| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 23 januari - Derde zondag |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
Goede vrienden,
Deze zondag valt midden in de gebedsweek voor de
Eenheid. Wellicht hebben we al eens aangeklopt bij de Heer van alle
leven omdat we de indruk hebben te leven in een christenwereld die
iets wegheeft van de stad Korinte ten tijde van Paulus. Hoorden we
niet dat er toen reeds pijnlijke verdeeldheid was: ‘onenigheid onder
hen’. Ieder had zijn eigen leuze: ‘Ik ben van Apollos' – en ben dus
een linkse-; en 'ik ben van Kefas' - ik ben dus een aartsconservatief-
; en 'ik ben van Paulus en dus een pientere vooruitstrevende’. Mocht
Paulus zelf het niet hebben verhaald, we zouden de beschrijving van
zijn groep gelovigen in Korinte nauwelijks geloven. ‘Van mening
verschillen’ is iets van alle tijden en van alle groepen. Zelfs
vruchtbaar, want is het geen wijze spreuk die zegt dat uit "de
botsing van de ideeën ‘licht’ ontspringt"? ‘Eensgezindheid’ laat
verschillende ideeën toe als men maar ondanks alle
meningsverschillen toch vasthoudt aan de Kern en de Diepte van alle
dingen. Paulus geeft het duidelijk aan: de naam van onze Heer Jezus
Christus. Daarover gaat het ook nu in onze tijd: links of rechts,
Protestant, Anglicaan en wat al nog, weinig stichtende verhalen
samen met hartelijke goedheid. Vraag blijft: zijn we nog begeesterd
door onze Heer Jezus Christus, de bron van alle goedheid en
gerechtigheid? Dat is de fundamentele vraag! Jezus Christus: een fijn
geciseleerde biografie interesseert ons niet. Wél wat hem innerlijk
dreef en tot een profeet maakte. Hij vernam dat zijn verre neef
Johannes de Doper in de gevangenis zat en dat was de startblok van
zijn prediking: Hij herinnerde zich het woord van Jesaja over ‘het
volk dat in de duisternis zat en toch een groot Licht aanschouwde’.
Juist dit Licht wilde Jezus over mensen laten opgaan. Is het jullie niet opgevallen dat Jezus bij het begin
van zijn prediking helemaal geen Einzelganger, geen solist, wil
zijn. Hij begint met leerlingen aan te spreken en ze op te roepen om hem
te volgen. Deze leerlingen zouden Jezus’ handlangers worden in het helen
van mensen en wereld. Opvallend welke mensen Hij riep: heel gewoon volk,
vissersvolk. Mocht hij een modern interim-bureau gehad hebben dan beeld
ik me in dat de jobaanbieding een speciale kleur zou hebben gehad. Iets
in de zin van: ‘Vissers gevraagd om de wereld te verbeteren; diploma van
geen belang; tatoeage of onverzorgde baard geen hinder; piercing geen
contra-indicatie; kennis van de visquota al evenmin van belang ; al dan
niet gehuwd. Wél vereist: warmhartigheid en kunst van het loslaten van
mensen en zaken die je vroeger zo belangrijk hebt gevonden: laatste
voorwaarde een absolute voorwaarde, een ‘conditio sine qua
non’. En als je de tekst van het evangelie leest sta je verstomd
dat die vissers onmiddellijk alles achter lieten: ‘Onmiddellijk lieten
zij de boot én hun vader achter en volgden Hem’. Je zou het echt bijna
niet voor waar aannemen.! Welke mensen riep Jezus eigenlijk? Mensen
zoals wij allemààl proberen te zijn. Heel gewone, maar zo geraakt door
die Heer Jezus dat we in zijn spoor niets anders willen en kunnen dan
vol zijn van zorg voor anderen. Want onze God is een ‘op menselijkheid
bedachte God’: zo schreef onze confrater Schillebeeckx dat ooit. Van
sommigen zeggen we dat ze zeker door die Jezus gegrepen waren, een Helder
Camara, een Bonhoeffer, een Oscar Romero enz. Zo worden wijzelf inderdaad mensenvissers als onze
netten zorgvuldig geknoopt worden met de draden die als naam hebben:
zorg, liefde, warmte, barmhartigheid, inzet tegen onrecht enz’.
Misschien komt nu opnieuw de vraag naar boven: ‘Wat is dit concreet in
deze nogal belabberde maatschappij? Voor mezelf probeer ik dat te weten
en concreet in te vullen: soms doet het nogal veel pijn en de andere
keer is die pijn duidelijk de keerzijde van inzet. En tot slot kan ik
jullie enkel vragen: ‘Hoe doen jullie dat: vandaag mensen vissen in
Jezus’ naam?’ Het antwoord moeten jullie niet nù geven. Later misschien:
wie weet.
A.
Vaganée
o.p.
|
| |