|
Het licht zien!
(30 maart)
Welkom.
Profeten
spreken uit wat ze hebben gezien. Hun woorden worden in de wind
geslagen.
Met als gevolg: ballingschap. Maar na de ballingschap is er het nieuwe
begin!
Door-gaan, anders, door-leven, op weg naar toekomst. Nikodemus, met al
zijn geleerdheid en aanzien, confronteert ons met duisternis en licht in
ons leven.
Hoe reageren wij op het negatieve in ons leven? Individueel, familiaal,
sociaal, economisch, politiek
is er ook een andere wereld mogelijk. Met elke kleine stap, waar en hoe
gezet, kunnen we licht brengen,
als we maar willen zien naar en oor hebben voor wat leeft aan onrecht en
onrechtvaardigheid.
Het Dominicushuis zet in deze vastentijd zo' n stapje naar meer licht;
het koppelt vandaag het beluisteren van de lezingen aan concrete actie:
delen met het weeshuis van de zusters dominicanessen in Isiro.
We weten dat de
zusters en wezen zelf voedsel winnen op hun grond, maar we weten ook dat
er voor melkpoeder, medische zorgen, voor 'n nieuwe fiets als
vervoermiddel… geen financiën zijn. Bij de offerande kunnen we onze
bijdragen aanbieden. (Vandaag vieren we temidden van de gedekte tafels
voor het solidariteitsmaal.)
Gebed om vergeving
Het woord van
Jezus nodigt ons nu uit om tot inkeer te komen.
Heer, vergeef
ons dat we ook in deze vastentijd het licht van uw liefde onvoldoende
waar maken. Ons eigen comfort en
profijt blijven
topprioriteiten.
Christus,
vergeef het ons dat wij in het duister blijven leven. We hebben schrik
van de confrontatie, de confrontatie met u.
Heer, we
beseffen onze beperktheid, maar we mogen op u vertrouwen.
God, wij weten dat
wij u ter harte gaan.
Spreek uw vrede over ons uit,
waarin wij ook elkaar nabij mogen zijn.
Nu en alle dagen van ons leven. Amen.
Openingsgebed
God,
elk moment dat ons wordt gegeven,
is een tijd om van elkaar te houden,
een tijd om er
te zijn voor allen,
al
werkend en spelend, al zwijgend en sprekend
in vreugde en
verdriet.
Dan, God, zijn we uw Christus en weten we u bij ons
vandaag en tot in eeuwigheid. Amen.
Eerste lezing
Voor we naar het
verhaal luisteren eerst even dit.
Voor de joden is Jeruzalem een heilige stad. In het midden van de stad
hebben ze immers
Gods tempel gebouwd. Stad en tempel zijn voor hen de plaats waar Gods
hemel de aarde raakt.
Met die wetenschap in het achterhoofd luisteren we nu naar het verhaal.
Homilie
“God heeft zijn Zoon
naar de wereld gezonden, niet om te oordelen maar opdat de wereld door
Hem zou worden gered.” Zo lazen we daarnet.
De naam Jezus betekent 'hij die redt'.
Jezus is gekomen om ons te redden en te bevrijden. Hij is gekomen
opdat er licht zou stralen in onze ogen. Hij is gekomen om ons hoop te
geven.
En wij, volgelingen van Jezus, worden uitgenodigd ons die gezindheid
van Jezus eigen te maken: Ook wij moeten mensen ter hulp komen,redden,
bevrijden en genezen van lichamelijke en geestelijke demonen, ook wij
moeten hoop en uitzicht bieden. Onze tegenstanders zijn geneigd te
zeggen dat we daar schromelijk in mislukt zijn. In plaats van leven
hebben we dood gezaaid. Zie maar:
Christelijk
antisemitisme is één van de oorzaken van de gaskamers van Auschwitz.
Christenen hebben meegeholpen aan de uitroeiing van de indianen in Amerika toen ze onder
dit natuurvolk een pokkenepidemie veroorzaakten, en hen te zware
arbeid oplegden.
