| |
|
Openbaring
(5 januari)
Welkom.
We hebben vandaag redenen te over om hier samen te vieren.
Eerste zondag in het nieuwe jaar.
Eén jaar vieren in het Dominicushuis.
Dankend en biddend vieren we wat de wijzen uit het Oosten ons vandaag te
zeggen hebben.
Ze roepen op om onze ogen open te houden waar de ster ons naartoe leidt,
waar het echt op aan komt; we zullen Jezus maar ontmoeten als we bereid
zijn Hem te herkennen in kleine mensen. Heel diep in ons binnenste weten
we dat wel!
Zij gaan, na de ontmoeting met Jezus, een andere weg.
Hoe maken wij zichtbaar dat we Jezus ontmoet hebben en dat Hij zin en
richting geeft aan ons leven? Soms tegenstroom in. Kiezend voor de kant
van kleinen.
Eucharistie vieren, brood breken en delen met elkaar als teken dat we er
willen zijn voor elkaar en vele anderen… geeft op zulke momenten zin !
Gebed om ontferming
Keren we ons hart naar het Kind waar de ster naar
verwijst,
dat zo maar met ons meegaat en weet wat ons bezighoudt wat ons
ontbreekt.
Ontferm U over ons, Heer,
omdat we het licht van liefde niet voldoende laten stralen voor
hen die naast ons staan.
Ontferm U over ons, Christus,
omdat we het donker maken door alles altijd beter te willen weten dan
een ander.
Ontferm U over ons, Heer,
omdat we zo weinig verdraagzaamheid uitstralen.
God, er zijn zoveel zinvolle tekenen die naar U
verwijzen.
Dat hebben de herders en de wijzen uit het Oosten ervaren.
Zij hebben U ontmoet in de relatie met goede mensen.
Wij bidden en hopen, God,
dat wij eenvoudig genoeg zullen zijn om hulp te aanvaarden
van anderen die ons verduidelijken waar U te vinden bent,
vandaag en telkens weer, tot in eeuwigheid. Amen.
Lezingen
Op het einde van zijn boek bezingt Jesaja de
heerlijkheid van het nieuwe Jeruzalem. Je zou de eerste lezing kunnen
beluisteren als inleiding op de evangelielezing waarin magiërs uit het
Oosten verwijzen naar de vreemde volkeren die in Jeruzalem hun ware
koning komen zoeken en aanbidden.
Homilie
Wij vieren vandaag het feest van de Openbaring des
Heren, ons beter bekend onder de naam van Driekoningen. Met de drie
koningen zijn we alleszins meer vertrouwd dan met de openbaring van de
Heer. Welke naam we nu aan dit feest geven hangt van af van de de
klemtoon die we leggen. Als voor ons de wijzen uit het oosten de
hoofdfiguren zijn, dan is het best te spreken van Driekoningen. Als de
klemtoon ligt op Christus, en eigenlijk is elk kerkelijk feest toch
een Christusfeest, spreken we beter van Openbaring van de Heer.
Natuurlijk hebben de drie koningen altijd meer tot de verbeelding van
de mensen gesproken. Schilders, schrijvers, kunstenaars allerhande
hebben zich door hen laten inspireren. Er bestaan hieromtrent heel wat
verhalen en legenden. Aanvankelijk (zoals in het evangelie van
vandaag) werden ze ‘wijzen’ genoemd, magiërs, sterrenkundigen. Maar
omwille van de geschenken die ze meedroegen werden ze al spoedig
‘koningen’ genoemd. Goud, wierook, mirre waren immers koninklijke
geschenken. Vandaar: koningen. Na enige tijd veranderden er twee van
gelaatskleur. De ene sloeg zwart uit, de andere geel. En weer later
kregen ze elk een naam: Caspar, Balthazar, Melchior. Ze werden ook op
alle mogelijke manieren voorgesteld, te voet, met kamelen,
dromedarissen, zelfs in een boot op zee. Er wordt ook verteld dat ze
aanvankelijk met veel meer waren, maar dat er onderweg heel wat zijn
afgevallen. Er zou zelfs een in zijn haast Betlehem voorbij gehold
zijn. Hij is bij Jezus aangeland net voor diens sterven op het kruis.
