| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 9 oktober - achtentwintigste zondag |
|
|
Lezingen:
Jesaja 25,§-10
|
||
|
Men zou het water in de mond krijgen, bij het horen van
de twee lezingen van vandaag. Jesaja heeft het over een maaltijd van
vette spijzen en belegen wijnen voor alle volken. Jezus spreekt over
een groot huwelijksfeest waar het niet ontbreekt aan geslachte ossen en
mestvee. Over beide teksten hangt vreugde en vertrouwen. Maar het is
nog niet voor onmiddellijk. Is het voor ‘later’ of is God hier
nu al
mee bezig? Willen Jezus en Jesaja ons zeggen dat God een God is die mensen
uitnodigt. Het is een van de vele beelden die Jezus oproept als Hij iets
wil zeggen over God en over wat God van ons mensen hoopt en verwacht, maar
ook over de manier waarop God onze God wil zijn. Zijn parabels zijn er
telkens een voorbeeld van.
Het gaat in beide lezingen over een feest waar mensen
welkom zijn en waarop zij worden uitgenodigd. Als ik een uitnodiging
ontvang voor een huwelijk of een bijzondere viering zoals een
jubileum, heb ik een goed gevoel: 'het is vriendelijk van die mensen, nog
aan mij te denken, en mij erbij te willen hebben'. Wie in God gelooft, mag
zeggen: 'God heeft interesse in mij en mijn leven'. Hij vraagt mij dat ik
met Hem op stap wil gaan in het leven. Hij wil echt een plaats hebben in
mijn leven. Hij wil iets betekenen in mijn leven. Eckhart, een Duitse
medebroeder van ons uit de veertiende eeuw, zegt dat God ‘in jou’
groot wil worden en een mens daarom al zijn moeite en inzet hierop moet
richten. Mijn leven telt voor Hem en met mij en alle andere mensen wil Hij
iets realiseren in deze wereld.
Wij moeten wel willen ingaan op deze uitnodiging, en
stappen zetten naar Hem toe. Dat staat ook in de parabel van het
evangelie. Als een man zonder bruiloftskleed is binnengekomen, wordt de
heer heel hard. Voordien was er in het verhaal niets over enige voorwaarde
en van een bruiloftskleed gezegd. De andere genodigden hadden dat
blijkbaar zelf aangevoeld. De heer is dan helemaal anders geworden en een
hard man geworden.
Deze bemerking over het huwelijkskleed heeft te maken
met de betekenis van deze parabel in het leven van Jezus. Met dit verhaal
wil de evangelist Matteüs vertellen hoe Jezus als de Mensenzoon, of de
Zoon, in Palestina optrad om Gods uitnodiging aan de Joden weer aan te
scherpen. Zij moesten zien hoe God in Hem verder ging met de
verantwoordelijkheid van het Joodse volk om God te leren zien als de God
van alle mensen en alle volkeren. De Joden waren het eerst uitgenodigd,
maar zij kwamen niet Natuurlijk is het verrassend op het einde van de
parabel plots dat ander beeld van de ‘koning’, en van zo van God te
zien. Als je uitgenodigd wordt, dan moet je zelf ook daarop aangepast
zijn. Als je door God aangesproken wordt om met Hem iets te doen in deze
wereld, moet je ook echt willen meestappen en iets ondernemen. Het is
jammer als mensen wel eens aan dat beeld van die strenge en straffende God
blijven hangen en dan soms bang worden voor Hem. Dit evangelie wil ons
veeleer zeggen dat God blijft uitnodigen en helemaal openstaat voor Als wij tot God bidden, gebruiken wij gewoonlijk wat
meer algemene woorden, als de barmhartige, de eeuwige, de machtige of
almachtige, de heilige. Wij zullen niet gemakkelijk beginnen met 'God
die uitnodigt'. Als wij een beetje ingaan op die woorden, zien wij
wel dat dit uitnodigen er goed bij aansluit. Er is immers geen enkel woord
dat precies zegt hoe God is. Het gaat wel altijd wel over een God, die
onze God wil zijn, die ons uitnodigt of die is als de zorgzame Herder,
zoals wij daarnet in psalm 23 hebben gezongen: "God is mijn
Herder, niets kom ik te kort."
Mark De Caluwe o.p. |
| |