| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 16 januari - Tweede zondag |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
Als mensen het beroemde schilderij van de aanbidding
van het Lam Gods bezoeken in de kathedraal van Gent, is het best dat zij
er wat uitleg over lezen of krijgen. Er is zoveel te zien, dat een
vluchtige blik niet volstaat. Er is vooral wat uitleg nodig met al die
verwijzingen naar de Bijbel. Voor wie niets kent van de Bijbel is het
zeker heel vreemd dat een lam het middelpunt van de voorstelling is. Het
verbaast misschien nog meer dat dat lam een beeld is van Christus en
duidelijk naar God verwijst.
Toch stelde Johannes de Doper Jezus zo voor aan de
mensen, die rondom hem stonden. Dat had hij zelf ook niet meteen zo
gezien, maar hij heeft een tip gekregen, zegt hij in de tekst: als Gij
de Geest zult zien neerdalen en blijven rusten op iemand, dan moogt gij
zeker zijn dat Hij het is die voortaan zal dopen met de heilige Geest.
Hij is zelfs de Zoon van God.
Ik weet niet of de toeristen bij het schilderij van
Van Eyck met enkele woorden alles zullen verstaan. Er spelen immers
zoveel afbeeldingen mee om de betekenis ervan uit te leggen. Zo heeft
Johannes in zijn evangelie ook gedaan. Hij houdt van beelden om iets te
zeggen over Jezus. Hij spreekt over Hem als over het ‘Woord’, het
Licht, het levende brood, de Zoon van God, de weg. Johannes voelt aan
dat Hij er zich niet met enkele woorden van af te maken. Jezus is nooit
met één woord te vatten. Jezus overstijgt elk woord dat men over Hem
mag zeggen. Het is dus een proberen, een op weg zetten om Jezus te
verstaan, zoals het ook is als mensen over God spreken. Er zijn vele
woorden en titels mogelijk en nodig, om ons op weg te zetten.
Voor dit beeld van ‘lam Gods’ heeft de evangelist
zich laten inspireren door teksten uit het Oude Testament. Zo spreekt de
profeet Jesaja in een tekst over een rechtvaardig mens, die een harde
dood moet sterven. Jesaja beschrijft die man als een ‘lam dat naar de
slachtbank wordt geleid’. Op een andere plaats wordt zeer speciaal
over een lam gesproken, nl bij het paasfeest. Bij elk paasfeest
moesten de Joden een lam eten. Dat was een verwijzing naar de verre tijd
als hun voorouders in Egypte verdrukt werden. Die waren Egypte ontvlucht
nadat zij een lam hadden gegeten, dat op een heel bijzondere wijze was
geslacht. Het paaslam was zo een teken van bevrijding geworden, een
teken ook dat God met hen was.
Is Jezus ook zelf zo niet gestorven op het kruis, als
een soort offerlam? Johannes heeft zijn evangelie geschreven een hele
tijd na de dood van Jezus. Hij was steeds meer bewust geworden dat die
geweldige dood geen eindpunt was, want Jezus was uit de dood opgestaan.
Zijn dood, hoe schandelijk en wreed ook, was een doorgang geworden om
bij God te zijn en dan op een nieuwe manier, precies door de H. Geest
bij de mensen aanwezig te zijn. De kracht van Jezus was met die dood
niet gebroken, integendeel Hij mag en moet terecht ‘Zoon van God’
genoemd worden, zoals Johannes ook zegt.
Johannes laat zich leiden door beelden uit het
verleden, door zijn eigen ervaring en geloof, en dat helpt hem de lezers
van zijn evangelie vooruit te doen kijken. Zij moeten oog hebben voor
wat hij verder in zijn evangelie schrijft en tegelijk ook kijken naar
zichzelf en hun eigen leven. Jezus is immers het Lam Gods, dat de zonden
van de wereld ‘wegneemt’. Dat wil niet zeggen dat er plots geen
zonde of kwaad meer zal zijn. Het betekent dat Jezus door zijn leven en
door zijn woord mensen wil helpen steeds weer de zonde te overstijgen en
zo de wereld meer tot een wereld van God te maken. Wie ten volle bij
Jezus aansluit door zijn levenswijze mag zich thuis weten in de liefde
van God. Hij wordt zo iemand die met God het goede wil realiseren en
bevestigen in deze wereld. Of om het met de woorden van Paulus in de
eerste lezing te zeggen: zij zijn mensen die "geheiligd zijn in
Christus Jezus, tot een heilig leven bestemd, samen met allen die
allerwegen de naam aanroepen van Jezus Christus, hun Heer en de onze."
Bij elke eucharistieviering worden wij, als
christenen, daar weer op aangesproken en kunnen wij dit bevestigen.
Christus komt immers tot ons in de tekenen van het brood en wijn als het
'Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt'. Drie maal
vragen wij dit straks bij het zingen van het ‘Lam Gods’. Bij de
communie beseffen wij niet waardig zijn om zo met Hem verbonden te zijn,
maar er is zijn woord dat ons helpt sterk te zijn. Misschien kan deze
herhaalde bede ons helpen wat meer vertrouwd te worden met de rijkdom
van zijn persoon en ons zo steunen in een leven met en door Hem.
Mark De Caluwe o.p.
|
| |