| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 6 februari - Vijfde zondag |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
Vrienden, ‘Wanneer
gij uit uw midden de onderdrukking verwijdert, de dreigende vinger
en de kwaadsprekerij, dan straalt uw licht in de duisternis’. Deze
woorden uit de profeet Jesaja zou ik licht willen laten werpen op
een discussie in de kranten van de laatste dagen over de rol van
traditionele inzichten en intuïties in ons morele leven. Waardoor
moeten we ons handelen laten leiden om in de waarheid te staan? Is
ons handelen goed, als het geen slechte gevolgen heeft, of moet het
zich veilig houden aan de traditionele inzichten en intuïties? Laten we beginnen met bij elk van de
mogelijkheden een vraag te stellen. Wat is de moeilijkheid met
traditionele inzichten en intuïties, waarop men een beroep doet?
Wat mij in deze context eersterangs belangrijk lijkt te zijn, is het
besef dat alle menselijke kennen, omdat het menselijk is, altijd onvolmaakt
is. Niet alleen dat van de enkeling, maar ook dat van religieuze
tradities. We moeten ontvankelijk en verwachtingsvol blijven voor
het feit dat nieuw inzicht in de werkelijkheid kan groeien, in de
vele schakeringen van het leven van de mensengemeenschap. Het gaat
niet om oude vertrouwde inzichten zo zuiver mogelijk te bewaren,
maar om de volgzaamheid tegenover de werkelijkheid die zich
ontwikkelt. Hoe zit het nu met het tweede antwoord? Is
handelen goed als het geen slechte gevolgen heeft? Dat lijkt toch al
iets te zijn. Als het geen slechte gevolgen heeft, komt het
waarschijnlijk tegemoet aan de diepere noden en verzuchtingen van de
mensen. Maar daarmee zijn we er nog niet helemaal. Wat we willen
doen, moet vooral worden getoetst aan de nu levende werkelijkheid.
Schept het een mogelijkheid om vrijer en ruimer te ademen. Kan het
echte - het niet onderdrukte - zelf van de mens aan bod komen? Een
zelf met zijn persoonlijke inzichten, verlangens en verzuchtingen?
Dat is geen plat egoïsme of genotzoekerij. We moeten durven geloven
in de goede schepping van God, die echter in verdrukking kan leven. Opdat we openheid op de toekomst en op het leven
in zijn volheid zouden kunnen bewaren, moeten we ons eigen
perspectief, met dat van andere mensen van onze tijd durven
confronteren. Uit de botsing van de ideeën van levende mensen, die
met elkaar spreken, moet dan het licht ontspringen. Ook de tradities
mogen aan het gesprek deelnemen. Maar ze moeten weten dat ze telkens
ook maar één stem zijn. Ook tradities moeten bescheiden blijven. Wat kan er uit dit gesprek groeien? Niet een
weerlicht die de waarheid laat schitteren, maar een zoekend
perspectief, waarin de verdrukte noden en verzuchtingen van de
mensen stilaan ademruimte kunnen vinden. Uit dit gesprek moet
ook de bereidheid groeien om onze eigen vroegere zekerheden los te
laten, als het licht zich begint te tonen. Kunnen we dat: zijn we
een heel stuk op weg. Tekent zich dan stilaan een groeiende
consensus af over wat een goed perspectief voor verbetering kan
zijn, dan moeten we de durf hebben, ook veranderingen door te
voeren. Dan moeten we de druk van de gevestigde machten en
denkgewoonten durven weerstaan. Het risico moeten we er dan bij
nemen. Dan zal ons licht in de duisternis stralen,
zullen wij zout in de aarde zijn, en zal de zegen van onze God op
ons rusten. Jaak Vandenbulcke o.p.
|
| |