| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 8 mei - Derde paaszondag |
|
|
Lezingen: 1 Petrus 1,17-21
|
|||
|
Goede vrienden,
Hoe komt het dat de kerken leeglopen? Misschien
omdat veel kerkgangers lijken op de Emmaüsgangers die na de dood
van Jezus Jeruzalem verlieten. Ze keren de kerk de rug toe. Ze laten
de deur achter het verleden van hun kerkpraktijk en misschien ook
hun geloof dichtvallen en gaan de weg op naar hun Emmaüs. Als we de
beeldspraak doortrekken, kan het een gevaarlijke weg zijn.
"Iemand reisde van Jeruzalem naar Jericho en werd onderweg
overvallen door rovers." Gelukkig kwam er een barmhartige
Samaritaan voorbij.
De twee die ontmoedigd uit Jeruzalem weg naar
Emmaüs gingen, waren in hun verwachtingen over Jezus zwaar
teleurgesteld. Ze konden niet geloven wat de vrouwen vertelden.
Er kunnen verschillende redenen zijn waarom
mensen de deur van de kerk achter zich dichttrekken (sommigen
dichtslaan). Ontgoocheling, omdat ze in de kerk niet vinden wat ze
verwachten, geen antwoord op de vragen die hen bekommeren. Rancune,
omdat ze dingen hebben gehoord of zien gebeuren die hen gekwetst
hebben. Teleurstelling, in de andere kerkgangers. Onverschilligheid.
Misschien zijn er die hun geloof hebben verloren. Sommigen vallen
onderweg in de handen van rovers: militante, antiklerikale
atheïsten die het gemunt hebben op het geloof en het vertrouwen dat
nog in hen leeft.
Het is druk op de weg tussen Jeruzalem en
Emmaüs. Niet alleen in de richting van de uittocht uit Jeruzalem,
ik bedoel dus de kerk. Ook in de omgekeerde richting lopen er
mensen, op terugtocht. Die richting zijn de Emmaüsgangers
ingeslagen, nadat de vreemde man die ze tegenkwamen hun de ogen had
geopend en zij hem hadden herkend toen hij op het avondmaal het
brood brak en met hen deelde. Ze zijn haastig teruggekeerd om in
Jeruzalem het blijde nieuws te melden.
Misschien lopen er nu kerkgangers terug die op de
weg van hun uittocht een barmhartige Samaritaan ontmoet hebben,
iemand die hun kwetsuren heeft verzorgd en geheeld. Er lopen mensen
terug die in hun Emmaüs het gemis van bevredigende antwoorden
hebben gevoeld op de vragen naar de zin van hun leven en die er
gevonden hebben door de bijbel ter hand te nemen. Mensen die weer
geloof, vertrouwen en moed hebben gekregen dankzij iemand in wie ze
Gods liefde hebben herkend. Mensen die getroffen zijn door de
ellende van anderen, die er iets willen aan doen en de kracht
daarvoor willen putten in een herwonnen geloof.
Als we dit alles bedenken en de beeldspraak
volgen, komen we vanzelf bij de vraag waar wij ergens lopen op de
weg tussen Jeruzalem en Emmaüs. Is het op de weg van de uittocht,
omdat we kerkmoe aan het worden zijn, omdat we te weinig herkennen
van ons oude vertrouwde geloof, of omgekeerd, te weinig van de
vernieuwingen die we zouden wensen? Nee toch!
Het antwoord moet zijn: nee, we geven het niet
op! We blijven naar Jeruzalem komen, ik bedoel dus de kerk, en we
steken er de handen uit de mouwen, met moed en volharding en met
verbeeldingskracht. We laten ons leiden en helpen door het voorbeeld
van anderen. We spreken en discussiëren onderweg met vrienden en
bekenden over de kerk en over Jezus die ons blijft inspireren. We
houden vast aan het geloof dat we de Heer van het leven in ons
midden kunnen herkennen waar mensen in zijn naam samen het brood
breken en met elkaar delen.
Het verhaal van de Emmaüsgangers is een
reisverhaal. We kunnen het lezen als een verhaal van onze reis door
het leven, een weg waarop twijfel en teleurstelling soms de
bovenhand krijgen op de zekerheden van het geloof en we gaandeweg,
geholpen door anderen, tot het geloof kunnen komen dat de dood niet
het einde is. Het geloof dat we tot nieuw leven in Gods heerlijkheid
zullen geboren worden. Laten we ervoor bidden dat dit geloof ons
wordt geschonken.
B.J. De Clercq o.p.
|
| |