VIERINGEN in het DOMINICUSHUIS
2003

   
   

 

 

Opstaan uit het doopwater
(12 janauri)

Welkom.
Het gaat zeer snel in onze kerkelijke liturgie. De kerstboom en de stal van Betlehem zijn nog maar net weggeruimd. De wijzen uit het Oosten, die de openbaring van kerstmis - God die bij de mensen is komen wonen - verbreed hebben tot de hele wereld, zijn nog maar net uit ons gezichtsveld verdwenen. En nu al verschijnt Jezus als volwassen persoon voor zijn neef Johannes om zich door hem te laten dopen. "Ik doop met water", zegt Johannes, "maar hij zal u dopen in de heilige Geest".
De onderdompeling van Jezus in de Jordaan doet ons de vraag stellen naar ons eigen doopsel.
Wat heeft dat doopsel met ons gedaan in de loop van ons leven?
En wat heeft de Geest waarin we toen werden ondergedompeld, nog meer met ons in petto?
Laten we dit uur samen luisteren naar woorden over Hem
en vieren met Hem die groter is dan ons hart.

Gebed om ontferming

Gij die ons kent, God, wees ons genadig.
Gij die weet wat ons beweegt,
zie ons hier samengekomen
om vervuld te worden van uw vrede.

Er zijn nog zoveel plaatsen waar het enkel gaat om het recht van de sterkste, om macht en geld, … om eigenbelang.

Haat, wrok en jaloezie woekeren nog in ons bestaan.

Als gedoopten blijven we al te dikwijls te mak aan de kant staan.

God, Gij die ons pogen en ons falen kent,
zeg tot ons hart dat Gij liefde zijt
en bemoedig ons om met velen mensen naar uw hart te worden.
Beziel ons daartoe met heilige geest,
opdat wij nieuwe wegen durven gaan,
wegen van licht en liefde
vandaag, morgen en tot in eeuwigheid.  Amen.

Openingsgebed

Gij bemoedigt ons, God, met verhalen over uw welbeminde Zoon, Jezus,
die solidair werd met onvolkomen mensen als wij.
Niet boven anderen verheven leefde Hij,
maar te midden van mensen
met wie Hij het leven van harte deelde.
Moge die solidariteit de onze worden,
vandaag en alle dagen van ons leven. Amen.

Homilie

U heeft het ook wel gehoord of gelezen: de Belgen hebben allesbehalve optimistische gedachten over het nieuwe jaar. De werkloosheid neemt toe, de economie draait vierkant, er hangt oorlog in de lucht. En er is het vooruitzicht van het proces van Marc Dutroux en zijn handlangers dat nog eens al de vreselijke dingen van zes jaar geleden in het nieuws zal brengen. Tegen deze donkere achtergrond moeten we het evangelie van vandaag lezen.

Ook in de tijd van Jezus zaten ze in het Palestina van toen in de problemen. Johannes de Doper heeft onder het volk een brede beweging losgemaakt. De mensen kwamen in grote aantallen naar de Jordaan, de rivier die uitmondt in de Dode Zee, om zich in dat water te laten onderdompelen, helemaal kopje onder, en er bekeerd tot een ander leven uit op te staan.
Ook Jezus is naar de Jordaan getrokken om zich door Johannes te laten dopen. Dat was voor hem niet een terloopse handeling, zoals bijvoorbeeld van sommige ouders die op een zondagnamiddag hun kind laten dopen, met nadien een familefeestmaal. Jezus kwam van ver, van helemaal uit Galilea; wij zouden kunnen zeggen: van diep uit Limburg naar Brussel de hoofdstad, en niet in een comfortabele wagen langs een brede weg, maar te voet over de bergen naar de bloedhete woestijn.
En daar is het dan gebeurd. Toen Jezus opstond uit zijn onderdompeling in het water van de stroom naar de Dode Zee, zag hij de hemel voor hem opengaan, hij voelde de kracht van de Geest en hoorde de stem van God die hem benoemde, hem zijn identiteit gaf: mijn geliefde zoon. En toen wist hij het zeer bewust en heeft hij de keuze van zijn levensweg gemaakt. Hij wist dat hij het was naar wie het volk al zo lang uitkeek en dat hij het moest doen: het programma uitvoeren dat was voorgetekend in de grote profetie over de Dienaar van God. U hebt die profetie daarnet horen voorlezen. Hij zal degene moeten zijn die niet roept of schreeuwt, die niet op straat allerlei leuzen loopt uit te kramen, die de mensen niet naar de mond praat en allerlei mooie dingen voorspiegelt. Nee, hij zal onvermoeid en ongebroken klaar staan om op aarde gerechtigheid te doen geschieden. Hij zal niets of niemand terzijde schuiven, niets achter de hand houden, het zwakke en kleine niet uit het oog verliezen. Wie geknakt is als een broos rietstokje zal hij niet verder breken. Integendeel, de kwijnende vlaspit van geloven en van hopen tegen beter weten in zal hij opnieuw doen ontvlammen als het vuur van Gods geest en het licht dat de weg toont.