Om de indianen te vervangen hebben christenen volop
meegedaan aan het verschepen van Afrikaanse slaven naar Amerika.
Christenen hebben eeuwenlang andere christenen
veroordeeld en uitgesloten.
En er zijn nog zovele zaken die christenen doen die
niet fraai zijn.
De oorlog in Irak zal bestempeld worden als een
christelijke aanslag!
De naam van Jezus
Christus – Hij die redt en bevrijdt – is door de eeuwen heen zwaar
belast. En terecht stellen we ons de vraag: Kunnen we echt nog redding
vinden in Christus?
Een zinnetje uit het
evangelie van vandaag brengt mij ertoe de vraag anders te stellen: “Beminnen
we de duisternis niet méér dan het licht?”
Christenen hoeven
geen zwartkijkers te zijn. Maar wij mensen zijn geneigd de zaken langs
de donkere kant te beschouwen. Al te vlug zeggen we: Het leven is wat
het is. Wij alleen kunnen er toch niets aan veranderen. We
verlangen wel naar iets beters, maar al te dikwijls ontbreekt ons de
wil om er ook iets aan te doen; om het oude vertrouwde los te laten
voor het onbekende nieuwe. Het is telkens weer een uitdaging!
Zo ging het ook de
Israëlieten: ze hadden er de grootste moeite mee, te geloven dat ze
Gods geliefde volk waren, dat God het beste met hen voor had, terwijl
zij vernederingen moesten slikken en zaten te treuren in ballingschap
in dat verre Babylonië.
En wij, wanneer wij
ons eenzaam en verlaten voelen, wanneer alles ons tegenzit, hebben ook
wij er dan niet de grootste moeite mee, te geloven dat we Gods
geliefde kinderen zijn?
“God is ons nabij”,
leert de bijbel, “God brengt ons redding.” En dikwijls nog wel op een
onverwacht moment. Zo bracht God aan de ballingen in Babylonië het
verlossende geschenk door de hand van de heidense koning Cyrus.
U hebt het gehoord
in de eerste lezing: “Laten allen die tot het volk van de Heer horen,
onder de hoede van de Heer hun God terugkeren naar Jeruzalem” – zei
koning Cyrus – “daar kunnen ze de tempel voor hun God weer opbouwen.”
Elke jood die dit
leest of hoort, doorzindert een golf van blijdschap. Spontaan wellen
in hem de woorden van Jesaja op: “Verheug je, Jeruzalem, en komt
bijeen, gij allen die haar bemint; verheugt u en weest blij, gij die
in droefheid waart, nu moogt ge u verzadigen aan de overvloed van uw
vertroosting” (Jes. 66:10-11) .
Wij christenen
spreken over ballingschap wanneer we de pijn voelen van
teleurstellingen om onze onvervulde idealen en van het vele zinloze
leed, dat niemand van ons bespaard blijft.
Toch blijven ook wij
hoopvol zingen: “Als God ons thuis brengt uit onze ballingschap, dat
zal een droom zijn”.
Eens zijn de
Israëlieten weer thuis gekomen. Wij geloven dat ook wij eens zullen
thuis komen. Méér nog, volgens Paulus’ woorden aan de Kolossenzen
(1:13) zijn we reeds thuis gekomen. “Want” - zegt hij - “God heeft
ons ontrukt aan het domein van de duisternis en overgebracht naar het
koninkrijk van zijn geliefde Zoon, in wie onze bevrijding verzekerd
is.”
In zijn leven, zijn
lijden en zijn dood heeft Jezus alles beleefd wat menselijk is:
Vreugde, vriendschap en genegenheid, maar ook onwil, tegenkantingen,
leugen, droefheid en onmacht. Mensen hebben Jezus omhoog geheven op
een kruis tussen hemel en aarde, maar God heeft Jezus doen opstaan en
verheven tot in zijn vaderhuis. Ook wij zullen omhoog geheven worden
tot in Gods huis, wanneer we erop vertrouwen dat God ons nabij is en
uitkomst biedt, zij het ook dikwijls op de meest onverwachte wijze.
