VIERINGEN in het DOMINICUSHUIS

   
   

 

 

Als jonge wijn
(2 maart)

Welkom.
Het evangelie doet een oproep om ons in te stellen op het nieuwe dat doorbreekt en verder zijn weg zoekt. Jezus spreekt een bevrijdende taal en laat zich niet leiden door dogmatisch of wettisch formalisme. 'Oud en nieuw zijn niet met elkaar te verzoenen'. Maar dat wordt geen gemakkelijke opdracht. Jezus redetwist met de schriftgeleerden en Hij zal nog veel verder gaan…; de eerste christenen en wij hebben het ook moeilijk met mensen die uitsluitend zweren bij het 'ouwe getrouwe'.
Om kracht, inzicht en durf vieren we samen eucharistie.

Gebed om ontferming

Bidden we hier en nu om mensen te worden in de gezindheid van Jezus. Om in geweten uit te maken wat van God is, en goed.

Heer, vergeef het ons als we halsstarrig vasthouden aan
'het oude om het oude'.

Christus, ontferm U over ons als we de verscheidenheid van elkaar
te weinig aanvaarden.

Heer, ontferm U over ons als we het nalaten
met vernieuwing te worstelen.

Dat Gods jawoord om vernieuwing
bemoedigend mag naklinken in ons midden
nu en morgen en tot in eeuwigheid. Amen.

Openingsgebed

God, wij hebben onze eigen gaven,onze eigen karaktertrekken.
Die verscheidenheid wordt een rijkdom als we elkaar kunnen aanvullen,
eerbiedigen en samen tot vernieuwing komen
in de geest van Jezus van Nazareth, vandaag en elke dag opnieuw en tot in eeuwigheid. Amen.

Homilie

Binnen onze katholieke godsdienst zijn er mensen die zich geroepen voelen te waken over de juiste beleving van die godsdienst. Meestal gaat het dan wel niet om de inhoud maar om de vormgeving. Hun aandacht gaat naar het nauwkeurig naleven (tot in de puntjes) van allerlei voorschriften, bepalingen en wetten waar men niet van mag afwijken, de trouw aan bepaalde gewoontes en gebruiken die in de loop van de geschiedenis zijn ingevoerd. Men is zelfs bereid heel wat fundamentele houdingen van liefde, oprechtheid en verzoening aan zijn hielen te lappen om het nauwkeurig onderhouden van die voorschriften af te dwingen.
Sommigen komen er rondweg voor uit dat ze de zaak wat in ’t oog moeten houden en moeten toezien of priesters en ook leken wel katholiek genoeg zijn, of ze niet te veel dingen doen die officieel niet zijn goedgekeurd. Ze stellen zichzelf aan tot rechters over anderen. Men begint met verdachtmaking, roddel, beschuldiging, veroordeling en banbliksems. Men dreigt ermee naar de bisschop te schrijven en men doet het ook, en bij de bisschop dreigt men naar de paus te schrijven als hij niet optreedt.
Daaruit bestaat heel het geloofsleven en de godsdienstige praktijd van sommige katholieken: controle, aanklagen, beschuldigen, verketteren. Voor al het goede dat ze doen : geen oog.

Als we het evangelie van Marcus erop naslaan, het evangelie waaruit heel dit jaar wordt voorgelezen, dan zien we dat een dergelijke praktijk altijd heeft bestaan. In de lezing van vandaag heeft Jezus het aan de stok met de farizeeërs. Dat is reeds de derde maal en we lezen nog maar uit het tweede hoofdstuk.
De eerste keer was het omdat Jezus een lamme zijn zonde had vergeven, wat volgens de farizeeërs voorbehouden is aan God (het was het verhaal van vorige zondag); de tweede keer werd hem verweten dat hij aan tafel zat met tollenaars en zondaars; vandaag protesteren ze ertegen dat zijn leerlingen niet genoeg vasten; onmiddellijk hierop volgt dan het dispuut over het aren plukken op sabbat - dat mag ook niet - en over de genezing op de sabbat, wat ook verboden is. En zo gaat dat verder.
Men krijgt de indruk dat het in Jezus’ tijd nog erger was dan nu. En men vraagt zich af : wie is nu de grootste rebel: voorgangers die een meer eigentijdse geloofsbelijdenis of groot dankgebed nemen, een profaan liedje spelen (wat is profaan, wat is religieus ?), die van een eucharistie een echte viering willen maken… of Jezus die zich niet houdt aan sabbatwetten en reinheidswetten, zonden vergeeft en God zijn eigen Vader noemt.

We willen nu wat dieper ingaan op de lezing van vandaag.
Jezus krijgt de verwijtende vraag waarom zijn leerlingen niet vasten, terwijl de leerlingen van Johannes en die van de farizeeërs wel vasten ?
De grootste betrachting van de farizeeërs was de joodse wet, als het ware blindelings, tot in de puntjes na te leven. Ze waren bang van God, bang om bij God niet meer in de gunst te staan. Daarom waren ze bang voor verandering, voor vernieuwing. Ze wilden liever enkele dagen extra vasten en vroeger dan voorgeschreven de sabbat beginnen; om toch maar goed te scoren in de ogen van de Heer. In feite hielden ze zich enkel bezig met het uiterlijke van hun godsdienst, maar niet met de kern. Daarom noemde Jezus hen ook witgekalkte graven, huichelaars.

