| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 29 juni - Petrus en Paulus |
|
|
Lezingen:
Handelingen 12,1-11
|
|||
|
De christelijke vrijheid We vieren vandaag het feest van de apostelen Petrus en
Paulus. Zij zijn twee grondleggers van onze kerk, de Kerk van Jezus
Christus. Maar hoewel ze uiteindelijk één gemeenschap hebben opgebouwd,
hadden zij toch onderlinge verschillen in visie op wat het belangrijkste
was in de Kerk van Jezus. Deze twee fundamentele opvattingen over wat geloven is,
kwamen met elkaar in botsing rond het probleem, of de christenen uit het
heidendom al of niet moesten worden besneden, want Jezus en de eerste
christenen waren Joden - en die werden in de Joodse godsdienst besneden. Op een vergadering, waarop alle christenen van
Antiochië aanwezig waren, verwijt Paulus Petrus heftig zijn tweeslachtige
houding: enerzijds sympathiseert hij wel met de christenen uit het
heidendom door met hen te eten, maar anderzijds lijkt hij toch de
besnijdenis van de christenen uit het heidendom noodzakelijk te achten.
Hij zegt tegen Petrus: ‘Als jij, een geboren jood, leeft als een heiden
door met hen te eten, hoe kun je dan de heidenen die christen willen
worden dwingen om te leven als joden door hen te willen besnijden? Daar
zit toch een tegenspraak in.
Zijn houding baseert Paulus op de overtuiging dat de
gelovige mens niet wordt gerechtvaardigd door de werken van de wet, maar
door het geloof in Jezus Christus. Jezus kwam de mensen verlossen van het
geloof aan bepaalde dagen en maanden, tijden en jaren en aan de
besnijdenis. Aan de Galaten vraagt Paulus: ‘Bent u werkelijk zo dwaas weer
op uw eigen kracht te vertrouwen, en niet langer op de Geest?' Hij bezweert
hen: ‘Als ge u laat besnijden, zal Christus u niets baten’. Want als ge u
laat besnijden, d.i. als ge u eenmaal van voorschriften van buiten af
afhankelijk maakt, zult ge u altijd verplicht voelen u van
voorschriften afhankelijk te maken. De centrale uitspraak van Paulus is:
Broeders en zusters, Christus heeft ons bevrijd, opdat wij in vrijheid
zouden leven.
In Christus Jezus is het immers volkomen
onbelangrijk of men al of niet besneden is. Belangrijk is dat men gelooft,
en de liefde kent die het geloof zijn kracht verleent. En die liefde
kennen we omdat Christus in ons leeft. ‘Ikzelf leef niet meer, maar
Christus leeft in mij.'. Niet vanuit onze eigen liefdekracht leven wij,
maar vanuit de liefdekracht van Christus, die in ons woont en werkt. Alles
wordt zo veel gemakkelijker, als we ons maar moeten laten drijven op de
liefdekracht van iemand anders. Maar we moeten die levenswerkelijkheid wel
willen zien!
Deze door Paulus verhaalde discussie tussen hem en
Petrus laat ons zien, waar het in de Kerk van Christus eigenlijk op aankomt: de vrijheid van leven.
Jaak Vandenbulcke o.p. |
| |