| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 5 oktober - zevenentwintigste zondag |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
De vruchten van Gods Rijk opbrengen Het is vandaag al de derde zondag na elkaar dat we in
de evangelielezing horen spreken over een wijngaard. Wat doet vermoeden
dat in het dagelijkse leven ten tijde van Jezus ‘wijngaard’ en ‘wijn’ een
grote rol speelden. Men gebruikt immers de beelden van de tijd waarin men
leeft om met allegorische woorden iets uit te drukken. Ik beeld me in dat
men vandaag de dag woorden als ‘internet’, e-mail, gsm, chatten en IPod in
elke uiteenzetting zou vinden. Alhoewel de ‘grand cru’s’ het ook nog
altijd doen. Bij sommigen dan toch!! Vandaag wordt het beeld van de wijngaard gebruikt om
scherp af te rekenen met de priesters en Schriftgeleerden van Jezus’ tijd.
De eerste lezing uit de profeet Jesaja is als de grisaille op het doek van
een schilder die door de evangelielezing in kleur wordt gezet: ze hebben
dezelfde tonaliteit. De evangelieparabel moet de toehoorders naar de keel
hebben gegrepen. De schriftgeleerden moeten de parabel als een doodsteek
hebben gevoeld. En eigenlijk was die inderdaad ook bedoeld om hen de adem
af te snijden. De landeigenaar staat beeld voor Jahweh zelf: zoals geen
ander heeft Hij de wijngaard grondig voorbereid en verzorgd: zelfs een
uitgehakte wijnpers was er. Wijngaarden van minder allooi moesten het doen
met andere middelen. En wie zou er een wachttoren hebben gebouwd? Enkel de meticuleuze wijngaardenier die wil dat de wijngaard het beste van het
beste opbrengt. Hij staat beeld voor de zorgen die Jahweh aan zijn eigen
volk heeft besteed, want een parabel heeft natuurlijk onderliggende
betekenissen: het volk Israël is door de Heer verzorgd zoals een vader en
moeder hun eigen lievelingskind met zachte strengheid vertroetelen. Waaruit dan wel? Hoe zullen de gezichten en de harten
van dat volk er uit zien? De evangelist verwijst naar allen die écht leven
onder de adem van Gods geest. Daarom is de parabel van toen een parabel
die evengoed vandaag geschreven kon worden: het verhaal loopt verder.
De twee lezingen voor vandaag concreet maken is
moeilijk; het is een werk dat jullie en ik samen zouden moeten doen en
vertellen aan mekaar waar we ooit lichtpunten van hoop hebben meegemaakt
of meer nog: zelf hoop hebben gecreëerd voor anderen. Misschien was dat
een opgestoken duim naar de buitenlandse arbeider die in zijn rood kostuum
de straten van Leuven proper zuigt van de rommel die wij er hebben achtergelaten.
Of wellicht zijn het mensen die aan de rand van een ziekbed de angst van
een zieke mee durven inademen en behoedzaam naar woorden zoeken waardoor
er een sprankel hoop ontstaat. Hoofdzaak is dat we alert zijn en in eigen leven scherp
zien waar we in de geest van Jezus moeten handelen. Dit verhaal moeten
jullie voor jezelf alle dagen opnieuw opstellen. Want wij willen een volk
zijn dat ‘wél de vruchten van het Rijk Gods opbrengt’: dat is de laatste
zin van de lezing. Hoeders van de wijngaard die beseffen dat ze alles
alleen ontvangen hebben.
A. Vaganée o.p.
|
| |