| |
|
Goede boodschappers
(26 januari)
Welkom.
In de eerste lezing van de viering worden we geconfronteerd met de profeet
Jona
die door God geroepen en gezonden wordt.
In het evangelie horen we Jezus vissers roepen om Hem te volgen, om met
Hem zijn weg te gaan en om zich in te zetten voor de blijde boodschap.
Jezus volgen houdt in dat men zijn eigenbelang opzij schuift, het opneemt
voor zijn medemens
en in die mens het gelaat van God herkent.
Moment van inkeer
Het woord van Jezus nodigt ons nu
uit tot bezinning en inkeer.
Vergeef ons, Heer, dat uw woorden zo weinig blij maken.
Dat we 'geloven' in een nieuw leven zo weinig zichtbaar maken.
Vergeef ons, Christus, omdat ons verlangen soms maar weinig op U is
gericht;
omdat wij zelden uitstijgen boven middelmatigheid.
Vergeef ons, Heer, omdat we uw oproep
dikwijls met een 'ja, maar' beantwoorden.
Gelukkig mogen wij vertrouwen op de Heer,
die ons oproept tot nieuw en ander leven,
vandaag, morgen en alle dagen die ons gegeven worden. Amen.
Openingsgebed
God, wij mochten in contact komen met mensen die ons de blijde
boodschap van Jezus Christus hebben verkondigd en voorgeleefd.
Wij danken hen en U.
Wij hopen en bidden dat ook vandaag velen Jezus' woord beluisteren en
dat we erin slagen om het samen met hen in daden om te zetten zodat
altijd meer mensen gelukkig worden, vandaag, en elke dag opnieuw en
tot in eeuwigheid. Amen.
Homilie
Ik weet niet wat u ervan denkt, maar ik kan me
moeilijk voorstellen dat de roeping van die vier vissers in zijn werk
is gegaan, zoals Marcus dat in zijn evangelie beschrijft.
Zie je ’t gebeuren… dat meer van Galilea, vissersboten op het meer,
vissersboten aan de oever en mensen die volop doende zijn: laden en
lossen, netten herstellen, aanleggen en uitvaren… En dan komt er een
vreemdeling voorbij die naar twee mannen die bezig zijn hun netten uit
te gooien roept: ‘Ga maar met mij mee, ik zal jullie tot vissers van
mensen maken.’ En die gasten laten vallen wat ze in hun handen hebben
en gaan mee. Een eindje verder hetzelfde scenario: daar is een heel
groepje druk bezig de netten klaar te maken. Zoals Marcus het
beschrijft moet het een klein familiebedrijfje zijn geweest: vader,
twee zonen en nog enkele dagloners, dus een soort k.m.o. avant la
lettre. En ook de twee zonen worden door de vreemdeling geroepen om
mee te gaan en ze doen het. Vader lief blijft met de dagloners in de
boot achter; zij mogen het zaakje verder alleen opknappen. Maar men
hoort daar geen vragen, geen commentaar, geen protest; alleen: komt,
volg mij, ik zal van jullie vissers van mensen maken. En onmiddellijk
volgden ze hem.
Aan het begin van de lezing werd aan ons wel gezegd wie die
vreemdeling was: Jezus, en dat hij de blijde boodschap van God
kwam verkondigen en dat men zich moest bekeren. Wie of wat is die
blijde boodschap? Ik krijg soms ook mensen aan de deur die beweren de
blijde boodschap te komen verkondigen, maar als ik dan vraag ‘en wat
is uw blijde boodschap’ dan krijg ik te horen dat ik een zondaar ben,
dat ik verdoemd zal worden en dat de wereld er heel slecht voorstaat.
Ik durf dan wel eens antwoorden dat hun boodschap toch maar weinig
blij maakt, alleszins niets bevat om verlangend naar uit te zien en
dat ze die gerust voor zichzelf mogen houden.
Persoonlijk voel ik me meer aangesproken door de
evangelielezing van vorige zondag. Het was toen Johannes die zijn
versie gaf van de roeping van de eerst leerlingen. Toen verliep het
allemaal veel begrijpelijker en aanvaardbaarder. Het is Johannes de
doper die twee van zijn leerlingen over Jezus vertelt en hen met Jezus
in contact brengt. Ze gaan met hem mee en blijven heel die dag bij
hem. Wellicht heeft Jezus hen verteld over ‘zijn’ roeping en over de
boodschap die hij namens God aan de wereld en de mensen moest brengen.
Ik veronderstel dat Jezus hen enorm moet hebben aangesproken, geboeid;
want wat zien we: zij brengen op hun beurt kennissen, collega’s in
contact met Jezus. Samen worden ze zijn leerlingen. Als wij de versie
van Marcus vergelijken met die van Johannes, zien we dat deze laatste
ook heel beknopt de ontstaansgeschiedenis van de roeping van de eerste
leerlingen weergeeft, terwijl Marcus enkel oog heeft voor het
resultaat: het effectief volgen van Jezus, ook al moeten we hun
plotse, impulsieve beslissing toch met een korreltje zout nemen. De
versie van Marcus is m.a.w. de samenvatting, het eindresultaat van een
evolutieproces, maar het proces zelf, hoe het in feite verlopen is,
vertelt Marcus niet.
