Dominicanen Leuven Zondagspreken
  15 augustus  - Tenhemelopneming van Maria Afdrukken
 

 

Lezingen:

1 Korintiërs 15,20-26
Lucas 1,39-56

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


In het voetspoor van Maria


Goede Vrienden,

Een centraal gegeven voor de viering van Maria's verheerlijking in de hemel is deze zin uit het evangelie dat we zo pas beluisterden: "Zalig zij die geloofd heeft dat tot vervulling zal komen wat haar vanwege de Heer gezegd is".

Maria had dit geloof uitgesproken toen haar bekend werd gemaakt dat zij de moeder van Jezus zou worden, maar zij drukte haar geloof uit met bereidwillige dienstbaarheid: "Zie de dienstmaagd des Heren" zei ze, "mij geschiede naar uw woord"( Lc. 1,37).
En terstond trok ze naar haar nicht Elisabeth om die bij te staan. En daarna zou zij heel haar leven ten dienste stellen van haar Zoon. Ook al begreep zij op vele momenten niet wat God met Zijn en haar Zoon voorhad, ze bleef Hem trouw, in haar hart overtuigd van het heil dat haar was aangezegd bij de boodschap van Jezus' geboorte. Zo gingen geloof en levensinzet bij haar samen.

Dat heil werd echter niet enkel haar, maar heel de mensheid toegezegd. En de verwezenlijking ervan kondigde Jezus aan, toen Hij in zijn afscheidsrede op het laatste avondmaal aan zijn leerlingen zegde: "Ik ga heen om een plaats voor u te bereiden. En als ik ben heengegaan en een plaats voor u heb bereid, kom Ik terug om u op te nemen bij Mij, opdat ook gij zult zijn waar Ik ben" (Joh. 14,2b-3).

Zo heeft Hij Maria opgenomen in zijn heerlijkheid en dat vieren wij vandaag, op dit hoogfeest. Maar die verheerlijking is geen plots gebeuren, geen onverwacht iets. Het is de bekroning van een leven. Maria heeft dit eindresultaat zelf mee opgebouwd tijdens haar leven in de vele wederwaardigheden die zij meemaakte en waardoor zij, gesteund door Gods genade – noemde de engel haar niet de ‘begenadigde’ (Lc. 1,28)? - steeds meer met haar Zoon verbonden werd om tenslotte geheel bij Hem opgenomen te worden.

En dat is ook ons levensperspectief en onze levensopdracht, die wij onder Gods genade moeten voltrekken: ook wij moeten eerst gelóven dat de Heer ons opwacht, dat Hij een toekomst voor ons heeft voorbereid, waarin wij blijvend met Hem verbonden zullen zijn in heerlijkheid. En dat is heel belangrijk, want het geeft ons moed en relativeert de moeilijkheden en tegenslagen die wij in ons leven meemaken. Maar ook wij moeten die verbondenheid met de Heer nu reeds opbouwen door Hem te volgen en te doen wat Hij van ons vraagt, zoals Maria dat deed: Zei Jezus niet, ook over haar: "Gelukkig die naar het woord van God luisteren en het onderhouden" (Lc. 11,28)?

Maar om in het voetspoor van Maria te gaan leven, krijgen wij als één der aspecten van God genadige bijstand, ook de hulp van Jezus' moeder zelf toegezegd. Zei Jezus niet op het kruis tot Maria: "Vrouw, zie daar uw zoon" en tot Johannes die Hij daarmee als zijn geliefde leerling bedoelde: "Zie daar uw moeder"? (Joh. 19,26-27). Welnu, als wij ons voor de Heer openstellen, zijn wij allen zijn geliefde leerlingen, en mogen ook wij Maria als onze moeder bij ons opnemen. Het is dus helemaal niet zonder reden dat wij ons betrokken weten in de hechte, moederlijke band die Maria met Jezus had. en dat wij dus op haar een beroep mogen doen om ons gebed tot de Heer te versterken met haar voorspraak.

In datzelfde vertrouwen mogen wij ook aan Maria vragen dat zij ons zelf vanuit hemel bijstaat en helpt om ons geloof te verdiepen, onze hoop te sterken en onze liefde gestalte te geven in onze bekommernis voor de mensen die wij ontmoeten Zo bouwen ook wij dan de hemel op die onze toekomst is. Niet zonder reden zegt onze volksmond dan ook: ‘Een kind van Maria kan niet verloren gaan’.

Joris Backeljauw o.p;

 
   Terug