Dominicanen Leuven Zondagspreken
  15 mei  - Vierde paaszondag Afdrukken
 

 

Lezingen:

1 Petrus 2,20-25
Johannes 10,1-10

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Leven in overvloed


Vrienden,
Of we nu leek zijn of priester of kloosterling, allen zijn we geroepen tot leven in overvloed. De schrijver van het Johannesevangelie liet Jezus zeggen: ‘Ik ben gekomen, opdat ze leven zouden bezitten, en wel in overvloed.' Jezus zegt dit tot ieder van zijn volgelingen, of ze hem nu als gehuwden of als ongehuwden willen volgen.

Wat is dit leven in overvloed? Het lijkt me een leven te zijn vanuit de volheid van het leven. Maar die volheid van het leven wordt niet bepaald door onze eigen wensen, voorstellingen en noden. Daarvoor zijn wij mensen te beperkt en te klein. Ons leven wordt vol, als we erin slagen onze eigen voorstellingen over het leven los te laten. Dan kan het leven in volheid met al zijn kracht in ons binnenstromen. We moeten onderscheid leren maken tussen de stem van onze verlangens en noden, die we als dringend ervaren, en de uitnodigingen tot verandering vanuit de werkelijkheid zelf, die ons lokt met nieuwe perspectieven op onze wereld en op onszelf, en die maar schuchter spreekt.

We mogen het onszelf niet verbergen dat we gehechtheden aan onszelf, aan onze situatie, aan ons eigen opgebouwde werk, zullen moeten loslaten. En loslaten brengt altijd pijn mee. Ook daarvan moeten we ons laten doordringen. Willen we tot de volheid van het leven komen, dan moeten we de wegen die het leven zelf gaat en die pijn zullen doen, durven en willen gaan.

We moeten bewust en gewild ontvankelijk en gevoelig willen zijn voor nieuwe perspectieven in ons leven, en in de werkelijkheid die ons omringt. We moeten die zelfs actief zoeken. We mogen de nieuwheid van de wegen van het leven zelf niet van meet af aan de pas afsnijden. We moeten haar de kans geven om zichzelf te manifesteren. Want de werkelijkheid zelf heeft een beter zicht op de volheid van het leven dan wij dat kunnen hebben. Bovendien moeten we ervan overtuigd geraken dat de werkelijkheid ons niet alleen een betere wereld wil voorspiegelen, maar dat ze ons ook de innerlijke kracht wil geven, om dat nieuwe ook echt als vervullend te kunnen ervaren. We kunnen dan vermoeden dat het nieuwe de belofte van beter inhoudt. Maar bovenal wil de werkelijkheid zelf - wil God - ons ook de kracht geven, om in de moeilijkheden, die het nieuwe onvermijdelijk in petto heeft, moed en volharding te vinden. Dan zullen we dit nieuwe met onze eigen inzet - beetje bij beetje - hechter kunnen realiseren.

In ons leven met God komt het er vooral op aan, gevoelig te worden voor het nieuwe dat werkt in de werkelijkheid, en dat bij de mensen nog bestaansrecht moet krijgen. Het is er nog niet. Het laat zich eerst vermoeden. Deze van God gekregen opdracht is voor alle godgelovigen - of ze zich innerlijk getrokken voelen tot een ongehuwd leven of tot het huwelijk - de eerste religieuze levensopdracht. En gehuwden en ongehuwden moeten zien los te komen van de gevestigde opvattingen over celibaat en huwelijk, om voor de nieuwe krachten ontvankelijk te worden, die in het werkelijke huwelijk en in het werkelijke celibaat naar realisering dringen. De werkelijkheden huwelijk en celibaat zijn spanningsvoller dan de definities die ervan worden gegeven.

Dit nieuwe lijkt me te liggen in een grotere bewustwording van de menselijke dimensie van ons menselijk bestaan als gehuwden en ongehuwden. De plaats van lichamelijkheid en verlangen naar een veelkleurige open gehechtheid met meerdere mensen - mannen en vrouwen – en in huwelijk en in celibaat moeten ernstiger dan tot nog toe worden bedacht. We moeten eindelijk een open gesprek daarover aandurven. Moge God ons daartoe de kracht schenken.

Jaak Vandenbulcke o.p.

 
   Terug