| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 29 mei -Zesde paaszondag |
|
|
Lezingen:
Handelingen 8,5-17
|
|||
|
Goede Vrienden,
We naderen stilaan het pinksterfeest en dat is aan de
lezingen van deze zondag al te merken. Toch is de evangelielezing die wij
zo juist hoorden een stuk uit de eerste afscheidsrede van Jezus in het
evangelie van Sint-Jan. Maar bij Jezus' sterven grijpen tijd en eeuwigheid
in elkander. En dat maakt dat Jezus bij zijn afscheidsrede eigenlijk zegt
dat zijn afscheid niet definitief is, ja eigenlijk niet gebeurt, want de
band, die Hij tijdens zijn aardse leven met ons heeft uitgewerkt, wordt
bij zijn heengaan uit deze wereld bestendigd bij de Vader: "Gij zult
weten, zegt Jezus, dat Ik in mijn Vader ben en gij in Mij en Ik in
u". Ja, de Geest die de Vader ons op zijn bede zal zenden, die ‘andere
Helper’, zoals Jezus Hem noemt, is eigenlijk ook al niet nieuw voor ons:
"Gij kent Hem, zegt Jezus, want Hij blijft bij u en zal in u
zijn."
De ‘wereld’, ja die kent Hem niet, omdat zij niet
ontvankelijk is voor Hem. Die Helper is immers de ‘Geest van de waarheid’,
en wie de waarheid niet onder ogen wil zien – zoals de ‘wereld’
waarover Johannes het heeft – die kan de Geest niet ontvangen. En die
waarheid is, dat Jezus de Zoon van God is, en dus één is met de Vader.
Wie dat gelooft, die ziet pas ècht. "Nog een korte tijd, zegt Jezus,
en de wereld ziet Mij niet meer", want die ziet alleen met het
uiterlijk oog de mens Jezus die dan dood zal zijn en verdwenen.
Wie echter met het hart ziet, wie m.a.w. gegrepen is
door de liefde van de Heer en Hem zelf dan ook liefheeft, die zal dan de
Heer wel erkennen: "gij zult Mij zien, zegt Jezus, want Ik leef en
ook gij zult leven". Naast het zien, krijgt ook het woord leven hier
een nieuwe betekenis. Het is het leven dat deelt in het eeuwige leven van
God zelf, want - wij haalden die tekst al aan – "op die dag zult
gij weten dat Ik in mijn Vader ben en gij in Mij en Ik in u".
Maar om tot die ontdekking te komen, om met het hart te
zien en naar een ander leven uit te zien, moeten wij doen wat Jezus van
ons vraagt. "Als gij Mij liefhebt zult ge mijn geboden onderhouden,
zegt Hij, dàn zal de Vader op mijn gebed U een andere Helper geven om
voor altijd bij u te blijven" en nog: "Wie mijn geboden
onderhoudt, die hij heeft ontvangen, hij is het die Mij liefheeft. En wie
Mij liefheeft, zal door mijn Vader bemind worden; ook Ik zal hem beminnen
en zal Mij aan hem openbaren."
Het komt er dus op aan, zoals Jezus te gaan leven en in
de Petrusbrief hoorden wij wat dat wil zeggen. .Jezus, de rechtvaardige is
gestorven voor de onrechtvaardigen. om ons tot God te brengen. En Petrus
maant dan ook aan: "Het is beter, zo God het wil, te lijden voor het
goede dat men doet - en dat deed Jezus - , dan straf te ondergaan voor
misdrijven."
Maar om zo consequent naar Jezus' voorbeeld te leven,
hebben wij wel degelijk zijn hulp nodig, en zijn wij blij dat Hij ons voor
zijn heengaan verzekert: "Ik zal u niet verweesd achterlaten. Ik keer
tot u terug." Leven wij in het bewustzijn dat Hij bij ons is? En als
wij in Hem geloven, laten wij ons dan leiden door die Geest van Waarheid
waarmee Hij ons wil inspireren? M.a.w. zijn en leven wij in eenheid met de
Vader en de Zoon? Het is een vraag die wij ons voortdurend moeten stellen
en die niet altijd gemakkelijk te beantwoorden is, omdat ook ons menselijk
redeneervermogen mee wordt ingeschakeld om te achterhalen wat God van ons
wil. Maar het gebed, het geregeld contact met de Heer, en de voeling met
de Kerk waarin Hij leeft, zal ons hart bezielen en helpen om te weten
wanneer wij doen wat Hij wil en wanneer niet. Dan zullen wij niet, zoals
de 'wereld' waarover Johannes het heeft, door zelfgenoegzaamheid
onszelf afsluiten, maar openstaan voor de openbaring die Jezus ons wil
brengen.
Laat ons dan ook in dat verlangen het pinksterfeest
tegemoet gaan
Joris Backeljauw o.p. |
| |