| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 2 oktober - zevenentwintigste zondag |
|
|
Lezingen:
Jesaja 5,1-7
|
||
|
Zowel de eerste lezing als het evangelie vertellen ons
vooreerst met welke zorg God zijn wijngaard – symbool van het godsvolk
– heeft geplant: Hij heeft hem bewerkt, uitgezuiverd, van een perskuip
en van een wachttoren voorzien…. En toch. En later blijkt Israël heropgebouwd. Het land – of
beter het volk – door de Heer weer met zorg voor zijn wijngaard
verzorgd, krijgt hogepriesters en oudsten om die wijngaard te doen bloeien
en ja, er komen vruchten, maar de aangestelden erkennen het niet als van
de Heer, ze leggen er de hand op, ze willen er alleen zelf van profiteren,
en als de Heer hun door de profeten om rekenschap vraagt, jagen ze die
weg, of doden ze zelfs.
En dan verschijnt Hij die zich als Gods zoon openbaart,
en juist niet de wijngaard voor zich zelf opeist, maar zich geheel ten
dienste van de Vader stelt. Hem zal God niet loslaten. De oversten zullen
Hem doden, maar juist die gehele zelfgave van Christus wordt zijn
overwinning over de dood en Hij wordt de nieuwe hoeksteen waarop het
godsvolk zal herbouwd worden, en waaraan de wijngaard zal geschonken
worden..
Dat godsvolk zijn dus Jezus' volgelingen, zij die zich
enten op Hem, de voorbeeldige wijnstok, om vruchten voort te brengen. Dat
volk zijn wij dus, want we noemen ons toch christenen De parabel van vandaag moge vooreerst ons geloof
bevestigen, en desnoods herstellen, in het feit dat God de goede Vader is
die zorg draagt voor zijn wijngaard, die zijn volk niet alleen laat, maar
het goede laat broeden in elke mens, ja, die elke mens de mogelijkheid
geeft om te rijpen tot een rijke vrucht, hoe verschillend van smaak die
ook moge zijn.
De wereld ìs niet slecht, maar ze gedijt vaak niet tot
een goede maatschappij omdat de mensen die de wereld van God in handen
kregen, haar niet laten open bloeien, maar naar eigen hand en bezit
zetten. En dat geldt ook voor het kleine stukje wereld – zeg maar dat
stukje wijngaard – dat ons persoonlijk is toevertrouwd. Denken we maar
aan ons gezin, ons beroep, onze rol in de gemeenschap. Het is ons door God
gegeven om onder zijn zegen open te bloeien als wij maar in zijn Geest
onze taak daarin opnemen. En daarom moeten wij op de eerste plaats
geloven, God krediet geven en vanuit dat geloof moedig verder doen, ook al
krijgen we met tegenslag te maken en zien we niet altijd onmiddellijk het
resultaat dat wij beogen.
Vervolgens moge Jezus' woord ons doen inzien waar de
hoeksteen het bouwwerk van ons leven zich bevindt. Het is Jezus zelf, de
verworpene, de steen die door de bouwlieden – de leiders van het
godsvolk – werd afgekeurd. Zijn sterkte lag echter niet in
grootpraterij, in machtsvertoon, in omverwerperij van wat Hem in de weg
stond, maar in de volgehouden gave van zichzelf aan hetgeen de Vader Hem
had opgedragen, en waarvoor Hij manmoedig naar Jeruzalem trok, ook al wist
Hij dat Hem daar de dood wachtte. Daarin is Jezus de Spreken wij dan ook met echt vertrouwen ons geloof uit
in die God die leven geeft en in zijn Zoon die met ons is tot het einde
van de tijden.
Joris Backeljauw o.p. |
| |