Wij allemaal, goede vrienden, zijn tot christen gedoopt. Wij hebben ons niet, zoals Jezus, welbewust laten dopen, het zijn onze ouders geweest die dat voor ons hebben beslist toen we nog maar nauwelijks geboren waren. Dat was ons kerkelijk doopsel. Maar in de loop van zijn of haar leven wordt ieder van ons wel nog regelmatig een keer gedoopt: ondergedompeld in het water van ellende of verdriet dat ons dreigt te verstikken, verpletterd onder de loodzware last van een ramp die ons treft. Het zijn de momenten waarop we niet meer verder kunnen zoals we het gewend waren, de momenten waarop we voor een beslissende keuze staan. Dan komt het erop aan ons christelijk doopsel te activeren. We moeten het programma van ons leven opnieuw definiëren. Als christen gelovigen weten we dat we er niet alleen voor staan. Gods Geest is ons gegeven. Als gedoopten zijn we geroepen om mee het Rijk van God en zijn gerechtigheid te realiseren en daartoe is ons de kracht van de Geest geschonken, opdat we de goede weg niet verliezen, opdat we kunnen volharden.

We moeten er regelmatig voor bidden, goede vrienden, voor onszelf en voor elkaar: opdat we de juiste keuzen maken, opdat we de kracht vinden verkeerde keuzen te herzien, opdat we niet ontmoedigd worden bij tegenslag. Vandaag misschien vooral is dat belangrijk, in de situatie waarin onze samenleving door een diep dal schijnt te moeten gaan en eruit moet proberen te geraken. Het is belangrijk dat ook wij van onze kant niet toegeven aan het heersende en dreigende defaitisme, dat we steun verlenen aan de positieve krachten, dat we blijven geloven in de mogelijkheden van een bekering. Laten we daarvoor vandaag dan ook bidden.

Voorbeden

Het verhaal over het doopsel van Jezus helpt ons nadenken
over onze verantwoordelijkheid als gedoopten.
Laten we nu biddend onze voornemens uitspreken.

Proberen we mensen naar Gods hart te worden:
beroerd door allerlei zwakke mensen, al te vaak afgeschreven.
Dat we stil en onopvallend tussen hen gaan staan: thuis, in de familie, in de buurt,
op het werk of waar dan ook.
Zo maar óm de ander.

Proberen we mensen te worden naar Gods hart:
rechtvaardig en goed, consequent en mild.
Proberen we elkaar graag te zien met ’n woord of
al zwijgend; met ’n gebaar of al doende.

Proberen we gemeenschap te worden naar Gods hart:
verdraagzaam maar vrijmoedig; in eigen kring en daarbuiten;
zonder angst, werkend aan toekomst.

Laten we zoeken naar wat mensen in geloven samenbrengt.
Dat we met begrip voor elkaars beperkingen
elkaar bemoedigend nabij zullen zijn.

We gedenken dankbaar onze overledenen van wie we veel goeds hebben geërfd.
Op hun wijze en in de omstandigheden van hun tijd,
hebben zij ons voorgeleefd wat voor hen christen zijn betekende.
We spiegelen ons aan de inzet en durf waarmee zij er wilden zijn voor anderen.

Gebed over de gaven

Heilige God, zegen ons in brood en beker met uw welbehagen
en doe ons gelijken op Hem
die uw meest beminde heet
en onze levensvervulling is:
Jezus, uw dienaar, onze broeder en Heer. Amen.

Slotgebed

God, Jezus hoorde zich Gods liefste zoon noemen.
Ook wij mogen ervan overtuigd zijn dat wij uw zonen en dochters zijn.
Doop ons daarom met uw Geest
om met hoofd en hart goed te zijn voor elkaar,
om de zwakken niet voorbij te gaan, maar op te richten en te sterken;
en moge uw koninkrijk groeien onder ons
alle dagen dat wij leven tot in eeuwigheid. Amen.

Zending en zegen

Om solidair te worden met mensen
die net als wij dromen van een nieuwe wereld,
en daaraan willen meewerken,
vragen we om een barmhartige zegen
in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest.Amen.

top terug