Dominicanen Leuven Zondagspreken
  24 juli  - zeventiende zondag Afdrukken
 

 

Lezingen:

Koningen 3,5-12
Matteüs 13,44-52

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Niet te vlug oordelen


 Vrienden,

Als gelovigen leven we vooral van parabels, verhalen die ons suggereren hoe wij moeten leven, om echte kinderen van God en burgers van het koninkrijk van God te zijn. Ons geloof wordt niet vooral gedragen door wetten en voorschriften, maar door suggesties om nieuwheid in ons leven te brengen. Zojuist hoorden we een van de vele parabels uit het dertiende hoofdstuk van Matteüs. Een parabel die in twee versies in dit dertiende hoofdstuk aanwezig is.

In dit dertiende hoofdstuk wordt ons o.a. gezegd dat we ons moeten laten overrompelen door het koninkrijk van God, zoals door een onverwacht gevonden schat in een akker, of door een heel kostbare parel. We moeten plaats maken voor het nieuwe. Verder moeten we ons ontvankelijk opstellen tegenover dit gevonden koninkrijk, zodat we deels honderdvoudig, deels zestigvoudig, deels dertigvoudig vrucht kunnen voortbrengen voor onszelf en voor anderen. Geloven is een leven in vruchtbaarheid uitbouwen. Dit koninkrijk kan ook van buitenaf aangetast worden door negatieve krachten: het onkruid tussen de tarwe, dat de krachten van het goede aanvreet. Als we het onkruid eenmaal opmerken, welke houding moeten we er dan tegenover aannemen? Het zo snel mogelijk uitrukken, of het laten groeien samen met het graan, totdat we beter kunnen zien wat onkruid en wat graan is. Jezus stelt alles wat in dit koninkrijk gebeurt voor als iets waarvan we aanvankelijk niet goed kunnen onderscheiden of het onkruid of tarwe, goed of slecht, zal blijken te zijn. Hij maant ons dan ook aan, geduldig te zijn en ons terdege af te vragen, wat goed en wat kwaad is. Aangezien we moeten openstaan voor nieuwe perspectieven, kunnen we goed en kwaad in die perspectieven niet zo gemakkelijk onderscheiden.

Op deze problematiek komt Jezus een tweede keer in dit parabelhoofdstuk terug. Dat is de tekst die we zojuist hoorden. Hier vergelijkt Jezus het koninkrijk Gods met een sleepnet, waarin allerlei vissen werden gevangen. Als ze aan land komen, gaan de vissers van het verhaal zo vlug mogelijk bij het net zitten om de goede vis in kuipen te doen en de slechte vis weg te gooien. In eerste instantie gebruikt Jezus dat beeld voor wat volgens de Joodse traditie op het einde der tijden zal gebeuren. De engelen zullen erop uittrekken, en de kwaadwilligen van de rechtvaardigen scheiden, en de kwaadwilligen in de vuuroven werpen. De leerlingen menen dat ze het hebben begrepen: de kwaden moeten zo vlug mogelijk van de goeden worden gescheiden. Maar dan stelt Jezus hen op de proef, en vraagt hun uitdrukkelijk: hebben jullie dit alles begrepen? Ja, antwoorden ze. Maar dan corrigeert Jezus hen scherp. ‘Zo lijkt iedere Schriftgeleerde, die leerling in het koninkrijk van de hemel geworden is, op een huisvader die uit zijn voorraadkamer nieuwe en oude dingen te voorschijn haalt’.

Ook hier mogen we niet te vlug oordelen. We mogen ons niet alleen laten leiden door de vlugge categorieën van oud en nieuw. In het oude kan nieuwe, nog niet ontdekte kracht verscholen zitten, en in het nieuwe kan helemaal geen kracht schuilen, maar het nieuwe is soms de enige kracht om niet verstarren. De grote vraag lijkt dan: waarin bestaat levenskracht? Levenskracht laat de mens opleven, open bloeien. Wat zet een domper op het leven en wat niet? Het is waar, dat is een zaak van aanvoelen. Je moet het aanvoelen - durven aanvoelen - dat door wat je doet iemand open bloeit. Je kan niet vooraf helder bepalen waarin een bevrijdende handeling tegenover iemand moet bestaan. Je moet door het bevrijd zijn van de ander worden aangedaan. De bevrijding van de ander is een geschenk dat je zelf krijgt, en waarvoor je dankbaar moet zijn.

Krijg je dat geschenk, dan ervaar je echte nieuwheid in het leven van elke dag. Dan weten we in deemoed, dat we burgers zijn van het nieuwe rijk van God.

Jaak Vandenbulcke o.p.

 
   Terug