| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 31 juli - achttiende zondag |
|
|
Lezingen:
Jesaja 55,1-3
|
||
|
Hij moet er wel vol van geweest zijn, want later
vertelt hij het nog een keer (15,32-38). Nu laat hij het gebeuren aan de
overkant van de grens, in vreemd gebied, en noemt andere aantallen:
vierduizend man, zeven broden en wat vis, zeven manden met overgebleven
stukken brood. Hij wil iets nieuws vertellen. De getallen hebben een
symbolische lading. Zeven (in het eerste verhaal 5 broden plus 2 vissen)
is een symbool van volheid en overvloed. Vier (4.00 man) verwijst naar de
vier uiteinden der aarde. Dit wil zeggen: het evangelie is niet alleen
voor de Joodse volksgenoten bestemd, voor de 12 stammen van Israël, maar
evenzeer voor de 7 'heidense' naties waardoor ze omringd waren. Wij zouden
nu zeggen: voor alle volkeren en culturen. En allen kunnen ze hun honger
stillen met het brood dat door Jezus werd gezegend en door zijn leerlingen
uitgedeeld.
Het broodverhaal is door de eeuwen heen voortverteld.
Nog altijd wordt het in liturgische vieringen gelezen en beluisterd. Het
belicht de woorden die we uitspreken om hem te blijven gedenken die op de
laatste avond, als "bewijs van zijn liefde tot het uiterste
toe", brood heeft gebroken en gezegend en uitgedeeld en zijn
leerlingen uit de beker met wijn heeft laten drinken. Over vissen wordt
niet gesproken, maar we weten dat de vis het oudste symbool is van de
verrezen Christus. Hetzelfde als de wijn van het laatste avondmaal: het
vergoten bloed van Jezus, teken van zijn leven dat hij gegeven heeft om te
redden uit zonde en kwaad. Als in de eucharistieviering het gezegende
brood word gebroken en uitgedeeld en uit de beker wordt gedronken,
verbeelden we het broodwonder. Het wordt sacrament, een teken dat uitwerkt
wat het betekent. Het is het teken dat wij zelf moeten en uit kracht van
Gods genade ook kunnen waarmaken.
"Geven jullie hun maar te eten", zei Jezus
tegen zijn leerlingen. En dat deden ze. Met bijna niets, maar duizenden
mensen konden eten tot ze geen honger meer hadden en er was nog veel
overschot om aan veel anderen uit te delen. Bijna niets is ook het
eucharistisch brood dat we met elkaar delen. Niet om onze fysieke honger
te stillen. Geen mens leeft van brood alleen. Er zijn veel andere dingen
die we broodnodig hebben om ervan te leven. We hebben honger naar
vriendschap, naar erkenning en waardering, naar vertrouwen en vergiffenis
van medemensen. Zonder liefde heeft niemand echt leven.
We realiseren het teken van het eucharistisch sacrament
nog niet echt door, zoals het heet, de honger in de wereld met onze
overvloed te helpen bestrijden. Nodig daarvoor is dat we veel andere en
kostbaarder dingen geven en krijgen. Waar dan het sacrament van het
lichaam van Christus dat gelovigen met elkaar delen metterdaad wordt
gerealiseerd, kunnen we zien hoe het bewijs wordt geleverd: de wonderen
zijn de wereld niet uit!
B.J. De Clercq o.p.
|
| |