Dominicanen Leuven Zondagspreken
  23 januari  - Derde zondag Afdrukken
 

 

Lezingen:

Jesaja 8,23-9,3
1 Korintiërs 1,10-13.17
Matteüs 4,
12-23

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Mensen vissen in Jezus' naam


Goede vrienden,

Deze zondag valt midden in de gebedsweek voor de Eenheid. Wellicht hebben we al eens aangeklopt bij de Heer van alle leven omdat we de indruk hebben te leven in een christenwereld die iets wegheeft van de stad Korinte ten tijde van Paulus. Hoorden we niet dat er toen reeds pijnlijke verdeeldheid was: ‘onenigheid onder hen’. Ieder had zijn eigen leuze: ‘Ik ben van Apollos' – en ben dus een linkse-; en 'ik ben van Kefas' - ik ben dus een aartsconservatief- ; en 'ik ben van Paulus en dus een pientere vooruitstrevende’. Mocht Paulus zelf het niet hebben verhaald, we zouden de beschrijving van zijn groep gelovigen in Korinte nauwelijks geloven.

‘Van mening verschillen’ is iets van alle tijden en van alle groepen. Zelfs vruchtbaar, want is het geen wijze spreuk die zegt dat uit "de botsing van de ideeën ‘licht’ ontspringt"? ‘Eensgezindheid’ laat verschillende ideeën toe als men maar ondanks alle meningsverschillen toch vasthoudt aan de Kern en de Diepte van alle dingen. Paulus geeft het duidelijk aan: de naam van onze Heer Jezus Christus. Daarover gaat het ook nu in onze tijd: links of rechts, Protestant, Anglicaan en wat al nog, weinig stichtende verhalen samen met hartelijke goedheid. Vraag blijft: zijn we nog begeesterd door onze Heer Jezus Christus, de bron van alle goedheid en gerechtigheid? Dat is de fundamentele vraag! Jezus Christus: een fijn geciseleerde biografie interesseert ons niet. Wél wat hem innerlijk dreef en tot een profeet maakte. Hij vernam dat zijn verre neef Johannes de Doper in de gevangenis zat en dat was de startblok van zijn prediking: Hij herinnerde zich het woord van Jesaja over ‘het volk dat in de duisternis zat en toch een groot Licht aanschouwde’. Juist dit Licht wilde Jezus over mensen laten opgaan.
Klinkt dit niet iets te abstract? Te weinig aantrekkelijk om van enthousiasme op te veren? De evangelist Matteüs maakt de helderheid van dit genezende Licht héél concreet als hij schrijft over Jezus: ‘Hij trok rond, trad op als leraar en alle zieken en kwalen onder het volk genas Hij.' Ik neem aan dat die
’ziekten en kwalen’ een soort verzamelnaam waren en zijn voor alles wat een mens belast en klein hield en ook nu houdt. Het zou weerom eentonig worden mocht ik alles uitspitten en één langgerekte zin maken van alles wat weegt op een mens nù. Alvast wil ik toch de ‘vereenzaming’ niet vergeten die bij velen als een loodzwaar juk om de hals hangt. En dat ondanks de vele mogelijkheden van communicatie. Maar wellicht zijn die contacten echter te elektronisch en voel je in het twitteren te weinig de warme adem van een nabije ziel.

Is het jullie niet opgevallen dat Jezus bij het begin van zijn prediking helemaal geen Einzelganger, geen solist, wil zijn. Hij begint met leerlingen aan te spreken en ze op te roepen om hem te volgen. Deze leerlingen zouden Jezus’ handlangers worden in het helen van mensen en wereld. Opvallend welke mensen Hij riep: heel gewoon volk, vissersvolk. Mocht hij een modern interim-bureau gehad hebben dan beeld ik me in dat de jobaanbieding een speciale kleur zou hebben gehad. Iets in de zin van: ‘Vissers gevraagd om de wereld te verbeteren; diploma van geen belang; tatoeage of onverzorgde baard geen hinder; piercing geen contra-indicatie; kennis van de visquota al evenmin van belang ; al dan niet gehuwd. Wél vereist: warmhartigheid en kunst van het loslaten van mensen en zaken die je vroeger zo belangrijk hebt gevonden: laatste voorwaarde een absolute voorwaarde, een ‘conditio sine qua non’.

En als je de tekst van het evangelie leest sta je verstomd dat die vissers onmiddellijk alles achter lieten: ‘Onmiddellijk lieten zij de boot én hun vader achter en volgden Hem’. Je zou het echt bijna niet voor waar aannemen.! Welke mensen riep Jezus eigenlijk? Mensen zoals wij allemààl proberen te zijn. Heel gewone, maar zo geraakt door die Heer Jezus dat we in zijn spoor niets anders willen en kunnen dan vol zijn van zorg voor anderen. Want onze God is een ‘op menselijkheid bedachte God’: zo schreef onze confrater Schillebeeckx dat ooit. Van sommigen zeggen we dat ze zeker door die Jezus gegrepen waren, een Helder Camara, een Bonhoeffer, een Oscar Romero enz.
Maar bij het noemen van zulke namen zakt de moed ons wellicht wat in de schoenen omdat we vrezen dat wijzelf uit weker hout zijn gesneden. En toch zijn wij, gewone mensen, mededragers van dat Licht waarvan Jesaja sprak. Onze roeping bestaat er wellicht in héél gewoon te zijn en deugden als vrede, geduld, rechtvaardigheid, genegenheid, warmte, én verzet tegen onrecht, in onszelf aan te wakkeren. Deze Jezusdeugden hebben de eigenschap te werken als een virus dat, zelf onzichtbaar haast, zich ongemerkt verspreidt en mensen infecteert met vreugde en hoop. Is het jullie nog nooit overkomen dat je na een gesprek met iemand of met een groep, met een verwonderd gevoel achterblijft en je afvraagt: ‘Wat is het dan toch dat maakt dat die mensen mij tot in de diepte roeren? Zijn het hun woorden? Is het hun doen en laten?’ Mij is dat meermaals overkomen en toen heb ik gedacht: ‘Is de Heer zelf hier niet langs gekomen?’

Zo worden wijzelf inderdaad mensenvissers als onze netten zorgvuldig geknoopt worden met de draden die als naam hebben: zorg, liefde, warmte, barmhartigheid, inzet tegen onrecht enz’. Misschien komt nu opnieuw de vraag naar boven: ‘Wat is dit concreet in deze nogal belabberde maatschappij? Voor mezelf probeer ik dat te weten en concreet in te vullen: soms doet het nogal veel pijn en de andere keer is die pijn duidelijk de keerzijde van inzet. En tot slot kan ik jullie enkel vragen: ‘Hoe doen jullie dat: vandaag mensen vissen in Jezus’ naam?’ Het antwoord moeten jullie niet nù geven. Later misschien: wie weet.

A. Vaganée o.p.

 
   Terug