Dominicanen Leuven Zondagspreken
  17 juli  - zestiende zondag Afdrukken
 

 

Lezingen:

Wijsheid, 12,13.16-19
Matteüs 13,12-43

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Macht verbonden met zachtheid


Goede vrienden,
Het Rijk der hemelen: hoe zou dat er uit zien? Is het voor morgen? Is het vandaag reeds onder ons? Zal er een rode loper uitgerold worden? En zou het kunnen dat ook in dat Rijk een alsmaar voorlopige regering aamborstig uitkijkt naar een definitieve regeling, niet van BHV, maar van de verhouding tussen het goede dat opleeft en het kwade dat, haast ongezien, levenstocht wegzuigt van tussen de gezonde tarwe? Is het niet opmerkelijk dat Jezus zelf geen puntige omschrijving geeft van wat het Rijk der hemelen dan wel zou zijn? Enkel parabels die als een hemelboog boven de alledaagse werkelijk hangen: die vertelt Hij ons .
"Zonder gelijkenissen leerde Hij hen niets", zo staat in de evangelielezing. Hij geeft enkel de naam van de spelers op: ‘de zaaier is de Mensenzoon; de akker is de wereld; het goede zaad zijn de kinderen van het Rijk; het onkruid de kinderen van het kwaad en de vijand die het zaaide is de duivel’. Maar met het opnoemen van die hoofdrolspelers heb je de plot van het verhaal nog niet vast. En geven we maar toe: we zouden zo graag die plot reeds kennen van in het begin. Waarom zitten mensen urenlang naar een Harry Potterfilm te kijken? Om uiteindelijk na zoveel afleveringen de oplossing te smaken. Dan komen we terug bij onze beginvraag: ‘Rijk der hemelen: beschrijf dat eens!’

Eigenlijk moeten we zeggen dat we enkel van de hoofdpersoon, de Mensenzoon, enkele belangrijke karaktertrekken kennen die ons geschetst worden in de eerste lezing uit het boek der Wijsheid: een God die alles draagt, die veel macht bezit maar die uitoefent met zachtheid en goedertierenheid. Er staat de wondere zin: ‘Uw macht is de grond van rechtvaardigheid en omdat Gij over allen heerst behandelt Gij allen ook met zachtheid’. Het is een vreemd gelukkig onontbindbaar huwelijk: Macht die zich liefdevol verbindt met zachtheid: dat is de familie Macht-Zachtheid
 Macht is hier niet grauw en gebonden aan dictators, zoals we dat te dikwijls spontaan denken. Er is de lieve macht die speurt naar wat mensen nodig hebben en die ze dat met zachte hand toesteekt. Die macht krijgt nooit eelt op de ellebogen vanwege het streven naar méér macht. Het is wel de houding van Iemand die macht gebruikt om wat goed is met nog meer mildheid te omgeven. Het is de macht die rustig is, niet overijld tewerk gaat en mensen toch krediet blijft geven. Het is macht die eigenlijk onzichtbaar is maar enkel voelbaar in alles wat groeit en gestalte krijgt. En voelbaar wanneer het kwade uit de weg geruimd wordt.

Zo komen we bij onze parabels. Na een malse regenbui is met de groene tarwe ook wat spichtig onkruid naar licht en lucht komen zoeken. De goed opgeleide botanici van die tijd kijken met argusogen toe en willen overhaast aan het wieden gaan. Juist dan krijgt de macht van de Heer de vorm van wijsheid die zegt dat een mens zich kan vergissen in al zijn overmoed. Hij geeft alle groene sprietjes de kans om te tonen wat ze écht zijn en dan later, pas veel later, als alles volgroeid is en zijn ware aard duidelijk is, zullen de ijverige botanici de toelating krijgen om het woekergewas te verbranden.

Ook net op die manier maken ook wij iets van het Rijk der hemelen: ons oordeel over mensen is gauw klaar. ‘We hebben spitse intuïtie’ zeggen we en dan plaatsen we mensen met een andere cultuur, huidskleur, verfomfaaide straatdwalers en lawaaierige digitaaljongeren in de categorie van het ‘volwassen onkruid’ dat maar gauw weg moet. Maar de parabel laat zien dat in het Rijk der hemelen de spitse intuïtie niet onmiddellijk het laatste woord mag hebben. Zou niet ieder mens zijn als een lapje grond waarop goed en minder goed, bijna tegen mekaar leunend, de levenslucht opzoeken. Christelijke botanici die we willen zijn, hoeden dan met machtige zachtheid het goede dat op dat mensenplekje grond groeit. Hebben we zelf nog geen mensen ontmoet waarvan we op afstand denken: ‘Curieuze kerel of dametje, zeg’. En dan kom je dichterbij en die persoon blijkt net de enige te zijn die je even goedmoedig toeknikt en dan mag je in christelijke parabeltermen denken: ‘Hé, verse groene tarwe, zeg’. Of je moet maar eens in gevangenissen komen om te ontdekken hoe, op van onkruid kaalgekapte stukjes mensengrond, heerlijke halmen rijpe tarwe staan.

De parabel maakt ons deemoedig in ons oordeel: met die deemoedigheid krijgen we even uitzicht op de plot van het Rijk der hemelen. Ik zou het vertalen met de zin: "Het goede dat in mensen door God tot leven is geroepen krijgt ongekende grootheid". Het kwade zal verdwijnen, zal zichzelf weg elimineren.

Komt dan de tweede parabel: die van het mosterdzaadje. Onooglijk klein. Je zou er geen cent durven op verwedden dat daaruit wat groots groeien kan. Wie weet: liggen er nu in deze rumoerige tijd van Kerk en maatschappij niet veel van die zaadjes op groei of zijn ze reeds voor een deel opgeschoten…tot een ogenschijnlijk nietig plantje. Zijn er geen mensen en groepen die, bedrukt door de tijdsgeest, toch aan het leven van Jezus leeftocht opdoen en het Rijk doen groeien. Meestal - of liever: altijd - ver weg van TV.-camera’s en paparazzi. Was het in de tijd van Jezus anders? Kleine mensen met een groot hart, zo zeggen we dan. Is dit niet hoopvol en mogen we daaruit niet vermoeden dat de plot van het verhaal wel groots zal zijn?

De derde parabel is zo mogelijk nog sterker: wat je niet meer ziet, de gist, maakt een massieve kwak deeg tot een overheerlijk brood. Zo groeit Rijk Gods: vanuit onooglijke dingen rijst het Rijk Gods tot volheid die niets anders is dan het geluk van alle mensen. Maar hoe ik me dat moet inbeelden weet ik niet. Enkel kan ik zeggen dat kwaad met de wortel zal uitgeroeid worden. Je zou haast zeggen: die plot is te mooi om waar te kunnen zijn. Maar hebben we niet gehoord dat de Heer alles met zachtheid bestuurt en vol goedertierenheid is? In de familie Macht-Zachtheid is het leven als in een Rijk der hemelen. En als jullie een christelijk wapenschild willen maken: vergeet dan vooral niet een stevig symbool voor ‘macht’ erin te schetsen en een even fijn symbool voor ‘zachtheid’. Dan wordt alles een hemel op aarde. Amen.

A. Vaganée o.p.

 
   Terug