoop die je in vervulling ziet gaan, ergens en
misschien maar een klein beetje, werkt aanstekelijk. Als het anderen
te beurt valt, kan het mij ook gebeuren. En als je op iets hoopt, zul
je er ook aan werken. Zo groeit ook door jouw toedoen Gods rijk op de
plaats waar je leeft, waar je woont en werkt: Gods wil die daar op
aarde geschiedt zoals in zijn hemel.
Toen de mensen aan Jezus vroegen wanneer Gods rijk
nu eindelijk zou komen, zei hij: het is midden onder u, zie je het
niet? De nieuwste Nederlandse vertaling schrijft: "Gods rijk is uw
eigen zaak" (Lucas, 17:21). Gods rijk is onze eigen zaak. Het hangt
van ons af dat en hoe het midden onder ons komt. Gods wil gebeurt niet
als hij niet door mensen wordt gedààn. We zouden van die ene zin van
het Onzevader, 'Uw wil geschiede op aarde als in de hemel', af en toe
een apart gebed in verschillende zinnen moeten maken.
Geef ons een scherpe blik en maak ons spits van
oor, dat we zien en horen waar uw wil geschiedt en uw rijk aan het
komen is.
Blaas onze dromen en verwachtingen leven in en geef ze de goede
richting, dat de tekenen van hun vervulling ons niet ontgaan.
Maak ons vastberaden en volhardend in onze wil om uw wil ook door
ons te doen geschieden.
En leid ons niet in de bekoring van ongeloof in de hulp van uw
genade.
Voorbeden
Een stem roept in de woestijn: bereid de weg van de Heer, maak zijn
paden recht.
Wij hopen dat de paden die we recht maken
paden zijn waarlangs mensen elkaar ontmoeten.
Daarvoor bidden we:
Dat wij vandaag, tenminste al in onze eigen gemeenschap,
niemand uitsluiten en
niemand opofferen aan ons eigen belang.
Dat wij geen vooruitgang noemen
waar een ander aan ten onder gaat.
Dat wij geen vrijheid noemen
wat een ander het recht ontneemt
om zichzelf te zijn.
Dat wij geen gemeenschap noemen
waar de minste niet de meeste aandacht krijgt.
Dat wij het vermogen ontwikkelen
om de laatste, de stilste, de zwakste van de groep
te omgeven met aandacht en respect.
God, leven gevende Vader,
leer ons hoe het kan
om niemand uit te sluiten,
nergens en nooit. Amen
Gebed bij de gaven
Laat uw Geest rusten, Heer,
op deze gaven en op ons
die brood en wijn willen worden voor elkaar.
Dat in het breken en het delen van ons leven
uw Blijde Boodschap mag klinken
voor de minste medemensen.
Laat uw Licht doorschijnen in ons leven,
vandaag en morgen en alle dagen van ons leven.
Bezinning na de communie
Omdat je niet slim genoeg bent,
ben je niet geslaagd.
Omdat je twee manden ziek was,
ben je niet geslaagd.
Omdat je door je weekendwerk geen tijd had,
ben je niet geslaagd;
Omdat je geen internetaansluiting hebt,
ben je niet geslaagd;
Omdat je de scheiding van je ouders moest verwerken,
ben je niet geslaagd.
Een jaar overdoen is een hap uit je portemonnee,
een hap uit je zelfvertrouwen,
een hap uit je vriendenkring,
een hap uit je leven.
Is ons systeem zo
Dat mensen met pech
nog meer gestraft worden?
Slotgebed
Heer, geef ons kracht om tegen de stroom in te gaan,
moed om het tij te keren.
Laat ons dromen van
en wijzen naar Jezus.
Opdat hij ons leert dromen en vermoeden
hoe het anders kan.
En help ons wroeten voor zijn dromen. Amen
top
terug
|
|