Dominicanen Leuven Zondagspreken
  18 september  - vijfentwintigste zondag Afdrukken
 

 

Lezingen:

Jesaja 55,6-9
Matteüs 20,1-10

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Leven uit de kracht van God


Vrienden,
Wat heeft Jezus willen vertellen met wat wij nu dikwijls de parabel van de werkers van het elfde uur noemen? Gaat het over het verlonen van arbeiders of gaat het over iets anders en dieper? In mijn antwoord op die vraag wil ik uitgaan van een heel fundamentele visie op wie Jezus, de maker van die parabel, was en is.

Jezus was geen industrieel of loonarbeider, hij was ook geen topman van een kerkhiërarchie, paus of bisschop. Ik denk dat Jezus op de eerste plaats een diep godgelovige mens was, die leefde vanuit zijn persoonlijke ervaring van God in zijn eigen leven en in dat van alle mensen. Jezus van Nazareth was in eerste instantie een mysticus, die de onzichtbare God in zijn eigen hart, en in het leven van de mensen om hem heen, aanvoelde en zocht.
Wat Jezus vooral moet hebben geïntrigeerd was de fundamentele zwakheid van elke mens, en dus ook van zichzelf. Jezus wist uit eigen ervaring hoe weinig hij uit zichzelf kon, en hoe weinig alle mensen uit zichzelf kunnen. Daarom prijst Jezus nooit zichzelf. Altijd prijst hij de goede kracht van God, die hemzelf en alle mensen in staat stelt goede dingen te doen, met zwakke krachten. Hij wist dat wij onze krachten in broze vaten dragen. Hij wist van zwakheid, maar ook van door God gedragen kracht. Hij was geen pessimist en zwartkijker, omdat hij God in zijn hart voelde werken.

Hoe wordt dit verwoord in de parabel van de werkers van het elfde uur? Jezus laat zijn parabel spelen op een markt waar werkloze mensen wachten op iemand die hen werk zal verschaffen. We hoorden dat de landeigenaar rond het zesde en negende uur opnieuw uitging, en er weer anderen vond. Hij zei tot hen: wat staat ge hier de hele dag werkloos? Ze antwoordden hem: niemand heeft ons gehuurd. De werkers van het eerste uur konden werken, omdat ze waren gehuurd.
Allen zonder uitzondering zijn we werkeloos, omdat niemand ons heeft gehuurd. Uit onszelf kunnen we niets, hoeveel we ook doen. Wat we doen, doen we omdat iemand ons huurt, ons kracht geeft. Van het eerste moment af dat we leven en werken, doen we dat met de hulp van iemand die veel krachtiger is dan wijzelf.

Uit onszelf kunnen we niets, zei ik. Dat moet worden genuanceerd. Uit onszelf kunnen en moeten we wel veel proberen. We moeten onze eigen creativiteit meebrengen en ons voorbereiden op de komst van de landeigenaar die ons zal huren. Wij moeten luisterbereid zijn naar de ingevingen van God, die ons wil uitverkiezen. Het komt er niet op aan eigengereid de hele loop van ons menselijk leven vooraf te willen bepalen. Wij moeten openstaan voor nieuwe, onverwachte wegen en mogelijkheden. We moeten luisteren naar de Stem zonder woorden in ons hart, die ons laat vermoeden waar een mogelijkheid tot verbetering en versoepeling van de situatie ligt. Onze waardevolle inbreng in wat wij doen, ligt dus in onze luisterbereidheid en volgzaamheid. We moeten ons hart brandend houden. We moeten geëngageerd zijn, en niet onverschillig.

Vandaar dat de landeigenaar in de parabel op ieder uur dat hij naar de markt gaat om werkers te engageren, altijd eenzelfde denarie als loon voorstelt. Tenslotte geeft God ons ongevraagd en onverdiend zijn bijstand en steun van hart. Ons loon is zijn bijstand. In het mystieke perspectief van Jezus hebben de tegenwerpingen van de werkers van het eerste uur – die van het elfde uur hebben maar één uur gewerkt, en wij droegen de hitte van de dag – eigenlijk geen zin. Hoeveel of hoe weinig we ook doen, wat we kunnen doen werd mogelijk gemaakt door de fundamentele steun van Gods liefdevolle hart. Jezus, de landeigenaar in de parabel, kan dan ook terecht vragen: Mag ik soms met het mijne niet doen wat ik verkies, of zijt ge kwaad omdat ik goed ben?

Als we echte godgelovigen zijn, moeten we vooral gevoelig zijn voor wat God voor ons doet. God heeft ons het eerst liefgehad. Hij kwam ons opzoeken, om ons te huren!

Jaak Vandenbulcke o.p.

 
   Terug