| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 18 september - vijfentwintigste zondag |
|
|
Lezingen:
Jesaja 55,6-9
|
||
|
Vrienden Jezus was geen industrieel
of loonarbeider, hij was ook geen topman van een kerkhiërarchie, paus of
bisschop. Ik denk dat Jezus op de eerste plaats een diep godgelovige mens
was, die leefde vanuit zijn persoonlijke ervaring van God in zijn eigen
leven en in dat van alle mensen. Jezus van Nazareth was in eerste
instantie een mysticus, die de onzichtbare God in zijn eigen hart, en in
het leven van de mensen om hem heen, aanvoelde en zocht. Hoe wordt dit verwoord in de parabel van de werkers van
het elfde uur? Jezus laat zijn parabel spelen op een markt waar werkloze
mensen wachten op iemand die hen werk zal verschaffen. We hoorden dat de
landeigenaar rond het zesde en negende uur opnieuw uitging, en er weer
anderen vond. Hij zei tot hen: wat staat ge hier de hele dag werkloos? Ze
antwoordden hem: niemand heeft ons gehuurd. De werkers van het eerste uur
konden werken, omdat ze waren gehuurd. Uit onszelf kunnen we niets, zei ik. Dat moet worden
genuanceerd. Uit onszelf kunnen en moeten we wel veel proberen. We moeten
onze eigen creativiteit meebrengen en ons voorbereiden op de komst van de
landeigenaar die ons zal huren. Wij moeten luisterbereid zijn naar de
ingevingen van God, die ons wil uitverkiezen. Het komt er niet op aan
eigengereid de hele loop van ons menselijk leven vooraf te willen bepalen.
Wij moeten openstaan voor nieuwe, onverwachte wegen en mogelijkheden. We
moeten luisteren naar de Stem zonder woorden in ons hart, die ons laat
vermoeden waar een mogelijkheid tot verbetering en versoepeling van de
situatie ligt. Onze waardevolle inbreng in wat wij doen, ligt dus in onze
luisterbereidheid en volgzaamheid. We moeten ons hart brandend houden. We
moeten geëngageerd zijn, en niet onverschillig. Vandaar dat de landeigenaar in de parabel op ieder uur
dat hij naar de markt gaat om werkers te engageren, altijd eenzelfde
denarie als loon voorstelt. Tenslotte geeft God ons ongevraagd en
onverdiend zijn bijstand en steun van hart. Ons loon is zijn bijstand. In
het mystieke perspectief van Jezus hebben de tegenwerpingen van de
werkers van het eerste uur – die van het elfde uur hebben maar één uur
gewerkt, en wij droegen de hitte van de dag – eigenlijk geen zin.
Hoeveel of hoe weinig we ook doen, wat we kunnen doen werd mogelijk
gemaakt door de fundamentele steun van Gods liefdevolle hart. Jezus, de
landeigenaar in de parabel, kan dan ook terecht vragen: Mag ik soms met
het mijne niet doen wat ik verkies, of zijt ge kwaad omdat ik goed ben? Als we echte godgelovigen zijn, moeten we vooral
gevoelig zijn voor wat God voor ons doet. God heeft ons het eerst
liefgehad. Hij kwam ons opzoeken, om ons te huren! Jaak Vandenbulcke o.p. |
| |