| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 19 december - vierde adventszondag |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
Goede Bij sommige geboortekaartjes die ik krijg, vraag ik me
af: hoe komen ze erbij, hun kind zo'n bizarre naam te geven? Kyna, met y.
Jori. Er zijn nog wel ouders die in de naam die ze kiezen uitdrukking
geven aan wat ze dromen over hun kind. Vrienden van mij hebben hun
dochtertje 'Mirte' genoemd. Mirte, zeiden ze, is een plant die geluk
brengt in het huwelijk en de vruchtbaarheid. Die naam is voor ons kindje
een soort roeping, en voor ons een belofte. 'Maak je naam waar, we zullen
je helpen.'
In de Schriftlezingen van deze zondag gaat het over
zo'n naam, en wel een naam die een van de ouders moest kiezen omdat God
zelf het wilde. Jozef moest het kind dat Maria verwachtte twee namen
geven.
Het geboortekaartje van
Jezus dat de evangelist zijn lezers stuurt is veel jaren na het levenseinde
van Jezus opgesteld en met veel schroom geschreven. De aandacht gaat naar
het mysterie van Jezus, wiens oorsprong bij God is en die zal optreden als
Gods zoon in deze wereld.
De evangelist heeft veel oog voor Jozef. Hij krijgt een
groot compliment: 'een rechtschapen man'. Hij zat in een benarde situatie.
Maria bleek een kind te verwachten dat niet van hem was.
Rechtschapen als hij was, wilde hij haar niet in opspraak brengen en
daarom in het geheim van haar scheiden. Maar in zijn droom kreeg hij de
opdracht met Maria een echtelijk gezin te vormen en het vaderschap van
haar kind op zich te nemen door het een naam te geven. Volgens de joodse wet
was de naamgever de vader van een kind. Maar aan Jozef werd de naam van
zijn kind vóórgegeven: 'Jesjoea' in het Hebreeuws: 'God redt'. Dit
onderstreept dat Jezus' naam een roeping was. Hij zou zijn naam moeten
waarmaken door het volk Gods redding te brengen. Niet door eigen
machtsmiddelen uit de macht van de vreemde bezetter, maar door het
bewerken van bekering uit de macht van kwaad en zonde.
Het kind van Maria moest nog een tweede naam krijgen,
die de profetie van Jesaja zou vervullen. Koning Achaz kreeg ongevraagd
een teken. Een jonge vrouw zou een kind ter wereld brengen dat de naam
'Immanuël' zou krijgen, 'God-met-ons'. Niet wapengeweld en politieke
berekening zijn een teken van Gods redding, maar een zwangere vrouw en het
kind in haar schoot.
De tweede naam van Jezus keert terug aan het einde van
het evangelie. Toen zijn leerlingen hem na zijn dood voor hen zagen
verschijnen, hoorden ze hem zeggen: "Ik ben alle dagen met jullie,
tot aan het einde van de wereld."
Kerstmis is bij de evangelist niet het vertederd
neerbuigen op een pasgeboren kind. Hij doet zijn lezers met de ogen van
het geloof opzien naar de zon van de gerechtigheid die in alle heerlijkheid
aan haar tocht begint. Volgens het Lucasevangelie hebben ook de herders in
Bethlehem een geboortekaartje van Jezus ontvangen, vanuit de hemel.
"Vandaag is voor jullie een redder geboren."
De kaartjes met kerstwensen die we dezer dagen
versturen, zouden we kunnen opvatten als geboortekaartjes, want dat zijn
ze eigenlijk. Een geboortekaartje is geen wenskaart, maar zoals de engelen
kunnen we er een wens aan toevoegen. 'Ik wens je dat je zijn naam waar mag
maken.'
We moeten bedachtzaam omgaan met Jezus' naam en
bijnaam. De geschiedenis toont sterke voorbeelden van hun misbruik. Denk
aan de oorlogsleuze van de nazi's, 'Gott mit uns': hij staat aan de
kant van het Herrenvolk. Maar bedenkelijker is de geschiedenis van
het christelijk triomfalisme. 'Wij zijn het die gered worden. God is door
Jezus Christus bij ons gebracht.' Het spreekt vanzelf dat Kerstmis
onmogelijk kan gevierd worden als een christelijk feest met een
triomfalistische bijklank. Vrede werd door de engelen gewenst aan alle
mensen in wie God welbehagen vindt. Gods naam, Jezus' bijnaam, is geen
exclusief bezit van christenen.
We mogen wel zeggen dat christenen in het bijzonder
geroepen zijn om die naam waar te maken. Dat doen ze door hun geloof waar
te maken dat Jezus de redding van God uit alle kwaad in de wereld aanwezig
heeft gesteld. Door hun handel en wandel moeten ze aan mensen kunnen tonen
dat het de wens van de voorganger in de liturgie en hun antwoord erop geen
ijdele woorden zijn: 'De Heer zal bij u zijn, de Heer zal u bewaren.'
Iedereen die de naam van christen draagt, maakt hem
waar door hem voor anderen te doen klinken als een belofte: God wil door
mensen in deze wereld voor iedereen aanwezig zijn.
B.J. De Clercq o.p. |
| |