| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 17 juli - zestiende zondag |
|
|
Lezingen:
Wijsheid, 12,13.16-19
|
|||
|
Goede vrienden, Eigenlijk moeten
we zeggen dat we enkel van de hoofdpersoon, de Mensenzoon, enkele
belangrijke karaktertrekken kennen die ons geschetst worden in de eerste
lezing uit het boek der Wijsheid: een God die alles draagt, die veel macht
bezit maar die uitoefent met zachtheid en goedertierenheid. Er staat de
wondere zin: ‘Uw macht is de grond van rechtvaardigheid en omdat Gij
over allen heerst behandelt Gij allen ook met zachtheid’. Het is een
vreemd gelukkig onontbindbaar huwelijk: Macht die zich liefdevol
verbindt met zachtheid: dat is de familie Macht-Zachtheid Zo komen we bij onze parabels. Na een malse regenbui is
met de groene tarwe ook wat spichtig onkruid naar licht en lucht komen
zoeken. De goed opgeleide botanici van die tijd kijken met argusogen toe
en willen overhaast aan het wieden gaan. Juist dan krijgt de macht van de
Heer de vorm van wijsheid die zegt dat een mens zich kan vergissen in al
zijn overmoed. Hij geeft alle groene sprietjes de kans om te tonen wat ze
écht zijn en dan later, pas veel later, als alles volgroeid is en zijn
ware aard duidelijk is, zullen de ijverige botanici de toelating krijgen
om het woekergewas te verbranden.
Ook net op die manier maken ook wij iets van het Rijk
der hemelen: ons oordeel over mensen is gauw klaar. ‘We hebben spitse
intuïtie’ zeggen we en dan plaatsen we mensen met een andere cultuur,
huidskleur, verfomfaaide straatdwalers en lawaaierige digitaaljongeren in
de categorie van het ‘volwassen onkruid’ dat maar gauw weg moet. Maar
de parabel laat zien dat in het Rijk der hemelen de spitse intuïtie niet
onmiddellijk het laatste woord mag hebben. Zou niet ieder mens zijn als
een lapje grond waarop goed en minder goed, bijna tegen mekaar leunend, de
levenslucht opzoeken. Christelijke botanici die we willen zijn, hoeden dan
met machtige zachtheid het goede dat op dat mensenplekje grond groeit.
Hebben we zelf nog geen mensen ontmoet waarvan we op afstand denken: ‘Curieuze
kerel of dametje, zeg’. En dan kom je dichterbij en die persoon blijkt
net de enige te zijn die je even goedmoedig toeknikt en dan mag je in
christelijke parabeltermen denken: ‘Hé, verse groene tarwe, zeg’. Of
je moet maar eens in gevangenissen komen om te ontdekken hoe, op van
onkruid kaalgekapte stukjes mensengrond, heerlijke halmen rijpe tarwe
staan.
De parabel maakt ons deemoedig in ons oordeel: met die
deemoedigheid krijgen we even uitzicht op de plot van het Rijk der
hemelen. Ik zou het vertalen met de zin: "Het goede dat in mensen
door God tot leven is geroepen krijgt ongekende grootheid". Het kwade
zal verdwijnen, zal zichzelf weg elimineren.
Komt dan de tweede parabel: die van het mosterdzaadje.
Onooglijk klein. Je zou er geen cent durven op verwedden dat daaruit wat
groots groeien kan. Wie weet: liggen er nu in deze rumoerige tijd van Kerk
en maatschappij niet veel van die zaadjes op groei of zijn ze reeds voor
een deel opgeschoten…tot een ogenschijnlijk nietig plantje. Zijn er geen
mensen en groepen die, bedrukt door de tijdsgeest, toch aan het leven van
Jezus leeftocht opdoen en het Rijk doen groeien. Meestal - of liever:
altijd - ver weg van TV.-camera’s en paparazzi. Was het in de tijd van
Jezus anders? Kleine mensen met een groot hart, zo zeggen we dan. Is dit
niet hoopvol en mogen we daaruit niet vermoeden dat de plot van het
verhaal wel groots zal zijn?
De derde parabel is zo mogelijk nog sterker: wat je
niet meer ziet, de gist, maakt een massieve kwak deeg tot een overheerlijk
brood. Zo groeit Rijk Gods: vanuit onooglijke dingen rijst het Rijk Gods
tot volheid die niets anders is dan het geluk van alle mensen. Maar hoe ik
me dat moet inbeelden weet ik niet. Enkel kan ik zeggen dat kwaad met de
wortel zal uitgeroeid worden. Je zou haast zeggen: die plot is te mooi om
waar te kunnen zijn. Maar hebben we niet gehoord dat de Heer alles met
zachtheid bestuurt en vol goedertierenheid is? In de familie
Macht-Zachtheid is het leven als in een Rijk der hemelen. En als jullie
een christelijk wapenschild willen maken: vergeet dan vooral niet een
stevig symbool voor ‘macht’ erin te schetsen en een even fijn symbool
voor ‘zachtheid’. Dan wordt alles een hemel op aarde. Amen.
A. Vaganée o.p.
|
| |