| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 6 juli - Veertiende zondag |
|
|
Lezingen:
Zacharia 9,9-10
|
|||
|
De macht van zachtmoedigheid "Leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van
hart." Zulke woorden kunnen alleen maar 's zondags in de kerk klinken. In
de week kom je met zachtmoedigheid en eenvoud niet ver.
De studenten die pas hun examens achter de rug hebben,
weten maar al te goed dat je met andere capaciteiten dan zachtmoedigheid
en nederigheid voor de dag moet komen om treffelijke resultaten te
behalen. En als ze binnenkort hun plaats op de arbeidsmarkt moeten vinden,
zullen ze met zachtmoedigheid en nederigheid niet ver geraken. Hun ouders
zullen het hen wel ingeprent hebben. Je moet doorzetten, voor jezelf leren
opkomen, je moet je vooruit vechten. Je mag geen doetje zijn dat zich de
kaas van het brood laat eten. Zachtmoedigheid en eenvoud, het zijn geen
doordeweekse deugden.
We kunnen er natuurlijk niets tegen hebben dat iemand
vooruit wil komen in het leven, dat hij of zij een goed belegde boterham
wil verdienen. Maar die prestatiedrang is er in onze cultuur zo hard
ingehamerd dat we ons nauwelijks nog realiseren wat het allemaal kost. Je
moet met je ellebogen werken, je mag er niet voor terugschrikken je geluk
te verzekeren op de rug van een ander. We worden gedwongen vooral met
onszelf bezig te zijn, rondom ons een muur op te trekken, op het gevaar af
dat we er zelf niet meer overheen kunnen kijken.
We moeten ons wapenen tegen de dwang van de
prestatiemaatschappij. Ze maakt te veel slachtoffers. Over die
slachtoffers moet ik het niet hebben, ze zijn u wel bekend. Vraag een hard
wroetende huismoeder naar haar beroep. 9 kansen op 10 antwoordt ze een
beetje beschaamd: 'geen'. Onbetaald werk geldt immers niet als werk.
Beschaamd zijn ook de werklozen die hun werkloosheid verbloemen, uit
schrik dat men hen achter hun rug uitmaakt voor luiaard of profiteur die
op de kap van de gemeenschap teert. Zieken moeten maar snel weer gezond
worden. Kan dat niet, dan sluiten we ze op in een of ander drie- of
viersterrenhotel van onze gezondheidszorg, want het publieke leven is
voorbehouden aan de vitale mensen. In onze rust- en verzorgingstehuizen
zitten de oudjes te wachten. Eén op vier op een zoon of een dochter die
eens per maand binnenwipt; een kwart op bezoek dat nooit komt. Als je nog
niet dement bent, zou je er dement van worden.
'Kom allen naar mij toe die afgemat zijn en gebukt gaan
onder het juk en de last van onze prestatiemaatschappij, en ik zal u rust
geven.' Een Jezuswoord. Een zondagswoord, waar ons weekdaagse leven geen
oren naar heeft. Maar wel behoefte. En veel. In een gemeenschap van zachtmoedige en eenvoudige
mensen, voorspelt de profeet Zacharia in zijn toekomstvisioen, in zo'n
gemeenschap heerst rechtvaardigheid, en vrede van zee tot zee, tot aan de
grenzen van de aarde; daar rijdt de koning op een ezel - niet in een van
die stalen strijdwagens die op onze volgepropte wegen in de file staan -
maar op een ezel, symbool van nederigheid. Dezelfde ezel waarop Jezus op
Palmzondag Jeruzalem binnenreed. Die nederigheid van Jezus heeft niets van
de zachtheid van een zachtgekookt eitje. Als het om de eer en het recht
van mensen ging, maakte hij geen omwegen maar ging de confrontatie met
overheden en trendsetters niet uit de weg. Nooit was het hem erom te doen
zijn eigen persoontje in het zonnetje te zetten. Juist dat maakte zijn
inzet en zijn strijd voor recht en gerechtigheid geloofwaardig.
Nederigheid betekent niet dat we onze talenten in de grond moeten
stoppen. Integendeel. We hebben onze talenten heel hard nodig, want het is
niet simpel om in onze westerse cultuur zachtmoedigheid te doen
zegevieren. Nederigheid is al even onontbeerlijk, want dat houdt ons hart
zuiver.*
B.J. De Clercq o.p.
* |
| |