Dominicanen Leuven Zondagspreken
  6 februari  - Vijfde zondag Afdrukken
 

 

Lezingen:

Jesaja 58,7-10
Matteüs 5,
13-16

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Het zout van de aarde


Vrienden,

‘Wanneer gij uit uw midden de onderdrukking verwijdert, de dreigende vinger en de kwaadsprekerij, dan straalt uw licht in de duisternis’. Deze woorden uit de profeet Jesaja zou ik licht willen laten werpen op een discussie in de kranten van de laatste dagen over de rol van traditionele inzichten en intuïties in ons morele leven. Waardoor moeten we ons handelen laten leiden om in de waarheid te staan? Is ons handelen goed, als het geen slechte gevolgen heeft, of moet het zich veilig houden aan de traditionele inzichten en intuïties?

Laten we beginnen met bij elk van de mogelijkheden een vraag te stellen. Wat is de moeilijkheid met traditionele inzichten en intuïties, waarop men een beroep doet? Wat mij in deze context eersterangs belangrijk lijkt te zijn, is het besef dat alle menselijke kennen, omdat het menselijk is, altijd onvolmaakt is. Niet alleen dat van de enkeling, maar ook dat van religieuze tradities. We moeten ontvankelijk en verwachtingsvol blijven voor het feit dat nieuw inzicht in de werkelijkheid kan groeien, in de vele schakeringen van het leven van de mensengemeenschap. Het gaat niet om oude vertrouwde inzichten zo zuiver mogelijk te bewaren, maar om de volgzaamheid tegenover de werkelijkheid die zich ontwikkelt.
Maar in tradities speelt het gevaar van onderdrukking, dreigende vingers en kwaadsprekerij onmiskenbaar een rol. Vooral omdat men in tradities gemakkelijk overtuigd is, dat men feitelijk de waarheid heeft. Daardoor krijgt een inzicht gemakkelijk de kleur van onveranderlijkheid. Maar er is geen menselijke werkelijkheid die niet verandert, en niet veranderbaar is.

Hoe zit het nu met het tweede antwoord? Is handelen goed als het geen slechte gevolgen heeft? Dat lijkt toch al iets te zijn. Als het geen slechte gevolgen heeft, komt het waarschijnlijk tegemoet aan de diepere noden en verzuchtingen van de mensen. Maar daarmee zijn we er nog niet helemaal. Wat we willen doen, moet vooral worden getoetst aan de nu levende werkelijkheid. Schept het een mogelijkheid om vrijer en ruimer te ademen. Kan het echte - het niet onderdrukte - zelf van de mens aan bod komen? Een zelf met zijn persoonlijke inzichten, verlangens en verzuchtingen? Dat is geen plat egoïsme of genotzoekerij. We moeten durven geloven in de goede schepping van God, die echter in verdrukking kan leven.

Opdat we openheid op de toekomst en op het leven in zijn volheid zouden kunnen bewaren, moeten we ons eigen perspectief, met dat van andere mensen van onze tijd durven confronteren. Uit de botsing van de ideeën van levende mensen, die met elkaar spreken, moet dan het licht ontspringen. Ook de tradities mogen aan het gesprek deelnemen. Maar ze moeten weten dat ze telkens ook maar één stem zijn. Ook tradities moeten bescheiden blijven.

Wat kan er uit dit gesprek groeien? Niet een weerlicht die de waarheid laat schitteren, maar een zoekend perspectief, waarin de verdrukte noden en verzuchtingen van de mensen stilaan ademruimte kunnen vinden. Uit dit gesprek moet ook de bereidheid groeien om onze eigen vroegere zekerheden los te laten, als het licht zich begint te tonen. Kunnen we dat: zijn we een heel stuk op weg. Tekent zich dan stilaan een groeiende consensus af over wat een goed perspectief voor verbetering kan zijn, dan moeten we de durf hebben, ook veranderingen door te voeren. Dan moeten we de druk van de gevestigde machten en denkgewoonten durven weerstaan. Het risico moeten we er dan bij nemen.

Dan zal ons licht in de duisternis stralen, zullen wij zout in de aarde zijn, en zal de zegen van onze God op ons rusten.

 Jaak Vandenbulcke o.p.

 
   Terug