Dominicanen Leuven Zondagspreken
  28 november  - eerste adventszondag Afdrukken
 

 

Lezingen:

Jesaja 2,1-5
Matteüs 24,37-44

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar


Feest van nooit te versmachten hoop

Goede vrienden,
Het geloof zou een stok moeten zijn waar men op kan steunen en niet een stok waarmee we geslagen worden; laat staan zelf zouden slaan.
Al te dikwijls worden in de kerk nodeloze harde woorden gesproken tot een publiek dat meer gebaat zou zijn met vreugdevolle en barmhartige woorden.
Zo herinner ik me een pastoor die altijd zijn trouwe zondagsgelovigen angst en schuldgevoelens aanpraatte terwijl zijn preek eigenlijk bestemd was voor mensen die niet aanwezig waren.

Vandaag is het de eerste zondag van de advent. We hebben reeds een eerste lichtje ontstoken. Een klein lichtje als voorbode dat de duisternis het eens zal moeten afleggen op het steeds groter wordende licht. De gezangen, gebeden en lezingen spreken van verwachting. We bereiden ons voor op het meest sfeervolle van alle hoogfeesten: Kerstmis. Maar wat horen we? Het evangelie van vandaag laat echt geen feestelijke tonen klinken. Jezus heeft het over de zondvloed die destijds bijna alle mensen wegrukte en over een dief die ’s nachts komt inbreken.

Ter voorbereiding op het kerstfeest hadden we toch wel een iets vriendelijker, opgewekter en hoopvoller woord verwacht.
Nochtans is het evangelie niet geschreven tot ons oordeel maar tot ons voordeel. En wat Jezus vandaag wil zeggen is toch wel belangrijk. Hij zegt: de meeste mensen zijn gewoon bezig met wat elke dag gedaan moet worden. Ze eten en drinken; ze kopen en verkopen; ze worden verliefd en ze huwen. De mannen werken op het veld en de vrouwen malen het koren. Ze zijn in beslag genomen door routines, de zorgen en de vreugden van alledag. Ze doen hun dagelijkse werk zelfs goed en ze geven zich niet over aan een ongeregeld leven. Ze zijn gewoon bezig met de dagelijkse lasten en zorgen van het leven.

Maar het is juist dit dagelijkse leven dat zo alledaags geleefd wordt dat kan leiden tot vervlakking en sleur. We denken er geen moment meer aan dat het leven plots heel anders kan worden. Plots wordt ons persoonlijk leven overhoop gegooid en zelfs op wereldvlak gebeuren er rare dingen. Ja, er wordt plots een zondvloed als een tsunami over ons uitgegoten. De een wordt meegesleurd en de ander blijft achter. En dan is de vraag: laten we ons leiden door het lot of door God die ons barmhartig en liefdevol in zijn handen houdt?

En hier klinkt dan het woord van de Schrift: laat ons toch waakzaam blijven.
Zeker, het kerstfeest, waar we ons op voorbereiden, mag een warm en gezellig familiefeest zijn, maar toch moeten we, waakzaam, doorheen deze gezelligheid de harde werkelijkheid blijven onder ogen zien.

In deze adventstijd wordt er voortdurend voorgelezen uit de profetenboeken.
Die godsmannen gaan zonder omwegen op de kern van de zaak, op het uiteindelijke af. Vaak hebben ze onprettige dingen te zeggen. Soms jagen ze hun toehoorders de schrik op het lijf. Ook Jezus deed dat af en toe. Maar zowel Jezus als de profeten voor Hem, hebben iets overweldigends aan te kondigen, waarvoor ze ons met alle middelen wakker willen schudden.
Dat overweldigende is de komst van God in ons eigenste mensenbestaan. Jezus gaat het onze doormaken, met alles erop en eraan. God laat zijn gelaat zien in de mens Jezus. Over dat vreedzame geweld van God kan alleen in heel sterke, soms angstaanjagende beelden gesproken worden.

Toch is er geen reden tot angst, als we tenminste waakzaam zijn, als we onze ogen openhouden voor het uit-einde-lijke. We moeten er op zijn minst voor zorgen dat Kerstmis niet ondergesneeuwd geraakt in sentimentaliteit en cadeautjes.

Christenen zijn mensen die het alledaagse doorbreken en tegen de stroom in gaan. Ook al korten de dagen nog steeds en is er meer duisternis op komst een christen mens spreekt reeds van dageraad en opkomend licht. Een christenmens weet dat de dageraad op komst is wanneer de nacht op zijn donkerste is.
Ook al is er nog steeds oorlog, we blijven luisteren naar de woorden van Jesaja: "De mensen zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers, hun speren tot sikkels. Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander, en niemand zal nog oorlog voeren. Laat ons ooit wandelen in het licht van de Heer."

Laten we deze droom steeds voor ogen houden zodat Gods Rijk meer en meer aanwezig komt.

E. Costermans o.p.

Inspiratie: Eric Vanden Berghe, Van U is het Woord, Lannoo,1999, blz. 97-98

   Terug