Dominicanen Leuven Zondagspreken
  9 oktober  - achtentwintigste zondag Afdrukken
 

 

Lezingen:

Jesaja 25,§-10
Matteüs 22,1-14

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Uitgenodigd


Goede Vrienden,

Men zou het water in de mond krijgen, bij het horen van de twee lezingen van vandaag. Jesaja heeft het over een maaltijd van vette spijzen en belegen wijnen voor alle volken. Jezus spreekt over een groot huwelijksfeest waar het niet ontbreekt aan geslachte ossen en mestvee. Over beide teksten hangt vreugde en vertrouwen. Maar het is nog niet voor onmiddellijk. Is het voor ‘later’ of is God hier nu al mee bezig? Willen Jezus en Jesaja ons zeggen dat God een God is die mensen uitnodigt. Het is een van de vele beelden die Jezus oproept als Hij iets wil zeggen over God en over wat God van ons mensen hoopt en verwacht, maar ook over de manier waarop God onze God wil zijn. Zijn parabels zijn er telkens een voorbeeld van.

Het gaat in beide lezingen over een feest waar mensen welkom zijn en waarop zij worden uitgenodigd. Als ik een uitnodiging ontvang voor een huwelijk of een bijzondere viering zoals een jubileum, heb ik een goed gevoel: 'het is vriendelijk van die mensen, nog aan mij te denken, en mij erbij te willen hebben'. Wie in God gelooft, mag zeggen: 'God heeft interesse in mij en mijn leven'. Hij vraagt mij dat ik met Hem op stap wil gaan in het leven. Hij wil echt een plaats hebben in mijn leven. Hij wil iets betekenen in mijn leven. Eckhart, een Duitse medebroeder van ons uit de veertiende eeuw, zegt dat God ‘in jou’ groot wil worden en een mens daarom al zijn moeite en inzet hierop moet richten. Mijn leven telt voor Hem en met mij en alle andere mensen wil Hij iets realiseren in deze wereld.

Wij moeten wel willen ingaan op deze uitnodiging, en stappen zetten naar Hem toe. Dat staat ook in de parabel van het evangelie. Als een man zonder bruiloftskleed is binnengekomen, wordt de heer heel hard. Voordien was er in het verhaal niets over enige voorwaarde en van een bruiloftskleed gezegd. De andere genodigden hadden dat blijkbaar zelf aangevoeld. De heer is dan helemaal anders geworden en een hard man geworden.

Deze bemerking over het huwelijkskleed heeft te maken met de betekenis van deze parabel in het leven van Jezus. Met dit verhaal wil de evangelist Matteüs vertellen hoe Jezus als de Mensenzoon, of de Zoon, in Palestina optrad om Gods uitnodiging aan de Joden weer aan te scherpen. Zij moesten zien hoe God in Hem verder ging met de verantwoordelijkheid van het Joodse volk om God te leren zien als de God van alle mensen en alle volkeren. De Joden waren het eerst uitgenodigd, maar zij kwamen niet, om vele redenen. Zij bleven steken in hun manier van denken en doen, waarbij zij het uitverkoren volk waren, boven alle andere volkeren. Jezus en zijn leerlingen richten zich dan maar naar andere mensen, naar de andere volkeren. God is immers de God voor iedereen en Hij spreekt alle mensen aan. Die mensen uit de andere volkeren worden gevraagd zich echt bij Hem aan te sluiten en daarom – om een beeld te gebruiken dat past bij de parabel – een bruiloftskleed aantrekken, of anders gezegd: Jezus echt te volgen.

Natuurlijk is het verrassend op het einde van de parabel plots dat ander beeld van de ‘koning’, en van zo van God te zien. Als je uitgenodigd wordt, dan moet je zelf ook daarop aangepast zijn. Als je door God aangesproken wordt om met Hem iets te doen in deze wereld, moet je ook echt willen meestappen en iets ondernemen. Het is jammer als mensen wel eens aan dat beeld van die strenge en straffende God blijven hangen en dan soms bang worden voor Hem. Dit evangelie wil ons veeleer zeggen dat God blijft uitnodigen en helemaal openstaat voor ons.

Als wij tot God bidden, gebruiken wij gewoonlijk wat meer algemene woorden, als de barmhartige, de eeuwige, de machtige of almachtige, de heilige. Wij zullen niet gemakkelijk beginnen met 'God die uitnodigt'. Als wij een beetje ingaan op die woorden, zien wij wel dat dit uitnodigen er goed bij aansluit. Er is immers geen enkel woord dat precies zegt hoe God is. Het gaat wel altijd wel over een God, die onze God wil zijn, die ons uitnodigt of die is als de zorgzame Herder, zoals wij daarnet in psalm 23 hebben gezongen: "God is mijn Herder, niets kom ik te kort."

Mark De Caluwe o.p.

 
   Terug