U ziet: die drie koningen hebben een roemrijke evolutie doorgemaakt.
We hebben echter alle reden om dit verhaal toch niet als een
historisch verhaal te zien (d.w.z. dat het niet letterlijk gebeurd is
zoals het beschreven staat), maar als een boodschap-verhaal.
In feite heeft de evangelist Matteüs dit verhaal
bedoeld als inleiding op zijn evangelie. De inleiding van een boek
wordt nooit het eerst maar gewoonlijk het laatst geschreven. Het
bevat meestal het doel, de opzet en ook het thema van het boek. Welnu,
aan de hand van dit verhaal geeft Matteüs heel kernachtig weer wat hij
verder in zijn boek (zijn evangelie) in het lang en het breed gaat
ontwikkelen: Jezus is het heil van alle mensen, wie ze ook zijn, waar
ze ook wonen, in welke tijd ze ook leven. Jezus is niet gekomen voor
één volk, in één bepaalde tijd, maar voor alle volkeren, in alle
tijden (dus ook voor ons, in deze tijd). Om dit verhaal goed te
begrijpen, moeten we eigenlijk eerst heel het evangelie lezen; dan
gaan we de inleiding (het verhaal van vandaag) gemakkelijker verstaan.
En dat gaan we dit jaar ook doen. Zondag na zondag zal er een passage
uit dit evangelie gelezen worden.
Maar zijn inleidend verhaal verbergt terzelfder
tijd een vraag aan ons: hoe sta jij tegenover die Jezus? Is er in je
leven plaats voor hem, voor zijn boodschap, voor het heil dat hij
brengt? Of is er bij jou geen plaats? En de evangelist weet dit op
een fantastische manier uit te tekenen. Hij voert twee categorieën
van mensen ten tonele. Enerzijds die wijzen uit het Oosten; zij
volgden een ster, een nieuw licht; ze wisten dat zij zelf de
wijsheid en de kennis niet in pacht hadden; daarom stonden ze open
voor het licht dat de ster aanwees: Jezus de Christus. Ze gingen er
zelfs naar op zoek. Daartegenover stonden Herodes en zijn trawanten:
de hogepriesters en de farizeeën; een groep van eigenwijze mensen
die niets meer te leren, niets meer te zoeken of te vinden , niets
meer te ontmoeten hadden. Zij dachten dat ze de wijsheid en het heil
wél in pacht hadden. Herodes blijft zitten op zijn troon van
eigenbelang. Hij had geen nieuwe koning nodig. De farizeeën hadden
zich vastgebeten in eigen geloof en eigen gelijk. Die verroerden
geen vin. Zij hadden geen redding nodig; er moest niets nieuws
komen. Het nieuwe maakte hen alleen maar overstuur.
Door dit verhaal van de wijzen uit het oosten
stelde Matteüs de toehoorders van zijn tijd en vandaag ook ons voor de
keuze. Hij vraagt ons: in welk kamp hoor jij thuis? Behoor je tot het
gevolg van de wijzen of voel je u eerder thuis bij Herodes en de
farizeeën? Denken wij ook alles zelf te weten en te kunnen? Beschouwen
wij onszelf als het licht van de wereld of durven we aanvaarden dat
niet wij het licht zijn, maar dat Jezus ons licht is, onze redding?
Eigenlijk gaat er in dit verhaal nog een vraag
schuil die heel speciaal van toepassing is op onze gemeenschap hier,
de gemeenschap van ons Dominicushuis. De wijzen uit het oosten vroegen
aan Herodes: ‘Waar is de nieuwe koning der joden?’ Gevolg: paniek,
schrik bij heel de zittende macht. Een nieuwe koning; iets nieuws.
