Dominicanen Leuven Zondagspreken
  19 december  - vierde adventszondag Afdrukken
 

 

Lezingen:

Jesaja 7,10-14
Matteüs 1,18-24

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar


Het geboortekaartje van Jezus

Goede vrienden,

Bij sommige geboortekaartjes die ik krijg, vraag ik me  af: hoe komen ze erbij, hun kind zo'n bizarre naam te geven? Kyna, met y. Jori. Er zijn nog wel ouders die in de naam die ze kiezen uitdrukking geven aan wat ze dromen over hun kind. Vrienden van mij hebben hun dochtertje 'Mirte' genoemd. Mirte, zeiden ze, is een plant die geluk brengt in het huwelijk en de vruchtbaarheid. Die naam is voor ons kindje een soort roeping, en voor ons een belofte. 'Maak je naam waar, we zullen je helpen.'

In de Schriftlezingen van deze zondag gaat het over zo'n naam, en wel een naam die een van de ouders moest kiezen omdat God zelf het wilde. Jozef moest het kind dat Maria verwachtte twee namen geven.

Het geboortekaartje van Jezus dat de evangelist zijn lezers stuurt is veel jaren na het levenseinde van Jezus opgesteld en met veel schroom geschreven. De aandacht gaat naar het mysterie van Jezus, wiens oorsprong bij God is en die zal optreden als Gods zoon in deze wereld.

De evangelist heeft veel oog voor Jozef. Hij krijgt een groot compliment: 'een rechtschapen man'. Hij zat in een benarde situatie. Maria bleek een kind te verwachten dat niet van hem was. Rechtschapen als hij was, wilde hij haar niet in opspraak brengen en daarom in het geheim van haar scheiden. Maar in zijn droom kreeg hij de opdracht met Maria een echtelijk gezin te vormen en het vaderschap van haar kind op zich te nemen door het een naam te geven. Volgens de joodse wet was de naamgever de vader van een kind. Maar aan Jozef werd de naam van zijn kind vóórgegeven: 'Jesjoea' in het Hebreeuws: 'God redt'. Dit onderstreept dat Jezus' naam een roeping was. Hij zou zijn naam moeten waarmaken door het volk Gods redding te brengen. Niet door eigen machtsmiddelen uit de macht van de vreemde bezetter, maar door het bewerken van bekering uit de macht van kwaad en zonde.

Het kind van Maria moest nog een tweede naam krijgen, die de profetie van Jesaja zou vervullen. Koning Achaz kreeg ongevraagd een teken. Een jonge vrouw zou een kind ter wereld brengen dat de naam 'Immanuël' zou krijgen, 'God-met-ons'. Niet wapengeweld en politieke berekening zijn een teken van Gods redding, maar een zwangere vrouw en het kind in haar schoot.

De tweede naam van Jezus keert terug aan het einde van het evangelie. Toen zijn leerlingen hem na zijn dood voor hen zagen verschijnen, hoorden ze hem zeggen: "Ik ben alle dagen met jullie, tot aan het einde van de wereld."

Kerstmis is bij de evangelist niet het vertederd neerbuigen op een pasgeboren kind. Hij doet zijn lezers met de ogen van het geloof opzien naar de zon van de gerechtigheid die in alle heerlijkheid aan haar tocht begint. Volgens het Lucasevangelie hebben ook de herders in Bethlehem een geboortekaartje van Jezus ontvangen, vanuit de hemel. "Vandaag is voor jullie een redder geboren."

De kaartjes met kerstwensen die we dezer dagen versturen, zouden we kunnen opvatten als geboortekaartjes, want dat zijn ze eigenlijk. Een geboortekaartje is geen wenskaart, maar zoals de engelen kunnen we er een wens aan toevoegen. 'Ik wens je dat je zijn naam waar mag maken.'

We moeten bedachtzaam omgaan met Jezus' naam en bijnaam. De geschiedenis toont sterke voorbeelden van hun misbruik. Denk aan de oorlogsleuze van de nazi's, 'Gott mit uns': hij staat aan de kant van het Herrenvolk. Maar bedenkelijker is de geschiedenis van het christelijk triomfalisme. 'Wij zijn het die gered worden. God is door Jezus Christus bij ons gebracht.' Het spreekt vanzelf dat Kerstmis onmogelijk kan gevierd worden als een christelijk feest met een triomfalistische bijklank. Vrede werd door de engelen gewenst aan alle mensen in wie God welbehagen vindt. Gods naam, Jezus' bijnaam, is geen exclusief bezit van christenen.

We mogen wel zeggen dat christenen in het bijzonder geroepen zijn om die naam waar te maken. Dat doen ze door hun geloof waar te maken dat Jezus de redding van God uit alle kwaad in de wereld aanwezig heeft gesteld. Door hun handel en wandel moeten ze aan mensen kunnen tonen dat het de wens van de voorganger in de liturgie en hun antwoord erop geen ijdele woorden zijn: 'De Heer zal bij u zijn, de Heer zal u bewaren.'

Iedereen die de naam van christen draagt, maakt hem waar door hem voor anderen te doen klinken als een belofte: God wil door mensen in deze wereld voor iedereen aanwezig zijn.

B.J. De Clercq o.p.

   Terug