Jezus zegt: ‘Ik zal van u vissers van mensen
maken’. Hoe moeten we dat opvatten? Zeker niet in de zin van: mensen
aan de haak slaan, zieltjes binnenrijven. Het betekent eerder: mensen
opvissen, mensen uit de put halen, mensen bevrijden uit hun miserie,
mensen reddend nabij zijn, hen weer toekomst geven, er weer bijhalen,
hun lot helpen dragen, heil en verlossing brengen aan zoveel mensen
die ronddobberen op de onmetelijke zee van onze tijd. Als je zo mensen
opvist, dan verkondig je niet enkel een blijde boodschap, dan ben je
een blijde boodschap; dan maak je mensen ten diepste blij, dan ben je
een vreugdezaaier. De echte en goede mensenvissers zijn
vreugdezaaiers.
Als wij in het evangelie van vandaag zoeken naar
een boodschap voor ons leven, dan ligt deze voor de hand. Jezus roept
ook ons om hem te volgen en zijn boodschap te doen aan mensen van deze
tijd. Dit sluit niet noodzakelijk in dat we daarvoor moeten laten
vallen wat we in handen hebben of waarmee we bezig zijn. Ook die
eerste leerlingen hebben niet zonder meer have en goed in de steek
gelaten. Elders in het evangelie zijn er aanduidingen dat ze hun
beroepsleven hebben voortgezet. Dit hoeft helemaal niet in tegenspraak
te zijn met ‘komt en ga met me mee’. De meeste mensen die Jezus willen
volgen, hebben trouwens een job, een huishouden, zijn getrouwd en
hebben kinderen. Jezus spreekt immers mensen aan op straat, thuis of
op het werk, niet om hen daar weg te nemen, maar omdat ‘hem volgen’
juist daar moet gebeuren.
Ik kom nog even terug op de inleidende zin van de
evangelielezing. Nadat Johannes was gevangen genomen, ging Jezus naar
Galilea en verkondigde er Gods blijde boodschap, nl. dat het Rijk Gods
nabij was, want dat hij en zijn metgezellen overal probeerden mensen
op te vissen uit hun ellendige en miserabele toestand. Zij brachten
genezing, en hoop en troost; zij waren mensen reddend nabij, zij
brachten vrede en vreugde en verzoening. Zij verketterden niet.
Zondaars, tollenaars, mensen van lager allooi werden niet naar de hel
en de verdoemenis verwezen; zij wensten hen ook geen proficiat met hun
manier van doen en laten, maar brachten hen tot een andere houding.
Wie ze wel verketterden, waren mensen die van zichzelf dachten dat ze
waarheid in pacht hadden, en de pretentie hadden anderen voortdurend
te moeten kapittelen: dit is verkeerd, en dat is niet goed, en dat mag
ook al niet, en die geloofsbelijdenis is misschien wel welgevallig aan
God maar niet goedgekeurd door de paus; een soort geestelijke
controleurs naar het model van de farizeeën. Met zulke mensen liepen
ze niet hoog op.
Ik stel voor dat we ons aansluiten bij Jezus, en
samen met hem deze week proberen mensen op te vissen, niet door hen
aan de haak te slaan, maar door aan hen de blijde boodschap te doen op
de manier zoals ik het daarnet heb beschreven: hulp, troost, een
reddende hand, enz. en dat we dan zondag hier terug bijeenkomen om
onze ervaringen te vertellen. Ik ben ervan overtuigd dat we veel
mensen zullen blij gemaakt hebben, dat we werkelijk vreugde zullen
gezaaid hebben. Dan kunnen we terecht zeggen: ik breng u de blijde
boodschap, maar ik heb u de blijde boodschap gedaan. En dan gaan
mensen ook verstaan wat de blijde boodschap is. Veel succes.
Jan Arnouts o.p.
Voorbeden
God, we hopen dat wij ooit in het
gelaat van elke mens uw gelaat mogen herkennen.
Omdat we ons geroepen weten om aan die toekomst mee te werken durven we
bidden:
Voor alle mensen die niet in beweging komen, die geen stap durven
zetten, ondanks hun talenten.
Voor mensen die bang zijn voor zichzelf en voor hun omgeving.
Wij hopen dat het goede dat Jezus deed hen treft, en dat ze in
beweging durven komen.
Voor alle mensen die in stilte bouwen aan uw Rijk,
voor alle doodgewone mensen die Jezus volgen of leven in zijn geest.
Wij hopen dat we samen met hen Jezus volgen.
Voor alle mensen tot wie Jezus zei: 'Kom en volg Mij',
voor onszelf dus,
dat wij Gods menslievendheid zichtbaar maken
en woorden spreken die blij maken.
Gebed over de gaven
Gij, die om mensen bewogen zijt:
laat brood en beker ons tot mensen maken
die vrede brengen aan anderen en hoop wekken op toekomst
in navolging van Hem die ons redding brengt:
Jezus, de heiland,
dit uur en tot in eeuwigheid. Amen.
Slotgebed
Wij danken U, God, omdat we woorden en brood mochten delen.
Wij danken om de woorden van Jonas en Jezus,
waarin uw bekommernis om mensen doorklinkt,
uw hoop en vurige wens dat wij gelukkige mensen worden.
Wij danken U, God om uw zendeling Jezus,
die op zijn beurt anderen uitzond
om uw bewogenheid om mensen wereldwijd uit te dragen.
Blijf het ons zeggen, God: dat wij U ter harte gaan,
dat Gij ons aller duurzame vrede wilt zijn. Amen.
Zending en zegen
Laten we in de loop van de komende week
de nodige stilte opzoeken om de stem van Jezus beter te horen.
Want alleen dan vinden we de kracht om in Gods naam zorg te dragen
voor onze medemensen.
top
terug
|
|