Vorig jaar, deze zondag, werd hier met een nieuw initiatief gestart,
waar men vijf jaar geleden nog niet aan durfde denken. Tot dan werden
de zondagsvieringen geleid door de paters in de kerk, hiernaast, met
medewerking van heel wat leken. Nu worden deze vieringen reeds één
jaar geleid door leken, met medewerking van paters. Welk een ommekeer…
Wat een vernieuwing… Aanvankelijk stond men misschien wel wat huiverig
tegenover deze nieuwe gang van zaken. Maar, u ziet: de vieringen gaan
verder, en het gaat goed. We hoeven dus niet overstuur te geraken
wanneer nieuwe dingen zich aandienen in de maatschappij, in de kerk.
Belangrijk is dat wij hier elke zondag kunnen blijven samenkomen voor
een viering, waarin we wat rust vinden, waarin we voor elkaar wat
steun en bemoediging zijn in ons concrete leven, en waarin Christus
zich aan ons openbaart als het ware licht en zich aan ons wegschenkt
als voedsel voor onderweg.
Wij willen niet de pretentie hebben dat wij hét licht zijn; wij willen
zoals de wijzen op zoek gaan, en op zoek blijven gaan naar hét Licht
dat Christus is. We willen de waarheid niet in pacht hebben, maar ons
openstellen voor de Waarheid die Christus is. We willen ons niet
opsluiten in onze eigenwijsheid, maar we willen even wijs zijn als de
drie koningen, met hen op weg gaan en ons laten leiden door de ster,
in de hoop ook uit te komen bij het kind in de kribbe, Jezus van
Nazareth, onze wijsheid, ons licht, onze vrede, ons leven.
Jan Arnouts o.p.
Voorbeden
Bidden we dat Gods goedheid en menslievendheid mag
geopenbaard worden aan alle mensen.
Laat uw licht stralen, Heer, over alle volkeren;
dat zij zich verzetten tegen uitbuiting,
verdrukking, en geweld. Laten we bidden:
Laat uw licht stralen, Heer, over mensen die
eenzaam zijn
lijden of ziek zijn;
dat wij het volhouden hen niet in de kou te laten staan.
Laat uw licht stralen, Heer,
over allen die hier in uw Naam samen zijn.
Dat wij hier de kracht vinden
om van ons leven een openbaring te maken
van uw goedheid en uw menslievendheid.
Laat uw licht stralen, Heer, over onze gemeenschap
rond het Dominicushuis.
Over levenden en doden.
Dat wij sociaal en biddend, tastend en zoekend,
proberen een weg te gaan die vrede en tevredenheid brengt.
Vergeten we niet dankbaar te bidden om één jaar Dominicushuis.
Gebed over de gaven
God, wij bidden en hopen dat we in ons samenzijn
hier, rond de gedekte tafel, iets van uw volheid tot uitdrukking mogen
brengen, zoals de wijzen uit het oosten die volheid ontdekt hebben in
de relatie van een kind met zijn moeder.
We hopen dat we hier 'eigen belang eerst' van een Herodes kunnen
overstijgen en dat we van harte plaats maken voor alle mensen.
Dan symboliseren we de feesttafel van het Rijk van God en geven we aan
dat we onze verantwoordelijkheid daartoe zullen nemen,
vandaag en elke dag van ons leven. Amen.
Slotgebed
Gij, bron van alle licht,
wij danken U voor brood en wijn,
waarmee Gij ons hebt gevoed
en ons leven verlichten wilt.
Jezus, uw vleesgeworden woord,
Laat heel de wereld de warmte en de kracht ervaren
die er genezend en bevrijdend van Hem uitgaat,
vandaag en alle dagen van ons leven tot in eeuwigheid. Amen.
Zending en zegen
Mogen we van hieruit anders op weg gaan,
wijzer en moediger
om uw Ster te volgen, God,
en Jezus te ontmoeten in kleinen en armen.
Daartoe vragen we uw zegen in de naam van de Vader en de Zoon en de
heilige Geest. Amen.
top
terug
|
|