Dominicanen Leuven Zondagspreken
  5 juni  -Zevende paaszondag Afdrukken
 

 

Lezingen:

Handelingen 1,12-14
Johannes 17,1-11

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


God, Jezus en wij


Vrienden,

Het evangelie dat ik heb voorgelezen, heeft te maken met eeuwig leven. Maar eeuwig leven is niet zozeer een leven dat eeuwig duurt zonder ooit eens op te houden. Dat doet het ook, maar dat is niet het belangrijkste. Het belangrijkste is dat het een leven is dat zich altijd voort vernieuwt vanuit de God van liefde en goedheid. In dit eeuwig leven hebben God, Jezus, die een mens was zoals wij, en wij zelf onze plaats, en daarin vinden wij onze levenseenheid met elkaar in onderlinge verbondenheid.

Vooreerst is de onzichtbare God de schenker van dit eeuwig, zich altijd vernieuwend leven. God is het centrum van alles wat bestaat, en zich in werkzaamheid ontplooit vanuit een onderlinge openheid voor elkaar. God geeft ons het leven, en daar bovenop de kracht om zinvol te leven, ook in omstandigheden, die soms danig tegenzitten. Hij is geen sprookjesgod, die het ons altijd goed laat gaan. Omdat hijzelf goed is, verlokt hij ons innerlijk om voor elkaar open te staan, en voor elkaar last en zorg op te nemen. Zo is onze God die wij vereren, en tegenover wie wij dankbaar zijn. Nog vóór onze dood zullen we dit eeuwig leven al enigszins bereiken, als we God leren zien als de gever van dit leven in liefde en inzet voor elkaar, zelfs als het ons iets kost.
‘En dit is het eeuwige leven, dat de mensen u leren kennen, de enige ware God’, lezen we in het begin van het evangelie. En wat maakt hem tot de enig ware God? Dat hij goedheid is en goedheid wil. Onze God is geen boeman. Hij opent ons voor een leven in goedheid en zelfgave aan hem en aan elkaar. Hij laat ons daarvoor smaak krijgen.

Jezus van Nazareth nu was de mens die op aarde het werk volbracht dat God hem had opgedragen te volbrengen: goed te zijn. Jezus is voor ons het voorbeeld hoe we volgens het verlangen van God moeten leven in telkens vernieuwde nieuwheid. Hij hing niet vast aan zichzelf. Hij gaf zijn leven voor ons. Jezus stelt zich niet in de plaats van God. Hij weet dat God in de hemel hem mensen schenkt, die naar hem zullen luisteren, omdat ze in hem met hun menselijke ogen kunnen zien, dat hij echt het leven leidt, waarvoor God zelf hun hart verlangend en tastend opende. De schrijver van het Johannesevangelie laat Jezus tot God, zijn en onze Vader, zeggen: ‘Ik heb Uw naam geopenbaard aan de mensen die Gij mij uit de wereld hebt gegeven, U behoorden ze toe’. Jezus is ervan doordrongen dat het God is, die de mensen die vóór hem zitten, opende voor het beeld van God dat Jezus hen voorhield, in zijn leer en in zijn optreden bij en voor de mensen. Jezus weet dat God innerlijk werkt in de mensen die naar hem willen luisteren. Hun luisteren is Gods werk. Ook Jezus weet zich door God liefderijk omgeven. Ook voor Jezus is de onzichtbare God in de hemel het centrum van de wereld en van zijn eigen menselijk leven. Wij zijn dan ook terecht broeders en zusters van Jezus in de ons allen dragende liefde van God.

Hoe leren we tenslotte onszelf in de evangelielezing kennen? ‘Niet voor de wereld bid ik, maar voor hen, die gij - God - mij hebt gegeven, omdat zij u toebehoren’, zegt Jezus. Wij, ieder van ons, behoren toe aan de liefderijke God, omdat hij ons bemint. God maakt ons bovendien innerlijk ontvankelijk voor het menselijk voorbeeld van Jezus’ leer en leven. Als we Jezus willen volgen in zijn dankbare zelfgave, mogen we zeker zijn dat we mensen zijn naar het hart van God. Het gaat dan niet zozeer om het onderhouden van wetten en geboden, maar om de bereidheid om altijd nieuwe mogelijkheden in de anderen te ontdekken. Daarvoor spreekt Jezus altijd voor ons ten beste bij zijn en onze Vader. ‘Ik bid voor hen’ zegt Jezus, want: ‘Ik blijf niet langer in de wereld, zij echter blijven in de wereld, terwijl ik naar u toe kom’. Wij, wij mogen ons gedragen weten door God, en door Jezus, en tenslotte door onze broeders en zusters. Zo vormen God, Jezus en wij allemaal een hechte eenheid in lief en leed. Die eenheid moeten we steeds meer in ons leven proberen te realiseren. Dan mogen we ons echt christenen noemen.

Jaak Vandenbulcke o.p.

 
   Terug