VIERINGEN in het DOMINICUSHUIS 2003

 
   

 

Openbaring
(5 januari)

Welkom. We hebben vandaag redenen te over om hier samen te vieren.
Eerste zondag in het nieuwe jaar.
Eén jaar vieren in het Dominicushuis.
Dankend en biddend vieren we wat de wijzen uit het Oosten ons vandaag te zeggen hebben.
Ze roepen op om onze ogen open te houden waar de ster ons naartoe leidt,
waar het echt op aan komt; we zullen Jezus maar ontmoeten als we bereid zijn Hem te herkennen in kleine mensen. Heel diep in ons binnenste weten we dat wel!
Zij gaan, na de ontmoeting met Jezus, een andere weg.
Hoe maken wij zichtbaar dat we Jezus ontmoet hebben en dat Hij zin en richting geeft aan ons leven? Soms tegenstroom in. Kiezend voor de kant van kleinen.
Eucharistie vieren, brood breken en delen met elkaar als teken dat we er willen zijn voor elkaar en vele anderen… geeft op zulke momenten zin !


Gebed om ontferming

Keren we ons hart naar het Kind waar de ster naar verwijst,
dat zo maar met ons meegaat en weet wat ons bezighoudt wat ons ontbreekt.

Ontferm U over ons, Heer,
omdat we het licht van liefde niet voldoende laten stralen voor
hen die naast ons staan.

Ontferm U over ons, Christus,
omdat we het donker maken door alles altijd beter te willen weten dan een ander.

Ontferm U over ons, Heer,
omdat we zo weinig verdraagzaamheid uitstralen.

God, er zijn zoveel zinvolle tekenen die naar U verwijzen.
Dat hebben de herders en de wijzen uit het Oosten ervaren.
Zij hebben U ontmoet in de relatie met goede mensen.
Wij bidden en hopen, God,
dat wij eenvoudig genoeg zullen zijn om hulp te aanvaarden
van anderen die ons verduidelijken waar U te vinden bent,
vandaag en telkens weer, tot in eeuwigheid. Amen.

Lezingen

Op het einde van zijn boek bezingt Jesaja de heerlijkheid van het nieuwe Jeruzalem. Je zou de eerste lezing kunnen beluisteren als inleiding op de evangelielezing waarin magiërs uit het Oosten verwijzen naar de vreemde volkeren die in Jeruzalem hun ware koning komen zoeken en aanbidden.

Homilie

Wij vieren vandaag het feest van de Openbaring des Heren, ons beter bekend onder de naam van Driekoningen. Met de drie koningen zijn we alleszins meer vertrouwd dan met de openbaring van de Heer. Welke naam we nu aan dit feest geven hangt van af van de de klemtoon die we leggen. Als voor ons de wijzen uit het oosten de hoofdfiguren zijn, dan is het best te spreken van Driekoningen. Als de klemtoon ligt op Christus, en eigenlijk is elk kerkelijk feest toch een Christusfeest, spreken we beter van Openbaring van de Heer.
Natuurlijk hebben de drie koningen altijd meer tot de verbeelding van de mensen gesproken. Schilders, schrijvers, kunstenaars allerhande hebben zich door hen laten inspireren. Er bestaan hieromtrent heel wat verhalen en legenden. Aanvankelijk (zoals in het evangelie van vandaag) werden ze ‘wijzen’ genoemd, magiërs, sterrenkundigen. Maar omwille van de geschenken die ze meedroegen werden ze al spoedig ‘koningen’ genoemd. Goud, wierook, mirre waren immers koninklijke geschenken. Vandaar: koningen. Na enige tijd veranderden er twee van gelaatskleur. De ene sloeg zwart uit, de andere geel. En weer later kregen ze elk een naam: Caspar, Balthazar, Melchior. Ze werden ook op alle mogelijke manieren voorgesteld, te voet, met kamelen, dromedarissen, zelfs in een boot op zee. Er wordt ook verteld dat ze aanvankelijk met veel meer waren, maar dat er onderweg heel wat zijn afgevallen. Er zou zelfs een in zijn haast Betlehem voorbij gehold zijn. Hij is bij Jezus aangeland net voor diens sterven op het kruis. U ziet: die drie koningen hebben een roemrijke evolutie doorgemaakt.
We hebben echter alle reden om dit verhaal toch niet als een historisch verhaal te zien (d.w.z. dat het niet letterlijk gebeurd is zoals het beschreven staat), maar als een boodschap-verhaal.

