Dominicanen Leuven Zondagspreken
  5 december  - tweede adventszondag Afdrukken
 

 

Lezingen:

Jesaja 11,1-10
Romeinen 15,4-9
Matteüs 3,1-
12

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar


Een droomwereld waar wij naar verlangen

Goede Vrienden,
Allen horen wij graag de eerste lezing die vandaag is voorgelezen. Want zij schetst ons een droomwereld waarnaar wij allen verlangen: alles is daar rechtvaardig, iedereen neemt er zijn verantwoordelijkheid op en respecteert de ander, liefde is het wat ons dan samenbindt tot één volk. Dat is de geest die volgens Jesaja de nieuwe heerser zal brengen over Israel, het volk dat op het ogenblik van die profetie met nostalgie terugdacht aan de glorietijd van koning David.

Maar die nieuwe heerser is geen koning als David, geen aardse verheerlijker zoals het einde van Jesaja's profetie schijnt te suggereren. De nieuwe figuur die ons moet samenbinden tot één gemeenschap, is Christus en Hij, zo leert ons Paulus' Romeinenbrief in de tweede lezing, overstijgt de aardse grenzen en machtsposities. Het gaat niet om eigen grootheid en nationalistische of godsdienstige engheid. Neen, "een van hart en als uit één mond" zullen wij God moeten verheerlijken als de Heer die àlle mensen samenbindt.

En daarvoor is bekering nodig. En bekering vraagt bezinning, zich even terugtrekken naar de woestijn, los van de drukte des levens, van de zorgen van elke dag, van de jacht die ons door dit bestaan sleurt. Niet zonder reden is het in de woestijn dat Johannes zal optreden om aan de Joden mee te delen dat het niet is; omdat je Jood bent.- aan ons zou hij wellicht zeggen: het is niet omdat je katholiek bent dat je al volmaakt bent. Bekeer U, was u met water… Want pas als je de jacht van je leven doorbreekt, als je tijd maakt om je fouten te ontdekken en ze belijdt, pas dàn kan de Heer met zijn Geest over u komen, de geest waarover Jesaja het had en die trouwens zichtbaar over Jezus zou komen bij zijn doop in de Jordaan. Een gebeuren dat wij vierend over ons laten komen in onze doop en vormsel.

En die Geest brengt ons het nodige vuur, om vruchten voort te brengen, vruchten van gerechtigheid en vrede. Want die mooie vrede waarover de eerste lezing het had, moet mede door ons worden opgebouwd en dat gaat niet zonder inspanning, zonder ondernemingszin om van ons christelijk leven iets te maken. Wij moeten inderdaad onze tijd trotseren door, zoals Jesaja het zegde, "geen oordeel te vellen naar uiterlijke schijn", door "geen uitspraak te doen op grond van geruchten". Slechts als wij trachten 'onkreukbaar' te zijn en geen kwaad meer te doen, zal de Heer ons als de zijnen erkennen en ons verder bezielen om van onze wereld die mooie wereld van eendracht en verstandhouding te maken.

Geloven wij dat? Is dat alles niet utopisch? Hoe kan ik, arme duts, nu de wereld veranderen? Wij zijn op weg naar kerstmis: hèt feest van de komst van die nieuwe David die alles weer ten goede gaat leiden. En hoe zullen we Hem voorstellen in onze viering? Als een kindje in een kribbe. Als een pover wicht dat ons menselijk bestaan komt delen. Maar toch zal Hij, bij het begin van zijn volwassenheid, verkondigen: "Gelooft in de blijde boodschap", en ook Hij zal sterven, maar Hij zal zijn kruisdood als een verheerlijking aankondigen, omdat het de uitdrukking zal zijn van zijn volgehouden liefde, van zijn rotsvast geloof, ja, van zijn volkomen vereniging met de Vader, in wie alle leven blijvend is.

Welnu, die Vader heeft ook ons geschapen om te leren leven tot een blijvend leven. Gelooft daarom in deze Blijde Boodschap.

Joris Backeljauw o.p.

   Terug