Dominicanen Leuven Zondagspreken
  13 februari  -zesde zondag Afdrukken
 

 

Lezingen:

Jezus Sirach 15,15-20
Matteüs 5,
17-37

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


De wet vervullen


Goede vrienden,

Er zijn niet veel plaatsen in het evangelie waar Jezus spreekt met zo veel pretentie als in de lange tekst die ik straks zal voorlezen. Hij zegt 4 keren na elkaar: 'Tot onze voorouders is gezegd... - Maar ik zeg u...' Ook niet zonder pretentie is zijn uitspraak: 'Ik kom de wet niet afschaffen, maar tot vervulling brengen.' En als we dan horen wat die vervulling inhoudt, kunnen we onze oren niet geloven. Moeten wat allemaal letterlijk verstaan?

De sleutel die we moeten hanteren om het goed te begrijpen zit in wat Jezus zei over de Joodse wetsgeleerden. "Als jullie gerechtigheid niet groter is dan die van de schriftgeleerden en de Farizeeën, zullen jullie zeker Gods koninkrijk niet binnengaan." Vandaag noemen ze zo niet meer, maar we kennen ze allemaal, de geleerde letterknechten. Ze kennen het wetboek, het burgerlijke of het kerkelijke, op hun duimpje. Ze weten je exact te zeggen wat je moet doen en laten, ook tegen je zin, ook als het je onredelijk vindt. De wet is de wet. Punt uit. Maar er zijn er ook die zich specialiseren in de achterpoortjes van vervelende wetten. Ze weten bijvoorbeeld waar het verschil zit tussen je belasting ontduiken en ze ontwijken. Wie van hen leert hoe hij zijn belasting langs een achterpoortje kan ontwijken, begaat geen overtreding, hij gaat vrijuit.

Zoals bij de schriftgeleerden en Farizeeën in Jezus' tijd is het bij die van onze tijd slecht gesteld met hun gerechtigheid. Gerechtigheid is een plechtiger woord dan 'rechtvaardigheid' en wordt vooral door christenen in de mond genomen. Het is een bijbels woord. Volle gerechtigheid betekent in de Bijbel niet: gehoorzamen aan de voorschriften van wetten en normen. Volle gerechtigheid stemt zich af op de geest van de wet. Gerechtigheid doen wil zeggen: het zwaartepunt van je leven buiten jezelf leggen, God tot zijn recht laten komen, recht doen aan de anderen.

De vervulling van de wet die Jezus heeft gebracht, verplaatst de naleving van zijn voorschriften en regels naar een dieper niveau. Van de uiterlijke gedragingen naar de innerlijke gezindheid. Gerechtigheid heeft te maken met het hart van de mens. En in het hart zit ook de ongerechtigheid. Het staat uitgebreid in hoofdstuk 15 van het evangelie. "Uit het hart komen boze gedachten, moord, overspel, ontucht, diefstal, valse getuigenissen en laster" (v. 19).

In het licht hiervan moeten we de harde uitspraken van Jezus verstaan.

Je vermoordt niet alleen iemand als je hem of haar het leven beneemt. Het gebeurt al te dikwijls dat iemand een medemens doodpraat, doodzwijgt of doodkijkt. Doden begint als je doet of een ander niet voor je bestaat of elkaar met harde woorden dodelijk verwondt.
Overspel pleegt iemand niet alleen als hij of zij met een andere vrouw of man in bed kruipt. De wortel van echtbreuk zit in de begerige blik die een mens tot object maakt. En iemand die scheidt van zijn vrouw, brengt haar tot overspel.
Niet stelen, betekent eigenlijk: bereid zijn te delen. Niets is helemaal van jou alleen, zolang anderen niet te eten hebben. Ons brood is ook hun brood. En alle brood dat wij weggooien is eigenlijk gestolen uit de mond van wie niets te eten hebben.
Niemand kwaad doen is al heel wat, maar het is niet genoeg. Het gaat er niet om dat we elkaar geen kwaad doen, we moeten elkaar goed doen. Niet omdat de wet het voorschrijft, maar vanuit ons hart.

Als Jezus zei: 'ruk je recheroog uit, hak je rechterhand af als ze je tot zonde leiden', legde hij geen zelfverminking op. We moeten niet doen als Vincent Van Gogh die een stuk van zijn oor afsneed. Hij was geestesziek. Jezus wilde niets anders zeggen dan dat het kwaad ook in de wortel moet worden aangepakt. Denk aan de Bergrede: 'Zalig zij die zuiver van hart zijn.'

Mensen geloven van elkaar niet dat ze zuiver van hart zijn. Ze proberen zekerheid te krijgen over elkaars oprechtheid. 'Zweer me dat je de waarheid vertelt', vragen we aan iemand als het om een belangrijke zaak gaat. Het tweede van de tien geboden verbiedt een valse eed af te leggen. Meineed van een getuige in een rechtszaak wordt door de wet bestraft.

Wat Jezus hierover zei, lijkt totaal onmogelijk: helemaal niet zweren, nooit zweren. Moeten we dan weigeren een eed af te leggen als het door de wet verplicht wordt? En zou je met een eed niet bekrachtigen wat je zegt wanneer iemand je niet gelooft?

Onze wereld zou er veel beter aan toe zijn als we allen deden wat Jezus vroeg: 'Jullie ja moet ja zijn en jullie neen neen. Al wat daarbij komt is uit den boze.' Dure eden zweren zou dan overbodig zijn. We zouden elkaar altijd in alles kunnen vertrouwen. Dan zou de gerechtigheid van Gods koninkrijk metterdaad onder ons gekomen zijn. We moeten met aandrang blijven bidden in het Onzevader: 'Laat uw koninkrijk komen.'

We moeten gehoor geven aan Jezus' oproep en anderen ertoe aansporen: 'Zoek eerst Gods koninkrijk en zijn gerechtigheid, al de rest krijg je erbij.

B.J. De Clercq o.p.

 
   Terug