Voor Marcus en zijn christelijke gemeenschap betekent de komst van Jezus het begin van een totaal nieuw tijdperk. Voor hen is het overduidelijk dat in Jezus God mensen reddend nabij is gekomen. Je ziet het trouwens overal gebeuren: mensen genezen, boze geesten worden uitgedreven, zonden vergeven…. Dat is goed nieuws. Waar dergelijke dingen gebeuren ,kan het leven best aangenaam en vreugdevol zijn, zelfs uitgroeien tot een feest. Zij zijn ervan overtuigd dat met Jezus de Messiaanse heilstijd is aangebroken, aangeduid als de bruidstijd, waarin God wordt voorgesteld als de bruidegom die zijn ontrouwe bruid, Israël, komt opzoeken die Hem verlaten had. We hoorden het in de eerste lezing : ‘Ik neem u als mijn bruid, voor altijd, als mijn bruid, in recht en gerechtigheid, in goedheid en erbarming, als mijn bruid, in onverbrekelijke trouw.’ (Hosea)

De komst van Jezus is te vergelijken met een bruiloftsfeest, en bij een huwelijk hoort vreugde. Zolang de bruidegom aanwezig is, denkt men niet aan vasten, kan men toch niet vasten. Trouwens, gedurende dergelijke feestelijkheden werden de gasten ontslagen van bepaalde religieuze verplichtingen, o.a. die van het vasten. Maar, er zullen dagen komen dat de bruidegom weg is; op die dagen zullen ze vasten, zegt Jezus. Dat de leerlingen van Johannes de doper geen hap door hun keel konden krijgen is goed te begrijpen. Hun meester zat ergens in de gevangenis, werd wellicht gefolterd, moest honger lijden,… Als men daaraan denkt, smaakt het eigen eten niet.

Vasten doet men dus niet om regels en wetten te onderhouden, maar om leegte en gemis uit te drukken. Vasten is uitdrukking van een diepere honger. De mens leeft immers niet van brood alleen. Die diepere honger kan enkel gestild worden door iemand die onvoorwaardelijk bemint. ‘Die iemand ben ik zelf’ zegt Jezus. Elders zal hij zich het levende brood noemen die alle honger stilt en het levende water dat de diepste dorst van een mens lest.

Met de komst van Jezus is dus een nieuwe tijd aangebroken : totaal andere kijk op God, totaal nieuwe boodschap van leven en samenleven, totaal andere manier van omgaan met wetten en voorschriften. Voor Marcus en de zijnen werd dit alles ervaren als een duidelijke tijdsbreuk tussen wat voorafging en wat er zich ten tijde van Jezus afspeelde, als een radicale scheiding tussen verleden en heden. Het heeft geen zin deze twee periodes met elkaar te vergelijken of te verzoenen. Het gaat om iets totaal nieuws; het gaat om nieuwe wijn en het heeft geen zin die nieuwe wijn in oude zakken te doen; die jonge wijn moet in nieuwe zakken. Al de rest is lapwerk. Ze zetten nieuwe lappen op een oud kleed, ze willen nieuwe wijn in oude zakken. Zo’n opgelapt kleed scheurt, zo’n oude wijnzak barst. Als men geen nieuw kleed wilt aantrekken, geen totaal nieuwe levenshouding wilt aannemen, blijft het bij lapwerk; en dat haalt niets uit, zegt Jezus. En zo komt het dat hij voortdurend overhoop ligt met de farizeeërs.

Maar met mensen die God zien als bruidegom, die vreugde vinden in zijn nabijheid , die zijn visie delen op mens en samenleving, en die wetten en voorschriften volgen naar hun diepste betekenis, daarmee komt Jezus niet conflict.

J. Arnouts o.p.

Voorbeden

God, we willen openstaan voor wat nieuw is en goed,
en daarvoor het beste van onszelf geven in wereldwijde solidariteit.

Wij bidden voor hen die ons zijn voorgegaan. (...)
Dat hun voorbeeld ons creatief blijft inspireren.

Wij bidden voor allen die, nieuw en zoekend, openstaan
om samen te leven met mensen uit andere culturen.
Voor hen die, in die geest, vredelievend werken aan onze buurt.

Wij bidden voor hen die er niet in slagen uitdagende wegen in te slaan.

Tenslotte bidden we voor onszelf en voor hen die ons ter harte gaan …
daarvoor maken we het even stil.

God, die ons langs Jezus
uw horizonten hebt geopend,
maak ons nieuw,
nu en altijd en tot in eeuwigheid. Amen.

Gebed over de gaven

Trouwe God, vernieuw ons
door de gave van brood,
dat zich breken laat als Jezus;
vernieuw ons  in de beker van een nieuw verbond
in die dagen en in alle dagen van ons leven. Amen

Slotgebed

God, wij danken U voor het samenzijn rond dezelfde tafel.
Samen eten van hetzelfde brood nodigt uit om ook de eenheid in verscheidenheid te bewaren en te bevorderen in ons leven van iedere dag.
Dank voor de zending die we van hieruit meenemen voor de komende dagen.
Wij hopen op die manier bij te dragen tot de vrede en vreugde in eigen kring en ruimer, want U, God, bent de kracht van ons doen en laten,
vandaag en morgen en tot in eeuwigheid. Amen.

Zending en zegen

Met woorden van vergeving
en daden van ruimhartigheid,
ook na dit uur,
moge de hemel ons rijkelijk zegenen
in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

top terug