| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 13 februari -zesde zondag |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
Goede vrienden,
Er zijn
niet veel plaatsen in het evangelie waar Jezus spreekt met zo veel
pretentie als in de lange tekst die ik straks zal voorlezen. Hij
zegt 4 keren na elkaar: 'Tot onze voorouders is gezegd... - Maar ik
zeg u...' Ook niet zonder pretentie is zijn uitspraak: 'Ik kom de
wet niet afschaffen, maar tot vervulling brengen.' En als we dan
horen wat die vervulling inhoudt,
kunnen we onze oren niet geloven. Moeten wat allemaal letterlijk
verstaan?
De sleutel die we moeten hanteren om het goed te
begrijpen zit in wat Jezus zei over de Joodse wetsgeleerden.
"Als jullie gerechtigheid niet groter is dan die van de
schriftgeleerden en de Farizeeën, zullen jullie zeker Gods
koninkrijk niet binnengaan." Vandaag noemen ze zo niet meer,
maar we kennen ze allemaal, de geleerde letterknechten. Ze kennen
het wetboek, het burgerlijke of het kerkelijke, op hun duimpje. Ze
weten je exact te zeggen wat je moet doen en laten, ook tegen je
zin, ook als het je onredelijk vindt. De wet is de wet. Punt uit.
Maar er zijn er ook die zich specialiseren in de achterpoortjes van
vervelende wetten. Ze weten bijvoorbeeld waar het verschil zit
tussen je belasting ontduiken en ze ontwijken. Wie van hen leert hoe
hij zijn belasting langs een achterpoortje kan ontwijken, begaat
geen overtreding, hij gaat vrijuit.
Zoals bij de schriftgeleerden en Farizeeën in
Jezus' tijd is het bij die van onze tijd slecht gesteld met hun
gerechtigheid. Gerechtigheid is een plechtiger woord dan
'rechtvaardigheid' en wordt vooral door christenen in de mond
genomen. Het is een bijbels woord. Volle gerechtigheid betekent in
de Bijbel niet: gehoorzamen aan de voorschriften van wetten en
normen. Volle gerechtigheid stemt zich af op de geest van de
wet. Gerechtigheid doen wil zeggen: het zwaartepunt van je leven
buiten jezelf leggen, God tot zijn recht laten komen, recht doen aan
de anderen.
De vervulling van de wet die Jezus heeft
gebracht, verplaatst de naleving van zijn voorschriften en regels
naar een dieper niveau. Van de uiterlijke gedragingen naar de
innerlijke gezindheid. Gerechtigheid heeft te maken met het hart van
de mens. En in het hart zit ook de ongerechtigheid. Het staat
uitgebreid in hoofdstuk 15 van het evangelie. "Uit het hart
komen boze gedachten, moord, overspel, ontucht, diefstal, valse
getuigenissen en laster" (v. 19).
In het licht hiervan moeten we de harde
uitspraken van Jezus verstaan.
Je vermoordt niet alleen iemand als je hem of
haar het leven beneemt. Het gebeurt al te dikwijls dat iemand een
medemens doodpraat, doodzwijgt of doodkijkt. Doden begint als je
doet of een ander niet voor je bestaat of elkaar met harde woorden
dodelijk verwondt. Als Jezus zei: 'ruk je recheroog uit, hak je
rechterhand af als ze je tot zonde leiden', legde hij geen
zelfverminking op. We moeten niet doen als Vincent Van Gogh die een
stuk van zijn oor afsneed. Hij was geestesziek. Jezus wilde niets
anders zeggen dan dat het kwaad ook in de wortel moet worden
aangepakt. Denk aan de Bergrede: 'Zalig zij die zuiver van hart
zijn.'
Mensen geloven van elkaar niet dat ze zuiver van
hart zijn. Ze proberen zekerheid te krijgen over elkaars
oprechtheid. 'Zweer me dat je de waarheid vertelt', vragen we aan
iemand als het om een belangrijke zaak gaat. Het tweede van de tien
geboden verbiedt een valse eed af te leggen. Meineed van een getuige
in een rechtszaak wordt door de wet bestraft.
Wat Jezus hierover zei, lijkt totaal onmogelijk:
helemaal niet zweren, nooit zweren. Moeten we dan weigeren een eed
af te leggen als het door de wet verplicht wordt? En zou je met een
eed niet bekrachtigen wat je zegt wanneer iemand je niet gelooft?
Onze wereld zou er veel beter aan toe zijn als we
allen deden wat Jezus vroeg: 'Jullie ja moet ja zijn en jullie neen
neen. Al wat daarbij komt is uit den boze.' Dure eden zweren zou dan
overbodig zijn. We zouden elkaar altijd in alles kunnen vertrouwen.
Dan zou de gerechtigheid van Gods koninkrijk metterdaad onder ons
gekomen zijn. We moeten met aandrang blijven bidden in het
Onzevader: 'Laat uw koninkrijk komen.'
We moeten gehoor geven aan Jezus' oproep en anderen ertoe
aansporen: 'Zoek eerst Gods koninkrijk en zijn gerechtigheid, al de
rest krijg je erbij. B.J. De Clercq o.p. |
| |