Dominicanen Leuven Zondagspreken
  28 augustus  - twee-entwintigste zondag Afdrukken
 

 

Lezingen:

Jeremia 20,7-9
Matteüs 16, 21-27

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Door pijn en lijden heen


Goede vrienden,

Een kleine nota vooraf: om dit evangelie goed te verstaan moeten we de lezing van vorige zondag voor ogen houden waarin Jezus de woorden van Simon Petrus beaamt: "Gij zijt de Christus, de zoon van de levende God". En diezelfde Christus horen we vandaag zeggen dat Hij echt doorheen véél lijden zal moeten gaan. Of we zouden kunnen resumeren: liefhebben zoals Jezus dat ten volle doet, gaat onvermijdelijk samen met pijn die men moet slikken en moet doorkomen.
Jullie begrijpen dat mijn eigen resumé het mij moeilijk maakt: ik zal voor mezelf en jullie duidelijk moeten maken dat ‘liefde’ en ‘lijden’ een hecht huwelijk vormen! Ooit heb ik gedacht dat het beter zou zijn dienaangaande vlug de echtscheiding aan te vragen. Maar de houding van Jezus (en ook die van de profeet Jeremia in de eerste lezing) suggereren dat in dit huwelijkscontract enkele strikte bepalingen zijn opgenomen. Wie echt liefheeft, zoekt naar de zin van het leven, krijgt zo een duidelijk doel voor ogen en zal, gesteund door die innerlijke christelijke overtuiging, handelen, goed doen, mensen helpen, zelfs al doet het pijn. Jawel: de pijn van het zichzelf loslaten is de basisregel van dit huwelijkscontract. Loslaten omwille van het goed van de anderen: dat is de juiste motivatie. Een mens maakt keuzes en moet levenslang zijn motivaties uitzuiveren. En dus een weg uitstippelen die nauw aansluit bij die van Jezus.

Ik was een jongetje van 7 jaar (écht gebeurd wat ik vertel) en was bezig mijn huiswerk te maken. Het puntje van mijn tong schuin uit mijn mond en dan maar proberen de letters van het pas geleerde alfabet op mijn lei te krijgen. Mijn dooppeter stond naast mij en keek met veel genegenheid naar mijn zwoegen en hij vroeg: "Wat wil jij later worden, jongen?" Ik had mijn antwoord klaar: "Boerenknecht". Mijn verbaasde peter vroeg me naar het waarom van die sterke levenskeuze. Mijn antwoord was: "Dan moet ik niet veel leren en niet veel naar school gaan". Bij die duidelijk negatieve motivatie krulden de wenkbrauwen van mijn peter tot vraagtekens. Bijna 20 jaar later, bij mijn eerste mis, waren die vraagtekens (mede door de ouderdom) weggesmolten tot fijne heel grijze streepjes boven fonkelende ogen. En ondertussen had ik zelf enorm veel respect gekregen voor de boerenstiel omdat we op het einde van de oorlog vluchtonderkomen gevonden hadden bij heerlijke boerenmensen.

Al bladerend in het evangelie, al sprekend met mensen, al luisterend naar de verhalen van anderen, groeit er in ieder mens iets van een deugdelijke innerlijke positieve‘dwang’ of een ‘positieve motivatie’. Een inzicht dat men in Jezus’ richting moet handelen, zelfs al voelt men de dwang van de omgeving om het anders te doen. Ondanks het uitgelachen worden door zijn omgeving in de tijd van Jeremia, kan die profeet niet weerstaan aan het móéten spreken over de Heer Jahwe: ‘Er laait een vuur op in mijn hart, het brandt in mijn gebeente’. En Jezus zelf krijgt tegenwind , net van diegene die Hij even tevoren ‘steenrots van de kerk’ genoemd had. Sterker nog: Hij noemt hem nu ‘Satan’. Jezus houdt zielsveel van de mensen, maar doorziet tegelijk dat Hij daarom door veel pijn en door de dood heen zal moeten. Maar uiteindelijk komt de vrede van de verrijzenis.

Zou het niet zo zijn dat we als christen allemaal die paradoxale heerlijke dwang voelen om doorheen pijn en lijden te gaan op voorwaarde dat de andere mens er beter van wordt? En dan kunnen we zeggen: je hebt ‘pijn’ en ‘pijn’. Er is de pijn van onmenselijk lijden en doodgaan waarvoor zelfs de Heer Jezus schrik had. Bad Hij niet: ‘Laat die kelk aan mij voorbij gaan'? Of met andere woorden: mensonterend lijden en dood kan je niet verklaren. Ze blijven een onoplosbaar mysterie en lijken soms de rots van het ongeloof te zijn. Maar het is niet déze pijn die in het christelijk huwelijkscontract staat.

Maar wel is er de pijn die je als mens voelt als je ondanks alles mensen omwille van God niet loslaat. Dat is de pijn waar men doorheen moet, maar die omhangen is met de mantel van het vredegevoelen. Och, ver moeten we niet zoeken. Een moeder die het aanzien moet, dagelijks, dat haar gehandicapt kind zonder haar niet verder kan. En die dan maar een vroeger gedroomde carrière opzij zet. Als dàt geen pijn doet. Maar evenzeer: als dat geen uiteindelijke vrede geeft! Díé pijn is de levensgezel van de vrede! Of de man of vrouw die de echtgenoot voelt wegglijden in lichamelijke onmacht en aanvoelt hoe er nevel in de hersenen van de partner is opgekomen waardoor het deugdelijke contact van vroeger is gaan tanen. En die dan veel dingen opzij zet om er ‘altijd te zijn’ voor die andere. Als dàt geen pijn doet! Maar nog eens: 'Als dàt geen mantel van vrede is'!
Je kan het nog dichter bij nemen: als je zelf in pijn en ziekte wegglijden moet…Dat je dan een tijd opstandig wordt: het kan niet anders. Maar misschien komt de tijd dat je onverwachte overgave in jezelf voelt groeien… Soms ziet men dat vreemde geluk aan het sterfbed van iemand die alles in de handen van de Heer heeft gelegd. Als dàt geen pijnlijke vrede is.

En zou het niet kunnen dat eerlijke politici (en die zijn er !) verdomd veel afzien van de onmogelijkheid hun goed bedoelde plannen concreet gestalte te geven? En zou het niet kunnen dat ze met zichzelf moeten vechten om in te zien of hun bedoelingen al dan niet eerlijk zijn? Wat hier de latere mantel van de vrede zal zijn is nu moeilijk af te lijnen.

Terug naar de kernzin van de evangelielezing: "Wie mijn volgeling wil zijn, moet mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen." En ik droom er voor mezelf bij dat op dat kruis van lijden de wade van de vrede hangt. Zou dat niet kunnen? Als het allemaal om Jezus’ wil gaat? Zou dat écht niet kunnen? Amen.

A. Vaganée o.p.

 
   Terug