Dominicanen Leuven Zondagspreken
  10 april  - vijfde zondag van de Vasten Afdrukken
 

 

Lezingen:

Ezechiël 37,12-14
Johannes 11,1-45

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Redding uit nood en dood


Ik vertel u de opwekking van Lazarus, schrijft Johannes aan het einde van zijn evangelie, "opdat u gelooft dat Jezus de Messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leven bezit in zijn naam "
Het verhaal van Lazarus gaat over leven en dood. In Jezus zien we dat aan de heerschappij van de dood een einde is gekomen. Want Hij is het leven. Door zijn Geest leven wij.

Als wij de namen van Tijl Uilenspiegel en Lamme Goedzak zien staan boven een verhaal dan weten wij reeds dat we schelmenstreken mogen verwachten.
Zo wist elke Jood, tijdgenoot van Jezus, als hij de namen Bethanië en Lazarus hoorde, dat er iets bijzonders te verwachten was. En ja, zoals u gehoord hebt, gaat Jezus naar Bethanië om Gods heerlijkheid kenbaar te maken door zijn vriend Lazarus die hij opwekt uit de doden, en om Martha en Maria te troosten.
Bethanië en Lazarus zijn twee sleutelwoorden die ons niet veel zeggen, maar die voor elke Jood een rijke inhoud bevatten.
Bethanië betekent ‘huis van verdriet’, ‘huis van armoede, huis van ellende, huis van kwalen, huis van de dood, huis van ontreddering en wanhoop’.

Zowel Martha als Maria roepen het verwijtend uit: "Heer als u hier was geweest zou deze ellende, deze ziekte en dood ons niet overkomen zijn." Bethanië is het sleutelwoord dat uitdrukt dat het volk Israël, dat het Jodendom het niet gemakkelijk heeft, teleurgesteld is en de wanhoop nabij.

Het woord Lazarus klinkt in de oren van elke jood als een alleluja.
Daar de Hebreeën geen klinkers schrijven kan men het woord ook lezen als Eleazar, wat zoveel betekent als: God is Israëls helper, God komt zijn volk ter hulp.

Het verhaal van Ezechiël in de eerste lezing gaat over het volk Israël dat in zak en as zit na de verwoesting van de tempel in Jeruzalem. Jeruzalem is synoniem van dorre beenderen. Het verhaal gaat over levende mensen die zijn als doden die zuchten en steunen. Maar zij zullen opgericht worden en weten dat God, de Heer, zijn naam 'Bevrijder' betekent.

Het evangelie van vandaag sluit hier naadloos bij aan.
Jezus is vooral daar aanwezig waar mensen af te rekenen hebben met een grote ontgoocheling, met intens verdriet. Jezus wil elke mens troosten, hem hoop geven en hem doen opstaan uit zijn dodelijke eenzaamheid.
Jezus zegt: "Ik ben de opstanding en het leven. Wie in Mij gelooft mag dan wel sterven, toch zal hij leven; iedereen die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven."

Jahwe heeft het joodse volk geroepen om weg te trekken uit Egypte, dat slavenhuis. Hierdoor heeft God hen los gemaakt van hun ketenen. Zo beveelt Jezus op zijn beurt de windsels van Lazarus los te maken om hem die gevangen zat in het huis van ellende, van wanhoop en dood te bevrijden.

Van oudsher werd deze vijfde zondag van de vasten Passiezondag genoemd. Wij kijken reeds vooruit naar het lijden en de dood van Jezus. Het verhaal van Lazarus is reeds een voorteken van Jezus lijden, dood en verrijzenis.

Martha en Maria zeiden klagend en bedroefd aan Jezus: Heer, wij geloven in het eeuwig leven maar als u hier was geweest  had onze broer deze ellende niet gekend. Zo klaagt weinig tijd later ook Jezus zelf, hangend aan het kruis, zuchtend en zwaar beproefd: God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?
Jezus spreekt hier de beginverzen uit van psalm 22. Het zijn klaagverzen die in de psalm gevolgd worden door verzen die dan weer een groot Godsvertrouwen uitdrukken: "Op U hebben onze vaderen vertrouwd en u hebt hen geantwoord. Daarom zal ik uw Naam aan mijn broeders verkondigen en in het midden van de gemeente zal ik U lofprijzen."

In dit vertrouwen weten wij ons - midden al het verdriet en het lijden dat ons treft - niet alleen gelaten maar vinden we juist hierin troost en vaste grond om te geloven dat God die Jezus van de doden heeft opgewekt ook ons eenmaal levend zal maken door de kracht van zijn Geest, die in ons verblijft.

In dit vertrouwen willen wij ons geloof belijden en eucharistie vieren.

E. Costermans o.p.

Inspiratie: Hein Jan van Ogtrop, In het leerhuis van Matteüs, blz. 55-57

 
   Terug