Dominicanen Leuven Zondagspreken
  13 juli  - Vijftiende zondag Rechtstreeks afdrukken
 

Lezingen:

Jesaja 55,10-11
Romeinen 8,18-23
Matteüs 13,1-23

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 

De werkzaamheid van Gods woord


Eeuwenlang werd Gods woord in het oude verbond verkondigd, en al twintig eeuwen wordt het evangelie gepredikt. Maar hoe wordt het ontvangen? Zowel in de loop der tijden als op onze dagen vergaat het met Gods woord als met het zaad waarover Jezus in het evangelie sprak.

Velen horen het wel, maar ze luisteren niet; ja het gaat aan velen gewoon voorbij: want ze hebben geen oren voor een boodschap die niet onmiddellijk materieel voordeel biedt, meer nog: ze beschouwen Gods woorden als wereldvreemd of 'niet van deze tijd'. Men heeft tegenwoordig wel wat anders te doen!
Anderen zien er wel iets in: het ideaal spreekt hen aan. Het wordt tijd dat de mensen weer eens echte waarden leren ontdekken, er moeten opnieuw ideologisch onderbouwde kranten komen, de sport moet opnieuw echte sport worden in dienst van een gezond lichaam, de politiek moet ten dienste staan van vrede en eenheid en de arme mensen naar boven halen, de jeugd moet weer weerbaar worden, de mens en het gezin staan boven het werk en de luxe. Zo preken wij, zo worden ook elders mooie slogans gelanceerd . Maar hoe worden ze uitgewerkt en wie is consequent met zijn leuzen?
En dan zijn er de sukkelaars, de mensen die pogen van hun leven iets te maken, maar, door zorgen gebukt, het opgeven nog te geloven in een rechtvaardig bestaan. Of degenen die met goede bedoelingen een weldoende carrière opbouwen, tot de verleiding van het profijt of de begoocheling van het aanzien hun bedoelingen opzij zetten voor een zelfzuchtig bestaan.
Waar zijn dan nog degenen die naar Jezus' woord de goede aarde zijn? En is het waar dat zij honderd-, zestig- of zelfs maar dertigvoudige vrucht dragen?

Als we naar onze tijd en maatschappij kijken, lijkt dat wel een utopie. Maar kijken we dan wel met de ogen van het geloof, zodat we zien wat anderen niet zien, en horen wat anderen niet horen? Jesaja leerde het ons al: het woord dat komt uit Jahwe's mond keert niet vruchteloos naar Hem terug! Geloven wij dat? En wat vertelt Jezus over zijn Vader? is Hij niet de zaaier, die zaait, die blijft zaaien, die steeds weer kans tot leven geeft? En die tenslotte ook voor wasdom zal zorgen?
Alleen, - dat hoorden wij in de Romeinenbrief, - zuchten wij nog over ons eigen lot: omdat de uiteindelijke honderdvoudige vrucht in de toekomst ligt, als Gods woord geheel tot wasdom is gekomen en alles ademt van Zijn leven.

Maar ondertussen gebeurt er wat: Gods woord is wel degelijk werkzaam! Ouders, wees niet dus ontmoedigd, als uw kinderen niet onmiddellijk de vrucht dragen van de christelijke boodschap die gij hun hebt meegegeven: de graankorrel moet veel afsterven om een nieuwe vrucht voort te brengen. Mensen van het apostolaat, geef het niet op, als de kerken leeglopen en het gelovig leven opzij wordt gezet: ook nu zegt de Heer ons "de oogst is groot", al lijkt het zo niet. Hij heeft u als arbeiders nodig. Werkers aan de basis, erger u niet, als je het wanbeheer en de corruptie ziet van zovelen: kijk naar uw collega's, die net als jij goed hun werk doen. Krantenlezers, laat u niet tot wanhoop drijven, als je leest wat er allemaal misloopt in de wereld: ontdek het goede in je huisgenoot, in je buurman, in zovele mensen om je heen, dan zie je God aan het werk!

Want "God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered" (Johannes 3,17) en: "de schepping zal verlost worden uit de slavernij der vergankelijkheid en delen in de glorierijke vrijheid van de kinderen Gods", zoals de tweede lezing ons vandaag leerde.

Laten dus geloof en hoop ons aanzetten om heel Gods schepping lief te hebben. Dan zijn we zelf al bezig Gods Woord tot vruchtbaarheid te brengen. Vergeleek Jezus het rijk der hemelen niet met een mosterdzaadje, onooglijk klein als het gezaaid wordt? (Matteüs 13,31).

Elk goed woord dat wij spreken, elke glimlach die we elkander gunnen, elk vertrouwen dat we een ander trachten te geven is een uitdrukking van Gods woord en ergens zal het ontkiemen tot de opbouw van Gods rijk, ook al schiet het niet onmiddellijk op waar wij het verhoopten.

Maar openen wij dan ook zelf ons hart om het woord Gods te verstaan in de goede bedoelingen van onze medemensen, in de uitdagingen van elke dag die zovele kansen zijn om Gods Rijk van vrede en eenheid mede op gang te brengen. Want dat Rijk komt er, en het hangt van ons geloof af of wij er zullen in wonen.

Joris Backeljauw o.p.

 
   Terug