Het is waar: een
mens die echt wil leven ontmoet meer vragen dan antwoorden. Wie echter
een open geest heeft bewaard, kan zich oriënteren aan het evangelie.
Neem nu het evangelie van vandaag: Nikodemus was een eerlijk zoekend
mens. Hij kwam in de nacht bij Jezus. Met belangstelling heeft hij
naar Jezus geluisterd en heeft hij geprobeerd de waarheid van Jezus
niet alleen te achterhalen maar de waarheid ook te doen (zie
het evangelie). Hij maakte dit duidelijk door te zeggen dat Jezus een
eerlijk proces verdiende (Johannes, 7:50). Hij hielp later ook Jezus
van het kruis te nemen om hem een menswaardige begrafenis te bezorgen,
in plaats van dat Jezus als een onmens, als een misdadiger in een
gemeenschappelijke begraafput zou terecht komen. Door zo te handelen
heeft hij zijn geloof getoond in Jezus. Hij heeft een verschoppeling
de status teruggegeven van een mens, van een waardig kind van God.
Nikodemus heeft de
waarheid gedaan. Hij is opgekomen voor recht en gerechtigheid. Hij was
een ware christen.
Evenzo moeten wij de waarheid doen in Jezus naam. We mogen de moed
niet verliezen mensen ter hulp te komen hen te redden en te genezen
van lichamelijke en geestelijke demonen.
W.
Costermans
Voorbeden
Laat ons bidden
tot God, die wil dat wij licht zijn voor elkaar.
Omdat woorden
voor het gebeuren in Irak tekortschieten, vervangen we ons
smekend bidden door het zingen van 'Wij bidden U
om vrede'… op het ritme van orgel, stilte en koor.
Maar laten we
eerst enkele witte vredeslinten aanbrengen, die symbool staan voor
het verlangen
naar wereldvrede bij zoveel organisaties, gemeenschappen en kerken…
Dat we ons in
deze vastentijd bezinnen hoe we meer kunnen betekenen voor onze naaste
buur.
Dat we blijven
geloven, hopen en eraan meewerken dat wereldmachten ooit respect zullen
hebben voor mensen in nood.
Voor ons, hier
bijeen:
dat Jezus' woord
toegang blijft vinden tot ons hart,
dat het voor ons
vruchtbaar wordt in een sfeer van verbondenheid.
Voor kinderen,
zusters en bevolking in Isiro, overal in Afrika en wereldwijd, die leven
in oorlog, geweld en armoede.
Laat
onder ons vruchtbaar worden, God,
wat Gij aan liefde
in ons zaait,
wat Gij onze harten toevertrouwt,
aan vriendschap en vrede. Amen.
Gebed over de
gaven
Heilige God, zegen deze gaven
en toon ons in
brood en beker
de graankorrel die
stierf om ons tot brood
te worden:
Jezus Christus,
onze Heer,
dit uur en alle
dagen van ons leven. Amen.
Slotgebed
Gij, die mensen roept om te leven in uw
licht:
maak uw beloften
waar
en luister naar
ons die uw hulp
inroepen;
laat al wat wij
doen gedragen worden
door vertrouwen in U
zoals Hij het ons
geleerd heeft die uw zoon heet
en onze voorspreker is:
Jezus Christus,
onze broeder en Heer,
in deze veertig
dagen en heel ons leven. Amen.
Zending en zegen
Het was goed hier
te zijn,
elkaar en Hem
nabij te zijn.
Het was goed hier
te zijn,
maar het is ook
goed heen te gaan
om elders met
velen te delen
wat ons hier werd
toevertrouwd
in de naam van de
Vader en de Zoon en de heilige geest. Amen.
top
terug
|