Dominicanen Leuven Zondagspreken
  2 oktober  - zevenentwintigste zondag Afdrukken
 

 

Lezingen:

Jesaja 5,1-7
Matteüs 21,33-43

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


De wijngaard die ons is toevertrouwd


Goede Vrienden,

Zowel de eerste lezing als het evangelie vertellen ons vooreerst met welke zorg God zijn wijngaard – symbool van het godsvolk – heeft geplant: Hij heeft hem bewerkt, uitgezuiverd, van een perskuip en van een wachttoren voorzien…. En toch.
Jesaja zag hoe Israël, Gods uitverkoren volk, spijt al de aandacht die God eraan besteedde onder meer door zijn profeten , geen vruchten voortbracht. Het volk beantwoordde Gods aanspraken niet en Jesaja zegt dat het ervoor zal gestraft worden, zoals de geschiedenis, onder meer door de Babylonische gevangenschap zal aantonen. Maar wij weten dat Gods straffen steeds voor ogen hebben het volk tot bekering te brengen.

En later blijkt Israël heropgebouwd. Het land – of beter het volk – door de Heer weer met zorg voor zijn wijngaard verzorgd, krijgt hogepriesters en oudsten om die wijngaard te doen bloeien en ja, er komen vruchten, maar de aangestelden erkennen het niet als van de Heer, ze leggen er de hand op, ze willen er alleen zelf van profiteren, en als de Heer hun door de profeten om rekenschap vraagt, jagen ze die weg, of doden ze zelfs.

En dan verschijnt Hij die zich als Gods zoon openbaart, en juist niet de wijngaard voor zich zelf opeist, maar zich geheel ten dienste van de Vader stelt. Hem zal God niet loslaten. De oversten zullen Hem doden, maar juist die gehele zelfgave van Christus wordt zijn overwinning over de dood en Hij wordt de nieuwe hoeksteen waarop het godsvolk zal herbouwd worden, en waaraan de wijngaard zal geschonken worden..

Dat godsvolk zijn dus Jezus' volgelingen, zij die zich enten op Hem, de voorbeeldige wijnstok, om vruchten voort te brengen. Dat volk zijn wij dus, want we noemen ons toch christenen.
De vraag is dan: brengen wij vrucht voort? Zijn wij inderdaad op de Heer geënt, leven wij, zoals Hij, in verbondenheid met de Vader? Weten wij dat ons leven Gods eigendom is en van Hem de beste zorgen ontvangt als wij Hem laten doen in ons leven? als wij leven zoals Hij ons voorhoudt? als wij zoals Jezus gegeven mensen zijn?

De parabel van vandaag moge vooreerst ons geloof bevestigen, en desnoods herstellen, in het feit dat God de goede Vader is die zorg draagt voor zijn wijngaard, die zijn volk niet alleen laat, maar het goede laat broeden in elke mens, ja, die elke mens de mogelijkheid geeft om te rijpen tot een rijke vrucht, hoe verschillend van smaak die ook moge zijn.

De wereld ìs niet slecht, maar ze gedijt vaak niet tot een goede maatschappij omdat de mensen die de wereld van God in handen kregen, haar niet laten open bloeien, maar naar eigen hand en bezit zetten. En dat geldt ook voor het kleine stukje wereld – zeg maar dat stukje wijngaard – dat ons persoonlijk is toevertrouwd. Denken we maar aan ons gezin, ons beroep, onze rol in de gemeenschap. Het is ons door God gegeven om onder zijn zegen open te bloeien als wij maar in zijn Geest onze taak daarin opnemen. En daarom moeten wij op de eerste plaats geloven, God krediet geven en vanuit dat geloof moedig verder doen, ook al krijgen we met tegenslag te maken en zien we niet altijd onmiddellijk het resultaat dat wij beogen.

Vervolgens moge Jezus' woord ons doen inzien waar de hoeksteen het bouwwerk van ons leven zich bevindt. Het is Jezus zelf, de verworpene, de steen die door de bouwlieden – de leiders van het godsvolk – werd afgekeurd. Zijn sterkte lag echter niet in grootpraterij, in machtsvertoon, in omverwerperij van wat Hem in de weg stond, maar in de volgehouden gave van zichzelf aan hetgeen de Vader Hem had opgedragen, en waarvoor Hij manmoedig naar Jeruzalem trok, ook al wist Hij dat Hem daar de dood wachtte. Daarin is Jezus de 'God met ons' geworden. En Hij blijft met ons. Hij is het die ons bij de Vader aanbeveelt en ons mèt de Vader de heilige Geest zendt. Hij is het menselijk voorbeeld waarmee God ons begeleidt en kracht geeft om, zoals Jezus, gelovig onze weg te gaan in de zekerheid dat de Vader ons steunt en allen naar zich toetrekt die Hem erkennen. Want God heeft het laatste woord in de geschiedenis en daarop moet ons streven gericht staan.

Spreken wij dan ook met echt vertrouwen ons geloof uit in die God die leven geeft en in zijn Zoon die met ons is tot het einde van de tijden.

Joris Backeljauw o.p.

 
   Terug