In feite heeft de evangelist Matteüs dit verhaal bedoeld als inleiding op zijn evangelie. De inleiding van een boek wordt nooit het eerst maar gewoonlijk het laatst  geschreven. Het bevat meestal het doel, de opzet en ook het thema van het boek. Welnu, aan de hand van dit verhaal geeft Matteüs heel kernachtig weer wat hij verder in zijn boek (zijn evangelie) in het lang en het breed gaat ontwikkelen: Jezus is het heil van alle mensen, wie ze ook zijn, waar ze ook wonen, in welke tijd ze ook leven. Jezus is niet gekomen voor één volk, in één bepaalde tijd, maar voor alle volkeren, in alle tijden (dus ook voor ons, in deze tijd). Om dit verhaal goed te begrijpen, moeten we eigenlijk eerst heel het evangelie lezen; dan gaan we de inleiding (het verhaal van vandaag) gemakkelijker verstaan. En dat gaan we dit jaar ook doen. Zondag na zondag zal er een passage uit dit evangelie gelezen worden.

Maar zijn inleidend verhaal verbergt terzelfder tijd een vraag aan ons: hoe sta jij tegenover die Jezus? Is er in je leven plaats voor hem, voor zijn boodschap, voor het heil dat hij brengt? Of is er bij jou geen plaats? En de evangelist weet dit op een fantastische manier uit te tekenen. Hij voert twee categorieën van mensen ten tonele. Enerzijds die wijzen uit het Oosten; zij volgden een ster, een nieuw licht; ze wisten dat zij zelf de wijsheid en de kennis niet in pacht hadden; daarom stonden ze open voor het licht dat de ster aanwees: Jezus de Christus. Ze gingen er zelfs naar op zoek. Daartegenover stonden Herodes en zijn trawanten: de hogepriesters en de farizeeën; een groep van eigenwijze mensen die niets meer te leren, niets meer te zoeken of te vinden , niets meer te ontmoeten hadden. Zij dachten dat ze de wijsheid en het heil wél in pacht hadden. Herodes blijft zitten op zijn troon van eigenbelang. Hij had geen nieuwe koning nodig. De farizeeën hadden zich vastgebeten in eigen geloof en eigen gelijk. Die verroerden geen vin. Zij hadden geen redding nodig; er moest niets nieuws komen. Het nieuwe maakte hen alleen maar overstuur.

Door dit verhaal van de wijzen uit het oosten stelde Matteüs de toehoorders van zijn tijd en vandaag ook ons voor de keuze. Hij vraagt ons: in welk kamp hoor jij thuis? Behoor je tot het gevolg van de wijzen of voel je u eerder thuis bij Herodes en de farizeeën? Denken wij ook alles zelf te weten en te kunnen? Beschouwen wij onszelf als het licht van de wereld of durven we aanvaarden dat niet wij het licht zijn, maar dat Jezus ons licht is, onze redding?

