| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 5 december - tweede adventszondag |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
Goede Vrienden, Maar die nieuwe heerser is geen koning als David, geen
aardse verheerlijker zoals het einde van Jesaja's profetie schijnt te
suggereren. De nieuwe figuur die ons moet samenbinden tot één
gemeenschap, is Christus en Hij, zo leert ons Paulus' Romeinenbrief in de
tweede lezing, overstijgt de aardse grenzen en machtsposities. Het gaat
niet om eigen grootheid en nationalistische of godsdienstige engheid.
Neen, "een van hart en als uit één mond" zullen wij God moeten
verheerlijken als de Heer die àlle mensen samenbindt.
En daarvoor is bekering nodig. En bekering vraagt
bezinning, zich even terugtrekken naar de woestijn, los van de drukte des
levens, van de zorgen van elke dag, van de jacht die ons door dit bestaan
sleurt. Niet zonder reden is het in de woestijn dat Johannes zal optreden
om aan de Joden mee te delen dat het niet is; omdat je Jood bent.- aan ons
zou hij wellicht zeggen: het is niet omdat je katholiek bent dat je al
volmaakt bent. Bekeer U, was u met water… Want pas als je de jacht van
je leven doorbreekt, als je tijd maakt om je fouten te ontdekken en ze
belijdt, pas dàn kan de Heer met zijn Geest over u komen, de geest
waarover Jesaja het had en die trouwens zichtbaar over Jezus zou komen bij
zijn doop in de Jordaan. Een gebeuren dat wij vierend over ons laten komen
in onze doop en vormsel.
En die Geest brengt ons het nodige vuur, om vruchten
voort te brengen, vruchten van gerechtigheid en vrede. Want die mooie
vrede waarover de eerste lezing het had, moet mede door ons worden
opgebouwd en dat gaat niet zonder inspanning, zonder ondernemingszin om
van ons christelijk leven iets te maken. Wij moeten inderdaad onze tijd
trotseren door, zoals Jesaja het zegde, "geen oordeel te vellen naar
uiterlijke schijn", door "geen uitspraak te doen op grond van
geruchten". Slechts als wij trachten Geloven wij dat? Is dat alles niet utopisch? Hoe kan
ik, arme duts, nu de wereld veranderen? Wij zijn op weg naar kerstmis:
hèt feest van de komst van die nieuwe David die alles weer ten goede gaat
leiden. En hoe zullen we Hem voorstellen in onze viering? Als een kindje
in een kribbe. Als een pover wicht dat ons menselijk bestaan komt delen.
Maar toch zal Hij, bij het begin van zijn volwassenheid, verkondigen:
"Gelooft in de blijde boodschap", en ook Hij zal sterven, maar
Hij zal zijn kruisdood als een verheerlijking aankondigen, omdat het de
uitdrukking zal zijn van zijn volgehouden liefde, van zijn rotsvast
geloof, ja, van zijn volkomen vereniging met de Vader, in wie alle leven
blijvend is.
Welnu, die Vader heeft ook ons geschapen om te leren
leven tot een blijvend leven. Gelooft daarom in deze Blijde Boodschap.
Joris Backeljauw o.p. |
| |