Dominicanen Leuven Zondagspreken
  29 juni  - Petrus en Paulus Rechtstreeks afdrukken
 

Lezingen:

Handelingen 12,1-11
Matteüs 15,13-19

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 

De christelijke vrijheid


We vieren vandaag het feest van de apostelen Petrus en Paulus. Zij zijn twee grondleggers van onze kerk, de Kerk van Jezus Christus. Maar hoewel ze uiteindelijk één gemeenschap hebben opgebouwd, hadden zij toch onderlinge verschillen in visie op wat het belangrijkste was in de Kerk van Jezus.
Petrus stond meer voor een gemeenschap, die moest worden gestructureerd en in eenheid bewaard. Hij moest de schapen met hun onderlinge verschillen zo goed mogelijk bijeen houden. Hij was eerder een pastoraal ingestelde man. Hij probeerde de kerk in het midden te houden. Hij was eerder gericht op wat reeds was verwezenlijkt. Paulus wilde eerder de innerlijke drijfkracht van de Christusbeweging op de toekomst openhouden. Hij beklemtoonde de vrijheid tegenover alle verharding van welke wet dan ook. Het leven van de Geest boven de wet!

Deze twee fundamentele opvattingen over wat geloven is, kwamen met elkaar in botsing rond het probleem, of de christenen uit het heidendom al of niet moesten worden besneden, want Jezus en de eerste christenen waren Joden - en die werden in de Joodse godsdienst besneden.
Paulus verhaalt zijn heftige woordenwisseling met Petrus in zijn brief aan de Galaten van rond het jaar 55. In de kerk van Antiochië in Syrië had Paulus Petrus ontmoet. In die kerk at Petrus gewoon met de heidenchristenen mee, totdat vanuit Jeruzalem sommige mannen waren gekomen, die opkwamen voor de noodzaak dat de heidenen die zich tot het christendom bekeerden, ook zouden worden besneden. Na hun komst trok Petrus zich terug, en hield zich afzijdig van de heidenchristenen. In de ogen van Paulus had hij schrik dat de joodschristenen hem zouden beschuldigen dat hij de verlossing door het kruis van Christus in de plaats stelde van de verlossing door de besnijdenis. Jahwe had immers de besnijdenis tot voorwaarde gesteld voor het behoren tot het Godsvolk.

Op een vergadering, waarop alle christenen van Antiochië aanwezig waren, verwijt Paulus Petrus heftig zijn tweeslachtige houding: enerzijds sympathiseert hij wel met de christenen uit het heidendom door met hen te eten, maar anderzijds lijkt hij toch de besnijdenis van de christenen uit het heidendom noodzakelijk te achten. Hij zegt tegen Petrus: ‘Als jij, een geboren jood, leeft als een heiden door met hen te eten, hoe kun je dan de heidenen die christen willen worden dwingen om te leven als joden door hen te willen besnijden? Daar zit toch een tegenspraak in.

Zijn houding baseert Paulus op de overtuiging dat de gelovige mens niet wordt gerechtvaardigd door de werken van de wet, maar door het geloof in Jezus Christus. Jezus kwam de mensen verlossen van het geloof aan bepaalde dagen en maanden, tijden en jaren en aan de besnijdenis. Aan de Galaten vraagt Paulus: ‘Bent u werkelijk zo dwaas weer op uw eigen kracht te vertrouwen, en niet langer op de Geest?' Hij bezweert hen: ‘Als ge u laat besnijden, zal Christus u niets baten’. Want als ge u laat besnijden, d.i. als ge u eenmaal van voorschriften van buiten af afhankelijk maakt, zult ge u altijd verplicht voelen u van voorschriften afhankelijk te maken. De centrale uitspraak van Paulus is: Broeders en zusters, Christus heeft ons bevrijd, opdat wij in vrijheid zouden leven.

In Christus Jezus is het immers volkomen onbelangrijk of men al of niet besneden is. Belangrijk is dat men gelooft, en de liefde kent die het geloof zijn kracht verleent. En die liefde kennen we omdat Christus in ons leeft. ‘Ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij.'. Niet vanuit onze eigen liefdekracht leven wij, maar vanuit de liefdekracht van Christus, die in ons woont en werkt. Alles wordt zo veel gemakkelijker, als we ons maar moeten laten drijven op de liefdekracht van iemand anders. Maar we moeten die levenswerkelijkheid wel willen zien!

Deze door Paulus verhaalde discussie tussen hem en Petrus laat ons zien, waar het in de Kerk van Christus eigenlijk op aankomt: de vrijheid van leven.
Zoeken ook wij naar deze kijk!

Jaak Vandenbulcke o.p.

 
   Terug