Dominicanen Leuven Zondagspreken
  9 januari  - Doop van Jezus Afdrukken
 

 

Lezingen:

Jesaja 42,1-4.6-7
Handelingen 10,34-38
Matteüs 3,13-17

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Gezonden door het doopsel


Het is een grote troost, schreef een missionaris in 1924, als je door het doopsel van een stervende een arme zwarte ziel kan winnen voor de goede God. Zieltjes winnen voor de goede God was toen de normale geloofsovertuiging.
In 1955 was dit reeds anders. Toen had een missionaris twee blanke kindjes gedoopt, en na het doopsel had hij de wens uitgedrukt dat de kindjes vlug zouden mogen sterven opdat ze recht naar de hemel zouden gaan.
Deze geloofsijver was toen ietwat te veel van het goede voor de ouders. De plaatselijke bisschop stuurde  de missionaris prompt terug naar Europa voor bijscholing.

We staan hier voor het feit dat men in wat eens vanzelfsprekend was niet meer kan geloven. Men haakt dan af of men gaat op zoek naar een diepere zin van een gebeuren, zoals het doopsel. Men probeert de zin van een gebeuren te verwoorden op een meer verstaanbare wijze voor mensen van onze tijd.

Ik vermoed dat de meesten onder ons nog gedoopt zijn zo vlug mogelijk na de geboorte, opdat de poort naar de hemel zou openstaan mocht het toch verkeerd aflopen met onze schattige kindjes.
De erfzondeleer is hier zeker schuldig aan. Een leer die vooral vanaf de heilige Augustinus is verspreid.

De vraag kon dan ook niet uitblijven waarom Jezus die zonder zonde geboren en gebleven is zich toch heeft laten dopen. Jezus moest eigenlijk niet gedoopt worden. Hij was immers zonder erfsmet noch gebrek.
We hebben gehoord in het evangelie dat Jezus erop stond dat hij gedoopt werd. "Laat het nu zo zijn", zei hij tegen Johannes de Doper, "want zo past het ons al wat is vastgesteld te volbrengen". Alles wat ik doe moet gebeuren zoals het hoort, opdat Gods gerechtigheid wordt vervuld.

Gods gerechtigheid was altijd al een belangrijk thema geweest in het joodse geloof van de voorgaande eeuwen. De profeet Jesaja had er verwachtingsvolle woorden over gesproken: de dienstknecht, die de geest ontvangen heeft, zou het radicaal anders doen dan de machthebbers van zijn tijd.

Volgens Jesaja roept en schreeuwt de dienstknecht van Jahwe niet. Hij zal daarentegen recht brengen, niet door macht naar zich toe te trekken, maar door het op te nemen voor zwakken.
De gangbare verhoudingen zullen omgekeerd worden, een nieuwe ordening biedt zich aan.

Zo staan we aan de oever van de Jordaan oog in oog met een tijd- en wereldomspannende gebeurtenis. De doop van Jezus als het begin van zijn missie. Deze ‘man van God’ heeft een zending op aarde die vanuit de hemel wordt bekrachtigd.  "Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in wie ik welbehagen heb." Hemel en aarde komen samen in de doop van Jezus.

Voor ons, christenen, moet Jezus een voorbeeld zijn. Door onze doop bevestigen wij dat we geloven dat ook wij 'kind van God' zijn en willen zijn. Ook wij willen leven naar de geest die Jezus bezielde en kracht gaf om goed te doen, ja, om te doen als God.
Het doopsel is een getuigenis dat je je gemotiveerd wil inzetten.

Onze doop houdt in dat we beseffen dat we geboren zijn in een wereld die onaf is en waar er naast goede dingen ook slechte zaken gebeuren die door mensen veroorzaakt worden. Ja, we leven in een wereld vol mogelijkheden, maar tevens in een wereld die geteisterd wordt door zinloosheid en lijden. Hiertegenover willen we, zoals Jezus, wandelen in het licht van God, het licht van liefde en mededogen. Door onze doop willen we de roeping aanvaarden om gerechtigheid tot stand te brengen. Een opdracht, een zending die haar kracht ontvangt door de woorden die God ook tot ons spreekt: "Jij bent mijn zoon, jij bent mijn dochter, van wie ik zielsveel houd."

Deze woorden moeten ons de kracht geven om het geknakte riet niet te breken, om niet af te breken wat iemand moeizaam heeft opgebouwd. Deze woorden moeten ons bezielen om aandacht te blijven hebben voor de geringste mensen, voor hen die door anderen zijn afgeschreven, want daartoe is Jezus ook tot ons gekomen.

E. Costermans o.p.

 
   Terug