Dominicanen Leuven Zondagspreken
  20 november  - vierendertigste zondag Afdrukken
 

 

Lezingen:

Ezechiël, 34,11-12.15-17
Matteüs 25,31-46

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Herderlijk koningschap


Goede vrienden,

Vandaag vieren we dus het feest van Christus, koning van het heelal.
Toen ik mijn tienerjaren lid was van de Chiro, vierden we dit feest op een uitbundige wijze. De kreet "Aan Christus Koning… trouw" (maar dan veel luider geroepen dan ik nu doe) was het thema van die dag. We marcheerden in de namiddag naar het lof : een verplichte zondagsoefening die ik zeer vervelend vond omdat ons heftig spel en onze viering eigenlijk onderbroken werd. Maar ik herinner me niet dat we toen voldoende stil stonden bij de teksten (in het Latijn wel te verstaan!) die ons voorgelezen werden. Pas veel later is de rijkdom van die Bijbelwoorden binnen gedrongen.

Is dit feest van Christus als ‘koning’ niet een beetje overjaars? We leven toch in een tijd waarin het vooral presidenten zijn die mekaar soms in een ijltempo opvolgen! Vooral in tijden van economische crisis. Maar toch.

We laten het beeld van een koning in stijf gestreken uniform uit de Royalty-serie best vallen en proberen uit de schriftteksten te zoeken naar het heilige karakter van zo’n figuur die men gerust koning mag noemen. Maar dan vooral omwille van de inhoud van zijn leven.

De lezing van Ezechiël maakt van een koning een heel zorgzame herder. Herder zijn was in die tijd een zware karwei omdat men soms heel ver moest trekken om aan voedsel te geraken. Die herder uit de lezing is boordevol zorg. Ik beeld me in dat hij met argusogen volgt wat er met elk van de dieren gebeurt. Natuurlijk zijn er sterken bij die niet onmiddellijk zorg nodig ebben. Anderen zijn gekneusd en worden met herderdokterhanden liefdevol verzorgd. Sommigen zitten plotseling in opkomende mist en hebben nood aan een veilige gids. De herder laat ze niet aan hun lot over. Ook worden ze moe en dan wordt hen een doktersbriefje voor rust voorgeschreven. Zo is een koning of hoe je die ook noemen wil: iemand die met het warme hart, de aandachtige oplettendheid en de praktische zorg omgaat met wat hem zo dierbaar is, wat voor hem een schat is. Niemand van die kudde wordt aan zijn lot overgelaten. 
Zo is de Jezus Christus: iemand die niemand van de kudde aan zijn lot overlaat. Hoe verschillend de dieren ook mogen zijn : ziek, verloren, gedumpt, amechtig, uitgeput, het noorden kwijt, levendig of de dood nabij. Maar jullie hebben al lang begrepen dat het hier eigenlijk over mensen gaat, mensen van toen en van vandaag: levendige, zieke, vermoeide en gekwetste.

U voelt dat ik een glijbaan aan het schetsen ben om bij de evangelietekst te komen. Maar de Mensenzoon in het evangelie is een rechter: die kan men best typeren als ‘de rechter met het warme hart van de herder’. Een goede ‘koning’ heeft de vaderhand van de wijze rechter en de moederhand van de herder of herderin. Ik denk hierbij aan het schilderij van Rembrandt: De Verloren zoon. Je ziet op de rug van die verloren Zoon twee totaal verschillende handen van de vader: de ene is een zachte vrouwenhand en de andere een stevige mannenhand. Men kan geen goede ‘koning’ zijn zonder die Rembrandthanden.

Het evangelieverhaal is rauw in zijn duidelijkheid. Komen de rechtvaardigen de hemel in omdat ze hele dagen in aanbidding op een eenzame plaats hebben neergezeten? Helemaal niet? Het moet u opgevallen zijn dat in dit stuk evangelie geen sprake is van gebed. (natùùrlijk kan men niet zonder gebed: Heeft Jezus ons niet met eigen woorden leren bidden in het Onze vader ? Ja toch!). Maar hier wordt men geoordeeld al naar gelang het gebed hart en handen heeft gekregen in zorg voor anderen.

Dat de honger talloze mensen aanvreet is helaas al te duidelijk. En we moeten niet alleen naar andere continenten kijken Maar er is honger naar nog andere zaken dan dagelijks brood: er is honger naar menselijke nabijheid. Er is honger naar iemand die een vriendelijk woord heeft, honger naar een glimlach. Honger naar een greintje zekerheid in het leven. Honger naar inzicht in de zin van het leven. Het klinkt ouderwets als we de oude boektitel naar boven halen: "Moeder, waarom leven wij?" Maar naar het antwoord op die vraag hongeren zovelen. Leven wij een antwoord voor? Of zoeken we niet naar woorden?
Dorst doet een mens sterven. Maar dorst is meer dan een droge keel: dorst naar begrip. Dorst naar een slok levende woorden die je uit het gepieker halen. En een vreemdeling is bij ons tegenwoordig bijna geen vreemdeling meer. Maar toch: de asielzoeker opnemen is meer dan hem of haar een dak boven het hoofd geven. Er is niets moeilijker dan het hart en de ziel van een vreemdeling verstaan. En een gevangene is méér dan alleen een stuk tot arduin versteende schuld: naast alle fout zit er bij hem of haar toch ook eenzaamheid en vooral onmacht die om enig begrip vraagt: men bezoekt bij hen niet de schuld maar wel de eenzaamheid die dikwijls de vorm van wrok aanneemt. Een goed woord voor hen vinden is soms niets anders dan geduldig luisteren. Naakten: je ziet ze tegenwoordig vooral op de reclameschermen van TV en PC. Maar om hén gaat het niet omdat hun naaktheid de dure kleding is van glamour!! Naakten hebben in deze tijd bij ons vooral niets om zich ménselijk aan op te warmen: een hartelijk woord, een moment van nabijheid en een hand die zich even om hun schouder legt.
Zieken : op duizend manieren kan men hen bezoeken. Ik denk bv. aan artsen die met warme afstandelijkheid al hun kunde aanwenden om ziekte van tussen lijf en leden te halen. Ik denk aan apothekers die niet alleen het voorschrift uitvoeren maar die soms met oneindig geduld naar het al lang gekende temerige verhaal van de sloffende bezoeker moeten luisteren: die aandacht geeft het medicament zeker meerwaarde!! En het even binnen wippen bij iemand die enkel kan wandelen in een rolstoel. Voorbeelden zijn legio.

Is het niet eigenaardig dat allen die voor de mensen zorgen aan de Heer zeggen dat ze Hem eigenlijk nooit hebben gezien? En dan zegt diezelfde Heer eigenlijk: bij al die kleinen en mensen in nood heb je een beeld van mezelf gevonden. Dààr was en ben Ik aanwezig! Nergens anders. Wie een wereld en mensen beter maakt komt Mij tegen. Elders ben Ik eigenlijk niet. Is dat geen grote troost en tegelijk een onmetelijke opdracht? In mensen is Christus de koning die een wereld beter maakt door Rembrandhanden. Is dat niet heerlijk?

A.Vaganée o.p.

   Terug