| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 21 augustus - eenentwintigste zondag |
|
|
Lezingen:
Jesaja 22,19-23
|
||
|
Vrienden,
In de evangelietekst uit het zestiende hoofdstuk van
Matteüs, die we zojuist hoorden, prijst Jezus Petrus zalig, omdat hij tot
Jezus heeft gezegd: ‘U bent de Messias, de Zoon van de levende God.
Petrus moet hebben voorvoeld dat Jezus als mens inderdaad een sterkere
relatie had met God, dan zelfs de grootste profeten. Waarin bestaat Jezus’ zaligspreking van Petrus? ‘Ik
zal u de sleutels geven van het Rijk der hemelen, en wat gij zult binden
op aarde zal ook in de hemel gebonden zijn.' Jezus zag het als zijn
taak, voor de mensen het Rijk der hemelen toegankelijk te maken. Daarom
geeft hij op symbolische wijze aan Petrus de macht om ook toegang tot God
te geven: hij geeft hem de sleutels van dit Rijk. Jezus betrekt Petrus in
zijn levensrol. Jezus ziet zichzelf niet als de enige opener van het Rijk
van God. Een paar bladzijden verder dan de tekst van vandaag
gaat Jezus nog veel verder in die lijn. In het achttiende hoofdstuk van
Matteüs staat een tweede verhaal waarin Jezus de sleutelmacht voor het
Rijk van God doorgeeft aan andere mensen, niet alleen aan Petrus. Daar
verzekert Jezus tegenover al zijn volgelingen: ‘Ik verzeker
jullie: al wat jullie bindend verklaart op aarde, zal ook in de hemel
bindend zijn.' Allen die christen zijn, krijgen de macht om voor mensen
de toegang tot de hemel te openen. Dat is onze roeping als christenen,
niet alleen de roeping van Petrus, en zelfs niet alleen de roeping van
Jezus. Er is maar één God, maar die heeft als tegenspeler niet één
mens, maar een zo ruim mogelijke gemeenschap van gelijkgezinden.
Christenen zijn democraten avant la lettre.
Jezus wist dat hij zijn taak niet alleen kon klaren,
hij moest volgelingen maken, die hem niet slaafs zouden volgen, maar die
in hun optreden in hun concrete situaties een concrete opening op het Rijk
van God zouden openen. Wij moeten in elke situatie een sleutel vinden die
voor de mensen van onze situatie de deur naar het Rijk van God kan openen.
Wij moeten niet de directieven van Jezus volgen, maar we moeten ons wel
door zijn voorbeeld laten inspireren. Met die inspiratie moeten we geen
oude wetten vinden, maar nieuwe perspectieven van goedheid. Jezus betekent
veel voor ons, maar ook wij betekenen iets voor Jezus. Wij moeten zijn
leven en zijn levensgave naar onze tijd toe vertalen. Dat is een zware
verantwoordelijkheid. Jezus kan dat niet in onze plaats doen. Hij kan ons
wel inspireren.
Uit het Hogepriesterlijk gebed in het zeventiende
hoofdstuk van Johannes weten we, waarom Jezus zijn roeping aan Petrus en
aan allen die in God zouden geloven vanuit innerlijke overtuiging moest
meedelen. In vers 6 lezen we daar: ‘Vader, ik heb aan de mensen die u
mij hebt gegeven, uw naam bekend gemaakt. Zij waren van u, maar u hebt hen
aan mij gegeven’. God wilde met de mensen als verantwoordelijke mensen
omgaan, die hun creatieve gaven voor hem zouden inzetten. Jezus wilde die
wil van harte volgen.
Ook wij zijn door God geroepen als verantwoordelijke
mensen, niet als slaafse navolgers. Mogen wij de durf krijgen om die
verantwoordelijkheid op ons te nemen;
Jaak Vandenbulcke o.p.
|
| |