Eigenlijk gaat er in dit verhaal nog een vraag schuil die heel speciaal van toepassing is op onze gemeenschap hier, de gemeenschap van ons Dominicushuis. De wijzen uit het oosten vroegen aan Herodes: ‘Waar is de nieuwe koning der joden?’ Gevolg: paniek, schrik bij heel de zittende macht. Een nieuwe koning; iets nieuws. Vorig jaar, deze zondag, werd hier met een nieuw initiatief gestart, waar men vijf jaar geleden nog niet aan durfde denken. Tot dan werden de zondagsvieringen geleid door de paters in de kerk, hiernaast, met medewerking van heel wat leken. Nu worden deze vieringen reeds één jaar geleid door leken, met medewerking van paters. Welk een ommekeer… Wat een vernieuwing… Aanvankelijk stond men misschien wel wat huiverig tegenover deze nieuwe gang van zaken. Maar, u ziet: de vieringen gaan verder, en het gaat goed. We hoeven dus niet overstuur te geraken wanneer nieuwe dingen zich aandienen in de maatschappij, in de kerk. Belangrijk is dat wij hier elke zondag kunnen blijven samenkomen voor een viering, waarin we wat rust vinden, waarin we voor elkaar wat steun en bemoediging zijn in ons concrete leven, en waarin Christus zich aan ons openbaart als het ware licht en zich aan ons wegschenkt als voedsel voor onderweg.
Wij willen niet de pretentie hebben dat wij hét licht zijn; wij willen zoals de wijzen op zoek gaan, en op zoek blijven gaan naar hét Licht dat Christus is. We willen de waarheid niet in pacht hebben, maar ons openstellen voor de Waarheid die Christus is. We willen ons niet opsluiten in onze eigenwijsheid, maar we willen even wijs zijn als de drie koningen, met hen op weg gaan en ons laten leiden door de ster, in de hoop ook uit te komen bij het kind in de kribbe, Jezus van Nazareth, onze wijsheid, ons licht, onze vrede, ons leven.

Jan Arnouts o.p.

Voorbeden

Bidden we dat Gods goedheid en menslievendheid mag geopenbaard worden aan alle mensen.

Laat uw licht stralen, Heer, over alle volkeren;
dat zij zich verzetten tegen uitbuiting,
verdrukking, en geweld. Laten we bidden:

Laat uw licht stralen, Heer, over mensen die eenzaam zijn
lijden of ziek zijn;
dat wij het volhouden hen niet in de kou te laten staan.

Laat uw licht stralen, Heer,
over allen die hier in uw Naam samen zijn.
Dat wij hier de kracht vinden
om van ons leven een openbaring te maken
van uw goedheid en uw menslievendheid.

Laat uw licht stralen, Heer, over onze gemeenschap rond het Dominicushuis.
Over levenden en doden.
Dat wij sociaal en biddend, tastend en zoekend,
proberen een weg te gaan die vrede en tevredenheid brengt.
Vergeten we niet dankbaar te bidden om één jaar Dominicushuis.

Gebed over de gaven

God, wij bidden en hopen dat we in ons samenzijn hier, rond de gedekte tafel, iets van uw volheid tot uitdrukking mogen brengen, zoals de wijzen uit het oosten die volheid ontdekt hebben in de relatie van een kind met zijn moeder.
We hopen dat we hier 'eigen belang eerst' van een Herodes kunnen overstijgen en dat we van harte plaats maken voor alle mensen. Dan symboliseren we de feesttafel van het Rijk van God en geven we aan dat we onze verantwoordelijkheid daartoe zullen nemen,
vandaag en elke dag van ons leven. Amen.

Slotgebed

Gij, bron van alle licht,
wij danken U voor brood en wijn,
waarmee Gij ons hebt gevoed
en ons leven verlichten wilt.
Jezus, uw vleesgeworden woord,
Laat heel de wereld de warmte en de kracht ervaren
die er genezend en bevrijdend van Hem uitgaat,
vandaag en alle dagen van ons leven tot in eeuwigheid. Amen.

Zending en zegen

Mogen we van hieruit anders op weg gaan, wijzer en moediger
om uw Ster te volgen, God,
en Jezus te ontmoeten in kleinen en armen.
Daartoe vragen we uw zegen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Amen.

top terug